Wat kost een serre?

Foto: ACD

De goedkoopste serre bestaat uit een stalen of aluminium constructie overdekt met folie.

Foto: ACD

Platen uit polycarbonaat bestaan uit dubbelwandige kunststofplaten met kanalen en zijn praktisch onbreekbaar.

Foto: ACD

Veiligheidsglas is het materiaal bij uitstek voor iemand die dagelijks in zijn serre vertoeft. Het is lichtdoorlatend, duurzaam en onderhoudsvriendelijk.

Foto: ACD

Onze lentes en zomers zijn onvoorspelbaar en beperken vaak de kweekperiodes in de tuin. Daarom droomt elke moestuinier van een serre. Zo kan je langer genieten van je eigen groenten en fruit. Hoeveel kost deze investering? Wij vroegen het aan de Belgische serrefabrikant ACD.

Welk materiaal voor het frame?

“Een serre bestaat uit een draagstructuur en een materiaal om de serre dicht te maken. Een frame bestaat uit staal, aluminium, plastiek of hout. Het meest gebruikte materiaal is aluminium. Het is heel duurzaam, roest niet en vraagt weinig onderhoud,” vertellen ze bij ACD. 

Houten serres zijn eerder een uitzondering door de hoge kostprijs. Bovendien is niet elke houtsoort bestand tegen vocht en temperatuurverschillen. Een houten serre met bijvoorbeeld een oppervlakte van 3,5 m² vind je vanaf 2.400 euro. Wij focussen ons verder op de serres met een aluminiumframe.

Lees ook hoe je het meeste uit je serre haalt

Kunststof: folie in polythyleen

ACD zet ons op weg: “De goedkoopste manier is een serre bestaande uit een stalen of aluminium constructie overdekt met folie (zonder ramen). Je kan deze tunnelserre makkelijk zelf plaatsen en er is geen risico op glasbreuk. Nadelen zijn de lagere isolatiewaarde, lagere lichtdoorlaatbaarheid en de windgevoeligheid. Hoe lang een folie meegaat, hangt af van de uv-bestendigheid en de dikte van de folie.”

“Voor een folieserre van 4 tot 18 m² en een hoogte van 2,4 m lopen de prijzen van 180 tot 799 euro op, afhankelijk van de kwaliteit van de folie. Let vooral op de beluchtingsmogelijkheden en stevigheid van het frame. Kijk ook of de levering van de tunnel in de prijs inbegrepen is.”

Polycarbonaat

“Vroeger werd polycarbonaat in hagelgevoelige regio’s gebruikt om glasbreuk te voorkomen. De platen bestaan uit dubbelwandige kunststofplaten met kanalen en zijn praktisch onbreekbaar. Een nadeel is de algenvorming in de kanalen waardoor ze groen worden en het licht nog moeilijk doorkan,” volgens ACD.

Voor een serre uit polycarbonaat met een oppervlakte van 3,8 tot 9,9 m² kom je gemiddeld op een prijs tussen 650 en 1.200 euro.

Tuinbouwglas

“Nog beter is tuinbouwglas, omdat het niet onderhevig is aan slijtage door weerelementen. Bovendien is het tot 90 % lichtdoorlatend. De sterkte van het glas is afhankelijk van de dikte, 3 of 4 mm. Glas is een pak zwaarder dan folie of polycarbonaat, waardoor de sterkte van het frame belangrijk is.”

Voor een serre met tuinbouwbeglazing met een oppervlakte tussen 3,8 en 9,9 m² betaal je 590 à 1.000 euro.

Veiligheidsglas

“Veiligheidsglas is het materiaal bij uitstek voor iemand die dagelijks in zijn serre vertoeft. Het is vijf tot zeven keer sterker dan tuindersglas. Bovendien heeft het stompe randen waardoor snijwonden uitgesloten zijn tijdens de montage. Verder is het ook lichtdoorlatend, duurzaam en onderhoudsvriendelijk.”

Voor een instapmodel van een glazen serre met een oppervlakte van 3,56 tot 9,12 m² betaal je gemiddeld 650 euro à 1.100 euro. Voor een kwaliteitsserre is dit 1.100 euro à 1.800 euro.