De watertoets bij stedenbouwkundige vergunningen

Voorkomen van bebouwing in overstromingsgevoelige gebieden

Enkele jaren geleden heeft de Vlaamse regering de watertoets in het leven geroepen om elke bouwvergunningsaanvraag aan een kritische beoordeling te onderwerpen qua waterhuishouding en het gevaar op onder meer overstroming te voorkomen. Niet evident, is afgelopen weekend nog eens gebleken.

Foto: Wildhagen  

Op 20 juli 2006 keurde de Vlaamse regering het uitvoeringsbesluit voor de watertoets definitief goed. Het dient om vast te stellen of een locatie vanuit het perspectief van waterbeheer en overstromingsrisico’s geschikt is voor bebouwing. Specifiek voor vergunningen geeft dit uitvoeringsbesluit aan welke instanties als adviesverlener optreden en hoe de adviesprocedure verloopt.

Wanneer wordt de watertoets toegepast?

De watertoets wordt toegepast op alle overheidsbeslissingen inzake vergunningen, plannen of programma’s. Het begrip vergunning werd in het oorspronkelijk decreet rond het Integraal Waterbeleid niet verder omschreven, maar men heeft gekozen voor een ruime omschrijving omdat het waterbeleid nu eenmaal een ruim toepassingsgebied heeft.
Daardoor zal in principe iedere aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning of een milieuvergunning voor de goedkeuring ervan aan de watertoets moeten onderworpen worden. Hierdoor doet de watertoets dienst als een belangrijk preventief instrument op het vlak van vroegtijdige informatieverstrekking en afweging.

Wat houdt de watertoets in?

De watertoets kan je opvatten als het proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de mogelijke schadelijke effecten van plannen, programma’s of vergunningsbesluiten op het watersysteem.
Toont de watertoets aan dat de geplande aanvraag duidelijke schade kan veroorzaken, dan moet men zoeken naar alternatieven of compenserende maatregelen. De beslissende overheid zal in de eerste plaats voorwaarden opleggen om schade te vermijden of om schade zoveel mogelijk te beperken. Kan dit niet, dan zullen de opgelegde maatregelen gericht zijn op het herstellen van de veroorzaakte schade.

Is er (in uitzonderlijke gevallen) geen aanvaardbare remedie of een alternatief mogelijk, dan zit er niets anders op dan de vergunningsaanvraag te weigeren. Het doel van de watertoets is immers schadelijke effecten voorkomen of zo veel mogelijk beperken, of om in laatste instantie de schade te herstellen.

Wie voert de watertoets uit?

De overheid die zich over de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag moet uitspreken, zal ook de nodige aandacht schenken aan de uitvoering van de watertoets. In bepaalde gevallen zal ze zich hierbij laten bijstaan door het advies van de betrokken waterbeheerder.

Wat houdt het wateradvies in?

Om zich grondig te informeren over de mogelijke watersysteemschade van een vergunning, kan de overheid advies vragen aan de betrokken waterbeheerder(s). Dit zijn diensten van de Vlaamse overheid, de provincies, de gemeenten, de polders en de wateringen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud van waterlopen of grondwater. In hun advies kunnen zij aanbevelingen formuleren om de geplande bouwwerken bij te sturen met als doel het vermijden, beperken, herstellen of compenseren van verwachte schade.

De adviesperiode bedraagt 30 kalenderdagen en is afgestemd op de bestaande adviestermijnen. De adviestermijn is zo bepaald dat de bestaande procedures in geen geval vertraging zullen oplopen door de watertoetsregeling.
Als de adviestermijn zou verstreken zijn zonder dat er een advies is tussengekomen, mag men aan de adviesvereiste van de waterbeheerder(s) voorbijgaan.

Is het vragen van een advies verplicht?

In bepaalde gevallen wel. Zolang er nog geen stroomgebiedbeheersplannen of (deel)bekkenbeheerplannen goedgekeurd zijn en er bij de betrokken overheid twijfel bestaat over mogelijke schade en de te nemen maatregelen, moet men advies vragen.
Het is aan de overheid om te oordelen of er twijfel bestaat. Neemt de betrokken overheid onnodige risico’s en handelt zij onzorgvuldig, dan dreigt haar aansprakelijkheid in het gedrang te komen. Advies vragen bij de daartoe aangewezen instantie zal in dergelijk geval dan ook dikwijls onmisbaar zijn.

De waterparagraaf

Bij het nemen van een beslissing of besluit is de vergunningverlenende overheid onderworpen aan de uitdrukkelijke motiveringsverplichting. Deze motivering wordt in de beslissing zelf opgenomen. Maar motiveren door verwijzing naar andere stukken, zoals het wateradvies, kan nog steeds.
De motiveringsplicht houdt in dat men moet vermelden welke juridische en feitelijke overwegingen aan de basis liggen van een beslissing. Bij de motivering is echter geen overdreven formalisme vereist: men hoeft niet te verwijzen naar gegevens die de bestuurder al kent. Evenmin verwijst men naar evidenties en is het niet nodig om motieven uit de voorbereidende handelingen over te nemen.

De adviezen zijn niet-bindend, maar de motiveringsplicht houdt wel in dat de overheid in haar ‘waterparagraaf’ enkel van het advies kan afwijken indien zij daar argumenten voor aanbrengt.
In de waterparagraaf vermeldt de vergunningverlenende overheid op een gemotiveerde wijze of er schade aan het watersysteem zou kunnen ontstaan. Worden er schadelijke effecten verwacht, dan beschrijft de vergunningverlener welke voorwaarden opgelegd worden aan de stedenbouwkundige vergunning om die effecten te vermijden, te beperken, te herstellen of te compenseren. Zou de beslissing van de vergunningverlenende overheid afwijken van het uitgebrachte advies van de betrokken waterbeheerder(s), dan komt dat in deze waterparagraaf aan bod.
Blijkt er echter geen schade aan het watersysteem te ontstaan, dan volstaat een korte formulering.

Is de watertoets overal van toepassing?

Ja, de watertoets is een zogenaamde horizontale maatregel, die overal geldt ongeacht de bestemming van de gronden waarvoor men een stedenbouwkundige vergunning heeft aangevraagd.

Mag men nog bouwen in overstromingsgevoelige gebieden?

In principe niet, ook al kunnen er hierop uitzonderingen zijn afhankelijk van de omvang van het probleem. Het is aan de waterbeheerders om de risico’s in te schatten.
Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat een nieuwbouw in een bijna volgebouwde verkaveling toegelaten wordt (echter onder zeer strikte voorwaarden), ook al ligt die verkaveling in een overstromingsgevoelig gebied. Uiteraard blijft daar het risico op schade door overstromingen even groot. Daarom heeft men er als bouwheer alle belang bij om overstromingsvrij te bouwen.

Hoe de watertoets doorstaan?

De bouwheer, zijn architect of ontwerper wordt aangeraden om, in een zo vroeg mogelijk stadium rekening te houden met de richtlijnen en de kaarten die horen bij het Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006. Op die manier vermijdt men dat men bij de aankoop van een grond of het indienen van een aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor onverwachte verrassingen komt te staan. Een overstromingsgevoelig of een ander gevoelig gebied kan gevolgen hebben voor een bouwproject.
Een (nieuwbouw)project dat niet in een watergevoelig gebied is gelegen, zal in de meeste gevallen de watertoets doorstaan wanneer het voldoet aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening van 1 oktober 2004 inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

www.watertoets.be

Bostoen

Bostoen
  • Nieuwbouw
  • Modern/Hedendaags
  • Traditioneel
Bekijk woning

Thuis Best Woningbouw

Thuis Best Woningbouw
  • Nieuwbouw
  • Rustiek/Klassiek
  • Traditioneel
Bekijk woning

Producten

Vind een energiedeskundige (EPC, EPB, EAP,..) in uw buurt

Kadaster

Vind een energiedeskundige (EPC, EPB, EAP,..) in uw buurt

Bouwen of verbouwen? Vraag je gratis publicaties aan.

Vlaams Energieagentschap (VEA)

Bouwen of verbouwen? Vraag je gratis publicaties aan.