OPINIE: “Koppel registratierechten aan verbruik en ligging"

Zonder ongelukken vallen de registratierechten bij de aankoop van een woning binnenkort terug tot één tarief. Waar we nu nog een klein (5%) of groot (10%) beschrijf betalen, afhankelijk van het kadastraal inkomen, is dat straks standaard 7%. Een ingreep die nodig was. Maar tegelijkertijd ook een gemiste kans, klinkt het bij Rik Neven, hoofd van bouwwebsite Architectura.be.

Rik Neven: "Iedereen weet dat het merendeel van de bevolking zijn gedrag pas zal aanpassen als hij het voelt in zijn portemonnee. En liefst onmiddellijk, want daar wringt het schoentje bij de investeringen in isolatie en in energiezuinige technieken."

Het zou een prima zet geweest zijn om het percentage van de registratierechten niet langer te afhangen van de kostprijs van de woning, maar wel van het S-peil of de energiezuinigheid van de woning.

Foto: UNILIN  

Nog interessanter zou het worden als het percentage van de registratierechten ook afhankelijk zou zijn van de ligging van de woning.

Het mechanisme om fiscaliteit te koppelen aan de ecologische footprint kan je bovendien ook doortrekken in het innen van de onroerende voorheffing.

Wie? 

Rik Neven is voormalig hoofdredacteur van Livios en Verstandig Bouwen. Vandaag is hij zaakvoerder van architectenplatform Architectura.be en staat hij aan het hoofd van zijn eigen redactiebureau.

De Vlaamse regering hervormde tijdens de kerstvakantie het systeem van de registratierechten. Eindelijk zou je denken. Maar waarom maakte ze niet van de gelegenheid gebruik om wonen in een energiezuinige woning of op een ‘verantwoorde’ locatie fiscaal interessanter te maken? Dringt het echt nog niet tot de gezagsdragers door dat het al vijf voor twaalf voorbij is met de klimaatproblematiek en de inname van open ruimte?

“Passen ons pas aan als we het voelen in portemonnee”

Het systeem van klein en groot beschrijf was zeker aan hervorming toe. Op zich is het dus een goede zaak van de overheid om dat te hervormen. Het resultaat is een verschuiving van de lasten die zou moeten resulteren in een budgetneutraal systeem die de overheid evenveel zal opbrengen als bij het vorige systeem. Mensen die een doorsnee huis kopen, betalen iets minder registratierechten dan voordien. Mensen die een goedkope woning kopen, betalen straks iets meer aan registratierechten, net als mensen die een tweede woning kopen.

Toch is dit een gemiste kans, want deze hervorming was een ideale gelegenheid geweest om te tonen dat het deze regering menens is met de klimaatdoelstelling en met het vrijwaren van de open ruimte.

Iedereen weet dat het merendeel van de bevolking zijn gedrag pas zal aanpassen als hij het voelt in zijn portemonnee. En liefst onmiddellijk, want daar wringt het schoentje bij de investeringen in isolatie en in energiezuinige technieken. Die kosten verdien je op termijn zeker terug, maar daar heb je geen boodschap aan als je het geld voor bijkomende dakisolatie of een warmtepomp op dat moment niet ter beschikking hebt.

Registratierechten koppelen aan S-peil, energiezuinigheid…

Daarom had de hervorming van de registratierechten een ideale fiscale hefboom kunnen zijn om energiezuinige woningen al van bij de aankoop financieel interessanter te maken. Het zou dus een prima zet geweest zijn om het percentage van de registratierechten niet langer te afhangen van de kostprijs van de woning, maar wel van het S-peil of de energiezuinigheid van de woning.

Dat is een win-winsituatie voor alle partijen. Eerst en vooral voor de kopers, want zij worden al bij de aankoop beloond om te kiezen voor een energiezuinige woning. Maar ook voor de eigenaars. Als zij geïnvesteerd hebben in isolatie en energiezuinige technieken zullen zij hun woning later gemakkelijker verkocht krijgen.

… en aan locatie

Nog interessanter zou het worden als het percentage van de registratierechten ook afhankelijk zou zijn van de ligging van de woning. Energiezuinigheid is namelijk maar één aspect dat de ecologische voetafdruk van een woning bepaalt. Zeker zo belangrijk is de ligging.

Onder impuls van Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck heeft de Vlaamse regering al laten weten dat ze wil inzetten op efficiënter ruimtegebruik, verdichting en kernversterking en dat ze anderzijds de inname van de open ruimte een halt wil toeroepen. Die intentie heeft de regering vertaald in de veel besproken betonstop. Maar die wordt door de bevolking niet altijd juist begrepen. Iedereen die begaan is met het vrijwaren van de open ruimte juicht de betonstop toe, maar velen vragen zich af hoe de overheid dat in de praktijk zal brengen.

Om de betonstop in gang te zetten, zou de hervorming van de registratierechten een ideaal instrument zijn. Beloon de mensen die een woonst kopen in een stads- of dorpskern en die goed gelegen is qua mobiliteit door hen minder registratierechten te laten betalen dan iemand die op een verkaveling op het platteland gaat wonen. Zo kon de regering laten zien dat het menens is met de betonstop en kon ze de eerste stappen zetten om die voornemens in de praktijk om te zetten.

Onroerende voorheffing verlagen

Het mechanisme om fiscaliteit te koppelen aan de ecologische footprint kan je bovendien ook doortrekken in het innen van de onroerende voorheffing. Op dit moment wordt de jaarlijkse onroerende voorheffing enkel bepaald in functie van het hopeloos verouderde kadastraal inkomen dat op zijn beurt afhankelijk is van de potentiële huurwaarde van de woning. Hoe meer huurgeld je zou kunnen vragen, hoe meer onroerende voorheffing je elk jaar betaalt aan de staat.

Waarom die jaarlijkse belasting niet laten afhangen van het energieverbruik van de woning? Dat zou een niet te onderschatten stimulans vormen om te investeren in energiezuinige technieken. Idem voor de ligging van de woning. Waarom belonen we de mensen die gaan wonen in dorps- en stadskernen niet door hun jaarlijkse onroerende voorheffing te verlagen?

Samengevat: de overheid heeft ambitieuze doelstellingen geformuleerd inzake energiebesparing en ruimte-inname. Waarom gebruikt ze dan de beschikbare instrumenten niet om dit in de praktijk te brengen? De aanpassing van de registratierechten vormt wat dit betreft zonder meer een gemiste kans.