Schaven, raspen en vijlen

 

Wie regelmatig hout (maar ook andere materialen) wil bewerken moet ongetwijfeld goed overweg kunnen met schaaf, rasp en vijl. Deze drie gereedschappen zijn ontworpen om via een op-en-neergaande beweging stukjes materiaal weg te nemen.

Materiaal:Gereedschap:
  • Schaaf
  • Rasp
  • Vijl
  • Meetgereedschap
  • Waterpas
  • Potlood

Stap 1: Schaaf, rasp of vijl kiezen

  • Hoewel ze allemaal volgens een gelijkaardig principe werken, is het toch belangrijk dat je het juiste instrument voor de juiste klus gebruikt.

Schaaf

  • Dit gereedschap bestaat uit een blok (uit metaal of kunststof) waarin een beitel schuin is bevestigd, zodat het snijvlak ietwat uitsteekt. Dit is hét gereedschap voor het bewerken van lange (houten) randen.
  • Door de schaaf over het te bewerken materiaal naar voren te bewegen, neem je materiaal weg.
  • Hoe minder de beitel aan de onderkant van de schaaf uitsteekt, hoe fijner het schaafwerk zal zijn, maar hoe langer je zal moeten schaven om een bepaalde hoeveelheid materiaal weg te nemen. ? De diepte van de beitel kan je zelf manueel instellen. Raadpleeg hiervoor de gebruiksaanwijzing van de schaaf.
  • Met de moderne elektrische schaafmachines kan je tot op de millimeter nauwkeurig werken en bijvoorbeeld eenvoudig zelf een sponning maken in een omlijsting van een schilderij.

Opgelet. Een elektrische schaaf neemt zeer snel materiaal weg. Doe vooraf een test op een gelijkaardig stuk hout. Vooral de eerste aanzet van de schaaf vraagt wat behendigheid.

Rasp

  • Van op een afstand lijkt de ‘tweehandige’ rasp of de schaafrasp veel op de schaaf. Grootste verschil is dat nagenoeg de volledige onderkant door het snijblad wordt ingenomen, waar bij de schaaf maar een klein gedeelte uitsteekt van de beitel.
  • Er is ook een rasp met een enkel handvat in de vorm van een steel. Die bedien je met één hand.
  • Je gebruikt een rasp vooral om welvingen te maken in hout. Men gebruikt een rasp ook vaak voor het bewerken van kopse kanten, terwijl de schaaf best meeloopt met de nerf van het hout.
  • Het snijblad van een ‘tweehandige’ rasp kan je vervangen. Zo kan je, afhankelijk van het type materiaal (zacht hout, hard hout, …) en de hoeveelheid weg te nemen materiaal, kiezen voor grovere of fijnere snijbladen. Algemeen geldt: hoe fijner het snijblad, hoe makkelijker je kan werken met de rasp.

Vijl (voor ijzerbewerking)

  • De vijl wordt gebruikt om materialen met een schurende beweging te bewerken. De meest gangbare vijlen zijn tegenwoordig vervaardigd uit staal en beschikken naargelang hun toepassingsgebied over een andere structuur of vorm.
  • Van sommige vijlen is het heft afneembaar, zodat je het vijlblad kan vervangen.
  • Wat de vorm van het vijlblad betreft, onderscheiden we onder meer volgende vormen: plat (geschikt voor metaalbewerking), platrond (zodat je makkelijk rondingen kan uitvijlen), rond (flexibele vijl voor rondingen), trapeziumvormig (voor hoekige toepassingen) en vierkant (om makkelijk in hoeken te kunnen vijlen).
  • Een nog belangrijkere indeling is die op basis van de structuur van het vijlblad:
    • Zoete vijl: deze vijl heeft een heel fijne structuur. Ze is dan ook vooral geschikt bij secure handelingen, waarbij er geleidelijk aan materiaal wordt afgevijld.
    • Halfzoete vijl: de structuur van het blad is hier grof noch fijn. De halfzoete vijl is daarom inzetbaar voor het wegvijlen van grotere stukken materiaal, waarbij toch de nodige voorzichtigheid geboden is.
    • Bastaardvijl: dit is de grove borstel onder de vijlen. Wie een grote hoeveelheid materiaal moet verwijderen, zonder al te veel millimeterwerk, grijpt best meteen naar de bastaardvijl.

Stap 2: materiaal bewerken

Schaven

  • Zorg dat je werkstuk goed vast zit en controleer of de beitel van de schaaf nog scherp is. Zoniet, moet je hem vervangen of slijpen.
  • Teken indien mogelijk met potlood of een kruishout af tot waar je materiaal dient weg te halen. Dit helpt voor controle.
  • Stel de snijdiepte niet te diep in, ook al moet je veel materiaal wegnemen. Meerdere dunne lagen wegschaven, gaat vlotter dan in één keer een dikke laag proberen weg te nemen.
  • Druk de schaaf over de volledige lengte tegen het materiaal en beweeg de schaaf krachtig naar voren.
  • In het begin zet je meer druk op de voorkant van de schaaf. Op het einde van de beweging ligt de druk op de achterkant. Zo ontstaat een vloeiende schaafbeweging.
  • Blijf herhalen tot het gewenste resultaat is bereikt. Meet je werk regelmatig na.

Raspen

  • Zorg dat je werkstuk goed vast zit en controleer of het snijblad van de rasp nog scherp is. Zoniet, moet je het vervangen.
  • Druk de rasp over de volledige lengte tegen het materiaal en beweeg ze krachtig naar voren.
  • In het begin zet je meer druk op de voorkant van de rasp. Op het einde van de beweging ligt de druk op de achterkant. Zo ontstaat een vloeiende raspbeweging.
  • Blijf herhalen tot het gewenste resultaat is bereikt. Meet je werk regelmatig na.
  • Werk je met een eenhandige rasp, laat je vrije hand dan niet binnen het bereik van de rasp rusten om verwondingen te voorkomen.

Vijlen

  • Zorg dat je werkstuk goed vast zit en controleer of de vijl nog in goede staat verkeert. Anders moet je ze vervangen.
  • Houd het heft van de vijl vast, leg het vijlblad op het werkstuk en laat de wijs- en middelvinger van je vrije hand op het uiteinde van het vijlblad rusten.
  • Druk de vijl in een vloeiende, ronde beweging over het werkstuk. Verplaats de druk van voren naar achteren.
  • Vijl door tot de gewenste hoeveelheid materiaal is verwijderd. Meet je werk regelmatig na.