Coupe advocaat: De vergoeding bij opzeg van een niet-aangevangen huurovereenkomst

Foto: Vandersanden  

Livios ontrafelt iedere maand een spraakmakend juridisch bouwonderwerp in samenwerking met advocatenkantoor Dehaese & Dehaese. Deze keer gaan we dieper in op de vergoeding bij de opzeg van een huurcontract dat zelfs nog niet is begonnen.

De feiten

Een man is dringend op zoek naar een nieuwe woning voor zijn grote gezin. Op 27 juni slaagt hij erin om een mevrouw een door hem opgestelde huurovereenkomst te laten ondertekenen. Nochtans wenst de dame in kwestie haar woning eigenlijk pas na de uitvoering van de brandveiligheidswerken te verhuren.

De dame beseft meteen dat zij zich door de kandidaat-huurder tegen haar zin liet overhalen tot ondertekening van de overeenkomst die op 1 juli zou aanvangen. Zij biedt zich op 28 juni bij de huurder aan en zegt de huurovereenkomst op. Intussen had de huurder zijn huidige woning reeds opgezegd. Bijgevolg dient hij en zijn gezin een maand in zijn handelszaak te logeren vooraleer er een nieuwe geschikte huurwoning werd gevonden.

Deze huurder dagvaardt de dame en vordert conform de Woninghuurwet een verbrekingsvergoeding van negen maanden huur: 5.175 euro.

Het oordeel van de Rechtbank

De Vrederechter oordeelt dat de huurder ten onrechte een verbrekingsvergoeding van 9 maanden huur vordert. De bepaling van de Woninghuurwet waarop de huurder zich baseert, regelt enkel de verbrekingsvergoeding die de verhuurder verschuldigd is wanneer de huur verbroken wordt bij het verstrijken van de eerste en de tweede driejarige periode.

Dit is volgens de Vrederechter echter niet het geval nu de woninghuur verbroken werd nog vooraleer de huur daadwerkelijk begon. Wel maakte de dame een fout door de huurovereenkomst onrechtmatig te beëindigen waardoor de huurder schade leed.

De Vrederechter veroordeelt de dame tot betaling van een naar billijkheid vastgestelde verbrekingsvergoeding gelijk aan drie maanden huur, zijnde 1.725 euro.

Gouden Raad

Twee wettelijk omschreven gevallen uitgezonderd kan een verhuurder een aangevangen huurovereenkomst conform de Woninghuurwet slechts beëindigen bij het verstrijken van elke driejarige periode. De huurovereenkomst dient zes maanden op voorhand te worden opgezegd en aan de opgezegde huurder komt een verbrekingsvergoeding toe gelijk aan negen dan wel zes maanden huur indien deze verbroken wordt na het verstrijken van de eerste, respectievelijk de tweede driejarige periode.

In de Woninghuurwet is geen sanctie voorzien voor de foutieve opzegging van een niet-aangevangen huurovereenkomst. In zo’n geval zal het de Vrederechter zijn die bij gebreke aan akkoord tussen de partijen naar billijkheid een vergoeding zal begroten die de schade van de opgezegde partij dekt.

Men kan echter de tussenkomst van de Vrederechter vermijden door vooraf duidelijkheid te scheppen over het prijskaartje van een opzegging voor aanvang van de huurovereenkomst. Dit kan door de kost van een dergelijke opzegging in de huurovereenkomst op te nemen.

Arkana

Arkana
  • Nieuwbouw
  • Modern/Hedendaags
  • Houtskeletbouw
Bekijk woning

Concrete House

Concrete House
  • Nieuwbouw
  • Modern/Hedendaags
  • Betonbouw
Bekijk woning

Producten

Makelaarsovereenkomsten

Monard Law

Makelaarsovereenkomsten

Bouwrecht en onroerend goed - adviesverlening

Dehaese & Dehaese advocatenkantoor bvba

Bouwrecht en onroerend goed - adviesverlening