Sanitair installeren: de 5 grootste fouten

Knutselen aan het sanitair is een enorm populaire bezigheid onder de doe-het-zelvers. Dat merken we ook in onze eigen klusrubriek. Het is namelijk relatief gemakkelijk om zelf de installatie van je toilet, lavabo of douche in handen te nemen. Toch kan het al meteen vanaf de eerste keuze flink misgaan. Roel Van den Eynde, marketingmanager bij zelfbouwfirma Easykit, begeleidt dagelijks nieuwbouwers en verbouwers. Welke missers zijn absoluut te vermijden?

“Hangt je ketel op zolder en ligt je badkamer op het gelijkvloers? Dan zal het vrij lang duren voordat je warm water hebt. Als de afstand tussen beide punten meer dan tien meter bedraagt, verspil je nodeloos energie en water."

Foto: Remeha

"Weet je waar je verschillende aftappunten exact moeten komen? In geval van twijfel kan het nooit kwaad om een leiding te veel te voorzien."

Foto: Easykit

"Wil je een grote douche met vijf sproeiers én een groot bad? Tref dan de juiste voorzieningen. Je wil toch niet dat je regendouche beperkt blijft tot wat bescheiden motregen?"

Foto: Facq

Over het algemeen heb je twee soorten installaties om je sanitair water te verdelen. We onderscheiden de klassieke installatie en de verdeling vanuit een centrale collector.

Foto: Easykit

“95 % van de Vlamingen krijgt water binnen met te veel kalk in. Zeker wanneer je water verwarmt, krijg je snel kalkvorming. Dit zet zich vast op je kranen, in je vaatwasmachine, je wasmachine, maar vooral in je verwarmingselement, zoals je gaswandketel."

Foto: FRANKE NV

“95 % van de Vlamingen krijgt water binnen met te veel kalk in. Zeker wanneer je water verwarmt, krijg je snel kalkvorming. Een waterverzachter kan hier de oplossing bieden."

Foto: EcoWater Systems Europe

1. Te grote afstand tussen je warmwatertoestel en je kraan

“Vanaf het moment dat je je kraan opendraait, begint je gaswandketel of boiler meteen warm water te leveren. Maar op dat moment zit er nog afgekoeld water in je leidingen. Dus hoe langer de leidingen, hoe meer water eruit moet vloeien voordat je warm water hebt. Het is dus belangrijk dat de afstand tussen je warmwatertoestel en je tappunten zo klein mogelijk blijft”, geeft Van den Eynde aan.

“Hangt je ketel op zolder en ligt je badkamer op het gelijkvloers? Dan zal het vrij lang duren voordat je warm water hebt. Als de afstand tussen beide punten meer dan tien meter bedraagt, verspil je nodeloos energie en water.

Niet vergeten!

  • Plaats je warmwatertoestel op een centrale plaats. Het maakt niet uit of je water naar boven of beneden moet vloeien. Dit heeft geen invloed op je warmwatercomfort. De lengte van je leidingen wel.
  • Wist je dat een vaatwasmachine zelf warm water aanmaakt? In de keuken heb je dus in principe amper warm water nodig. Duurt het toch te lang voordat je warm water binnenkrijgt? Dan kan een kleine elektrische boiler van 10 à 15 boiler soelaas brengen.
  • Het is een binnenkopper, maar je ketel hoort binnen je geïsoleerde bouwschil. 

Klassieke installatie of centrale collector?

Over het algemeen heb je twee soorten installaties om je sanitair water te verdelen. Bij de klassieke installatie vertrekt je eerste leiding vanuit de verwarmingsketel. Van tappunt A loopt de leiding verder naar tappunt B enzovoort. 

Maar ook een centrale collector of verdeelleiding is mogelijk. Hier loopt een hoofdleiding van je warmwatertoestel naar de collector. En vanaf daar krijgt iedere leiding zijn aparte toevoer. "Een handig systeem voor doe-het-zelvers. En je hebt geen koppelingen onder de grond, zoals bij een klassieke installatie", stelt Van den Eynde. 

Opgepast voor bacteriën

Beide systemen hebben hun voordelen en aandachtspunten. Vraag uitgebreid advies hierover  bij een expert. Met één constante moet je wel altijd rekening houden: lang stilstaand water of water dat niet op de juiste temperatuur blijft, kan een broeihaard vormen voor bacteriën. Denk onder andere aan legionella. Langere leidingdelen en ongebruikte of wachtleidingen zijn hier extra gevoelig aan en kunnen de rest van je leidingen besmetten.

Gebruik je een kraan gedurende lange tijd niet? Laat het water dan sowieso een tijdje stromen voordat je er gebruik van maakt.

2. Te weinig debiet voorzien

Net als de keuken, is de badkamer vandaag veel meer dan een functionele ruimte. We eisen een pak meer comfort van onze badkamer. En daar moeten we de sanitaire installatie extra op voorzien, waarschuwt van den Eynde: “Je warmwatertoestel moet zeker het nodige debiet (het aantal liter per minuut, red.) aankunnen. Wil je een grote douche met vijf sproeiers én een groot bad? Tref dan de juiste voorzieningen. Je wil toch niet dat je regendouche beperkt blijft tot wat bescheiden motregen?”

Een juiste inschatting van je debiet is eens zo belangrijk wanneer je twee badkamers hebt. “Om twee douches lang genoeg tegelijk te voorzien van warm water volstaat een gewone gaswandketel niet. Dan tik je best een model zwaarder op de kop. De meeste merken zijn hier tegenwoordig wel op afgestemd. Ze rekenen een lager vermogen in voor verwarming - we isoleren namelijk beter - en houden wat meer over voor je sanitair warm water.”

Niet vergeten!

  • Renoveer je? Mogelijk is de toevoerleiding van je douche niet breed genoeg. “Standaardtoevoerleidingen voor douches hebben een diameter van 16 mm. Wil je straks een douche met veel water, gebruik dan een hoofdleiding van 20mm”, raadt Roel Van den Eynde aan.
  • Warmtepomp of zonneboiler? Maak je geen zorgen over te weinig warm water. Met de juiste dimensionering hoef je geen problemen te verwachten. Twee factoren zijn hier belangrijk: stem het vermogen af op het aantal personen in huis en op het aantal tappunten.  

3. Oude leidingen laten liggen

Bij grondige renovaties stoot je meestal op oude, koperen of ijzeren leidingen. “Nieuwe verwarming en elektriciteit zijn belangrijk, maar nieuwe sanitaire leidingen zijn een absolute must. Deze bestaande leidingen zitten vol kalk en vuil. Vervang deze door flexibele leidingen, hier kan niets zich aan vasthechten.”

Niet vergeten!

Ben je van plan een waterverzachter te installeren? Bij oudere, koperen leidingen bestaat het risico dat het oplossen van kalk lekken met zich meebrengt. Ook hier is vervangen de boodschap.

4. Kalk de vrije loop laten

“95 % van de Vlamingen krijgt water binnen met te veel kalk in. Zeker wanneer je water verwarmt, krijg je snel kalkvorming. Dit zet zich vast op je kranen, in je vaatwasmachine, je wasmachine, maar vooral in je verwarmingselement, zoals je gaswandketel. Het gevolg: de levensduur van je toestellen verkort drastisch en je moet meer energie opwekken om dezelfde temperatuur van water te verkrijgen. Kalk krijgt namelijk een isolerende werking binnenin je leidingen. Een waterverzachter biedt hier de oplossing.

Niet vergeten!

Is het geld even op? Tref alvast de juiste voorzieningen, zodat je achteraf gemakkelijk een waterverzachter kan bijplaatsen. Wat heb je nodig? De juiste verbindingsstukken en kranen, een stopcontact en extra afvoer. “Let wel”, waarschuwt Roel Van den Eynde, “de prijzen variëren sterk. Bestudeer dus goed je verschillende opties."

5. Niet optimaal gebruik maken van je regenwater

Ben je verplicht een regenwaterput aan te leggen? Weet dan dat je enorm kan besparen op drinkwater. “Maar we zien dat veel mensen zich nog beperken tot een aansluiting op de buitenkraan. En dit terwijl je regenwater voor veel meer toepassingen kan gebruiken.” 

Niet vergeten!

Toch heb je heel wat meer tussenstations nodig om je regenwater naar het juiste tappunt te krijgen. Wat moet je hier specifiek in de gaten houden?

  • De pomp: bovengronds of ondergronds? “Als je pomp goed bevestigd is, hoef je geen schrik te hebben voor lawaaihinder. Je pomp draait alleen als ie water vraagt. Het alternatief is een onderwaterpomp in de put zelf. Maar opgelet: dit is duurder en wat in het water staat, gaat minder lang mee dan een apparaat dat droog staat.”
  • Filters: een zand- en stoffilter en actieve koolfilter zijn belangrijk. Die laatste maakt het water geur- en kleurloos.
  • Automatische overschakeling op drinkwater bij lege put: een te kleine put die je veel moet bijvullen heeft extra baat bij een automatisch overschakeling. Manuele alternatieven zijn de tuinslang of een bijvulsysteem.
  • Belangrijk: je regenwater en stadswater moeten strikt gescheiden blijven.

 

Heb jij nog goede tips die iedere zichzelf respecterende zelfbouwer moet weten? Vertel het ons via redactie@livios.be !