Solderen

 

Solderen is een techniek om metalen te verbinden. Om te solderen heb je een soldeervloeimiddel (flux), een soldeerbout, -brander of –pistool nodig en soldeermetaal (draad of staaf). Dat metaal is een legering of mengsel van vooral lood en tin. Er bestaan verschillende mengsels naargelang de toepassing.
Opgelet: niet alle metalen kan je solderen. Aluminium (behalve na toevoeging vloeimiddel) en verchroomde metalen lukken niet.

Vloeibaar soldeermiddel kan spatten. Draag daarom altijd een veiligheidsbril om je ogen te beschermen en draag werkhandschoenen.

Materiaal:Gereedschap:
  • Soldeervloeimiddel
  • Soldeerdraad
  • Soldeerboutreiniger
  • Schuurpapier
  • Veiligheidsbril
  • Werkhandschoenen
  • Soldeerbout
  • Gasbrander

Stap 1: soldeeroppervlak reinigen

  • Voor een goede hechting is het belangrijk dat het te solderen oppervlak heel proper is. Verf, vuil, vet, oxides… zijn taboe.
  • Schuur de verbindingsstukken schoon. Verwijder eventuele bramen.
  • Gebruik een vloeimiddel of soldeerpasta om oxides te verwijderen. Dit vloeimiddel reinigt tijdens het solderen de soldeerplaats en zorgt ervoor dat het gesmolten soldeer in de soldeernaad kan vloeien en zich beter kan hechten.
  • Voor elk metaal bestaat er een aangepast vloeimiddel. Zo is voor roestvast staal een relatief agressief middel nodig om de oxidehuid te verwijderen, terwijl dit vloeimiddel voor koper dan weer veel te sterk is. Gebruik 'voor de zekerheid' nooit een sterker vloeimiddel, want dit kan het metaal aantasten (corrosie).
  • Vloeimiddelen zijn te verkrijgen in pastavorm en vloeibare vorm. Soms is het vloeimiddel al in de vorm van hars in de soldeerdraad aanwezig (harskern soldeer). Alleen bij kleine puntverbindingen van tin of schoon koper is een harskern voldoende om de omgeving oxidevrij te maken. Gebruik altijd een vloeimiddel bij grotere verbindingen.

Bij het solderen van drinkwaterleidingen is het belangrijk dat je loodvrij soldeersel gebruikt!

Stap 2: hard of zacht solderen?

  • Er is een verschil tussen hard en zacht solderen. Belangrijk hierbij is de hitte bij het smelten van de verbinding en de functie van het te solderen materiaal.

Zacht

  • De temperatuur loopt op tot 450 graden.
  • Gebeurt bij waterleidingen, cv-installaties en elektrische bedrading.
  • Het soldeersel bestaat uit tin en afhankelijk van de toepassing is het aangevuld met lood en soms zilver.
  • Het solderen gebeurt vooral met een soldeerbout of soldeerpistool.

Hard

  • De temperatuur kan oplopen tot 700 graden.
  • Voor verbindingen die een zware belasting moeten ondergaan zoals machines of fietsonderdelen.
  • Het soldeersel bestaat uit zink, zilver en koper.
  • Ook nodig voor verbindingen die door hun werkingsproces kunnen verhitten tot 175 graden en meer. Denk maar aan assen van motoren.
  • Gebruik hardsoldeerpoeder als vloeimiddel en zilverhard soldeer als soldeermetaal.
  • Het solderen gebeurt met een gasbrander.

Stap 3 : solderen

  • Voor elke toepassing heb je andere soldeerdraad nodig. Vraag ernaar in de winkel.
  • Om de smeltpunten voor zowel hard als zacht solderen te bereiken, verhit je het werkstuk gelijkmatig.

Zacht

  • Als het soldeersel begint te smelten, houd je het op de naad van de verbinding.
  • Verwijder de soldeerbout pas als de naad volledig dicht is.
  • Laat afkoelen. Gebruik geen water om het afkoelingsproces te versnellen. Dit is nefast voor de verbinding.
  • Maak tot slot de soldeerstiften of –pistolen schoon. Wrijf ze af met een vochtig doekje, maar ga ze nooit te lijf met een vijl, schuurpapier of chemicaliën.

Hard

  • De hitte is bij hard solderen nog een stuk belangrijker. Regel je gasbrander dan ook minutieus af.
  • Verhit de twee te verbinden delen.
  • IJzer en staal moeten helderrood kleuren voordat je het soldeersel mag aanbrengen. Koper is geschikt bij een donkerrode kleur.
  • Blijf verhitten als je het soldeersel aanbrengt, maar richt op de te verbinden onderdelen en niet op het soldeersel.
  • Laat afkoelen en veeg het overtollige soldeersel weg.