Wetenschappelijke classificatie van natuursteen

Dé natuursteen bestaat niet. Het is een verzamelnaam voor tal van soorten met elk hun specifieke eigenschappen. Om het overzicht te bewaren, zijn deze types in een aantal soorten onderverdeeld volgens bepaalde classificaties en normen.

Foto: Beltrami NV  
Foto: Beltrami NV  
Foto: Beltrami NV  
Foto: Beltrami NV  

Deze normen hebben als nadeel dat ze bijna alleen begrijpelijk zijn voor geologen en petrografen, maar ze geven wel een directe indicatie van de eigenschappen en de samenstelling van de natuursteen. Wetenschappelijk zijn er drie grote groepen natuurstenen: magmatische gesteenten, sedimentaire gesteenten en metamorfe gesteenten. Ze hebben duidelijke verschillen in uitzicht en eigenschappen. 

Magmatische gesteenten of stollingsgesteenten

Magmatische gesteenten ontstaan door uitharden van vloeibaar 'gesteente' (lava) in of op de aardkorst. Afhankelijk van de plaats van uitharden worden drie groepen onderscheiden: uitvloeiingsgesteenten, gang-gesteenten en dieptegesteenten.

  • Uitvloeiingsgesteenten zijn uitgehard aan het aardoppervlak. Magma kan uit het binnenste van de aarde aan het aardoppervlak komen (lava). Na bijvoorbeeld een vulkaanuitbarsting zal de lava snel afkoelen en verharden. Dit resulteert in natuurstenen met bijna geen zichtbare mineralen (zeer fijnkorrelige textuur). Luchtbelinsluitsels kunnen voorkomen. Uitvloeiingsgesteenten zijn meestal gelijkmatig van uiterlijk en samenstelling. Tot deze groep behoren bijvoorbeeld de basalten.
  • Dieptegesteenten zijn geleidelijk afgekoeld en onder grote, constante druk gevormd diep in de aardkorst. Dit resulteert in grofkorrelige gesteenten, met duidelijk waarneembare kristallen. Uiterlijk en samenstelling van dieptegesteenten zijn regelmatig, maar stenen kunnen onderling sterk in uiterlijk verschillen. Voorbeelden zijn de granieten.
  • Ganggesteenten zijn geleidelijk afgekoeld en onder grote, constante druk verhard in breuken of spleten in de aardkorst. Het stollingsproces is sneller verlopen dan bij de dieptegesteenten. Dit resulteert in min of meer grofkorrelige gesteenten. Voorbeelden zijn de porfieren.

Sedimentaire gesteenten of afzettingsgesteenten

De sedimentaire gesteenten zijn onstaan door bezinking of afzetting van afbraakmaterialen, residuaire, colloïdale of opgeloste materialen, die door water werden meegevoerd aan het aardoppervlak. Deze materialen zijn afkomstig van de verwering van magmatische, metamorfe of oudere sedimentaire gesteenten. De sedimentaire afzettingen, die aanvankelijk onsamenhangend waren (denk maar aan zand in woestijnen of op het strand), zijn vaak geconsolideerd door aaneenkitting van de korrels onder invloed van diverse factoren.

Het hoofdkenmerk van sedimentaire gesteenten is dat ze zich doorgaans afzetten in de vorm van evenwijdige opeenvolgende lagen. De dikte en samenstelling van deze lagen kunnen variëren. De gelaagdheid komt tot uiting door verschillen in kleur, samenstelling, korrelgrootte en textuur. Iedere laag is van de aangrenzende gescheiden door een onderbroken oppervlak, laagvlak genoemd. Gelaagde gesteenten breken veel gemakkelijker volgens deze vlakken. Onder de sedimentaire gesteenten onderscheidt men detritische gesteenten (afzettingsgesteenten) en fysico-chemische of biogene gesteenten.

  • Detritische gesteenten onstaan door opeenstapeling van gesteente-afval dat van het aardoppervlak afkomstig is. Voorbeelden hiervan zijn o.a. zandstenen en sommige kalkstenen.
  • Fysico-chemische of biogene gesteenten ontstaan voornamelijk door neerslag van zeer fijnkorrelige partikels uit verzadigd water. De kalkstenen (bijvoorbeeld travertijn) ontstaan bijvoorbeeld door neerslag van kalk uit met kalk verzadigd water.

Metamorfe gesteenten

Door omzetting van sedimentaire gesteenten, andere metamorfe gesteenten of magmatische gesteenten bij hoge temperatuur en/of druk (zoals bij een gebergtevorming) worden metamorfe gesteenten gevormd. Bij die omzetting vindt een fysico-chemische wijziging plaats van de elementen, soms met een grote verandering van hun mineralogische samenstelling (ontstaan van nieuwe mineralen) en hun uitzicht (bijzondere textuur en structuur) tot gevolg. Door deze omzetting veranderen de eigenschappen van de oorspronkelijke gesteenten. Voorbeelden van metamorfe gesteenten:

  • een kwartsiet ontstaat door omzetting van een zandsteen (sedimentair gesteente)
  • een marmer onstaat door omzetting van een kalksteen (sedimentair gesteente

Bron: www.beltrami.be