De registratierechten

De registratierechten - heel vaak 'schrijfgeld' genoemd - zijn de kosten die men betaalt bij de aankoop van een onroerend goed. Hoe hoger het aankoopbedrag, hoe hoger het schrijfgeld. Sinds juni 2018 zijn de registratierechten in Vlaanderen hervormd. In Wallonië en het Brussel Hoofdstedelijk Gewest werden de rechten begin 2017 en 2018 al herzien.

Op iedere aankoop van een onroerend goed heft de Staat een belasting in de vorm van registratierechten. Deze rechten verschillen in Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De registratierechten verschillen in Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Foto: Thinkstock  

Vlaanderen

Vanaf 1 juni 2018 zijn de registratierechten in Vlaanderen hervormd. Voordien sprak men voor kleine woningen met een kadastraal inkomen lager dan 745 van een 'klein beschrijf'. De registratierechten bedroegen 5% van de verkoopwaarde. Bij een 'groot beschrijf' was dat 10% van de verkoopwaarde. Nu is het registratierecht bepaald op 7%.

Wat verandert er (niet):

  • Het standaardtarief voor een gezinswoning zakt van 10% naar 7% op voorwaarde dat het om je enige woning gaat waar je binnen de twee jaar intrekt.
  • Als je al een gezinswoning hebt, moet je die binnen het jaar verkopen om recht te hebben op 7% registratierechten op de aankoop van een nieuwe gezinswoning.
  • Voor tweede verblijven en investeringsvastgoed blijft het tarief 10%, tenzij je jouw huis of appartement binnen drie jaar verhuurt via een sociaal verhuurkantoor (SVK) voor minstens negen jaar. Dan heb je ook recht op het tarief van 7%.
  • De 12.500 euro registratierechten die betaald werden op een vroegere aankoop en die van de nieuwe aankoop kunnen worden afgetrokken, worden voortaan geïndexeerd.

Verminderde registratierechten

  • Als je een gezinswoning energetisch renoveert, betaal je maar 6% in plaats van 7% registratierechten.
  • Als je onroerend erfgoed koopt om er zelf in te wonen, betaal je maar 1% registratierechten op voorwaarde dat je binnen vijf jaar 6% van de aankoopprijs opnieuw investeert.
  • Als je een woning koopt met een maximale aankoopprijs van 200.000 euro, betaal je geen registratierechten op de eerste schijf van 80.000 euro en krijg je dus een korting van maximaal 5.600 euro.
  • Voor woningen of appartementen in de Vlaamse rand of in de kernsteden (Aalst, Antwerpen, Boom, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Sint-Niklaas, Turnhout en Vilvoorde) krijg je deze korting bij een aankoopprijs tot 220.000 euro.

Wallonië

In Wallonië bedragen de registratierechten 12,5%. De rechten voor een derde woning werden sinds begin 2018 verlaagd van 15% naar 12,5%. Het tarief van 15% is dus afgeschaft.

In bepaalde gevallen geniet je van een verlaagd tarief van 6%:

  • Bij een bescheiden woning als het kadastraal inkomen maximum 745 euro bedraagt. Dit plafond kan steeds verhoogd worden voor gezinnen met veel kinderen (845 euro 3 of 4 kinderen ten laste heeft, 945 euro voor 5 of 6 kinderen ten laste zijn en 1.045 euro voor 7 of meer kinderen ten laste).
  • Als noch jij, noch je partner een ander onroerend goed bezit dan het aangekochte gebouw. Bovendien moet je als eigenaar de woning zelf bewonen.
  • Bij een aankoop op lijfrente betaal je 6% registratierechten op voorwaarde dat je de woning al minstens vijf jaar in gebruik had.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De registratierechten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedragen 12,5%. Een verlaagd tarief bestaat er niet.

Bij de aankoop van een woning geniet je van een vrijstelling op de eerste schijf van 175.000 euro. Dit levert je een korting op van 21.875 euro. Hier zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:

  • De waarde van het onroerend goed mag niet hoger liggen dan 500.000 euro. Indien het toch om een hoger bedrag gaat, gelden de oorspronkelijke registratierechten van 12,5%.
  • De woning moet gekocht worden door een particulier die geen andere woning in volle eigendom bezit.
  • De woning moet binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen zijn.
  • Twee jaar na registratie moet de woning als hoofdverblijfplaats geregistreerd zijn en dit gedurende minstens vijf jaar.

Sinds 1 januari 2018 geldt er bij de aankoop van een bouwgrond ook een vrijstelling op de eerste schijf van 87.500 euro. Dit is goed voor een besparing van 10.937,50 euro. Hierbij geldt:

  • Binnen de drie jaar moet er een woning op de bouwgrond staan.
  • De woning dient de hoofdverblijfplaats te zijn.
  • De prijs van de bouwgrond mag niet hoger liggen dan 250.000 euro.