Schrijfgeld Vlaanderen

De registratierechten - heel vaak 'schrijfgeld' genoemd - zijn de kosten die men betaalt voor het opstellen van een notariële akte. Hoe hoger het bedrag, hoe hoger het schrijfgeld. Voor kleine woningen met een kadastraal inkomen kleiner dan 745, spreekt met van een 'klein beschrijf': 5 % van de verkoopwaarde. Bij een 'groot beschrijf' is dat 10 % van de verkoopwaarde.

Meeneembaarheid of vrijstelling van registratierechten

Foto: Kamp C  

Wanneer je nooit eerder een onroerend goed in Vlaanderen kocht en je bovendien aan bepaalde voorwaarden voldoet, heb je recht op een vrijstelling - tot 15.000 euro - voor de registratierechten. Sinds 1 januari 2009 mag je hier 10.000 euro (groot beschrijf) of 20.000 euro (klein beschrijf) bijtellen als je een woonkrediet van minstens 100.000 euro afsluit. Dit zogenaamde bij-abattement levert je nog eens 1.000 euro korting op.

Kocht je wel al een woning in het Vlaams Gewest, dan mag je de eerder betaalde registratierechten meenemen - tot 12.500 euro. Dit geldt niet voor de regeling van het bij-abattement.

Registratierechten

Op iedere aankoop van een onroerend goed heft Vadertje Staat een belasting in de vorm van registratierechten. In Vlaanderen is het registratierecht bepaald op 10 %, of op 5% in het geval van een laag KI (745 euro). Wie een eerste onroerend goed aankoopt en aan bepaalde voorwaarden voldoet, heeft echter recht op een vrijstelling van een deel van de registratierechten. Voor anderen is er in een meeneembaarheid van de registratierechten voorzien.

Let op: voor sleutel-op-de-deurwoningen worden de registratiekosten soms vervangen door btw.

Vrijstelling

  • Op een eerste schijf van 15.000 euro. Als je in aanmerking komt voor het bij-abattement loopt de schijf op tot 25.000 euro (groot beschrijf) of 35.000 euro (klein beschrijf).
  • Het moet gaan om een hoofdverblijfplaats (woning of bouwgrond), gelegen in het Vlaams Gewest.
  • De hoofdverblijfplaats moet gevestigd worden binnen de 2 jaar wanneer het om een woning gaat en binnen de 5 jaar in het geval van een bouwgrond.
  • Je mag als koper op de datum van de verkoop geen ander onroerend goed - dat bedoeld is voor bewoning - in volle eigendom bezitten. Deze verklaring moet mee opgenomen worden in de notariële akte.
  • De vrijstelling is niet combineerbaar met de meeneembaarheid van de in het verleden betaalde registratierechten.

Meeneembaarheid door verrekening

  • Deze meeneembaarheid is van toepassing bij de aankoop van een nieuwe woning, wanneer de oude hoofdverblijfplaats al verkocht is.
  • Maximum 12.500 euro van in het verleden betaalde registratierechten kan worden meegenomen.
  • De aankoop van het onroerend goed moet door een natuurlijke persoon gebeuren en het goed moet bedoeld zijn als hoofdverblijfplaats. De akte voor de aankoop van de tweede woning (of bouwgrond) moet verleden zijn maximum twee jaar na de verkoop van de eerste woning.
  • Beide onroerende goederen moeten in het Vlaams Gewest gelegen zijn.
  • Ook de meeneembaarheid moet hetzij in de notariële akte worden opgenomen, hetzij via een afzonderlijk verzoek dat de akte vergezelt.
  • De hoofdverblijfplaats moet binnen twee jaar na het verlijden van de akte gevestigd worden in het geval van een woning. In het geval van een bouwgrond moet dit binnen de drie jaar gebeuren.
  • De verrekening kan niet hoger uitvallen dan de registratie verschuldigd op de tweede aankoop.

Meeneembaarheid door teruggave

  • Deze vorm van meeneembaarheid is van toepassing wanneer de nieuwe hoofdverblijfplaats wordt gekocht, voordat de oude wordt verkocht.
  • Maximum 12.500 euro van in het verleden betaalde registratierechten kan worden teruggegeven
  • De aankoop van het onroerend goed moet door een natuurlijke persoon gebeuren en het goed moet bedoeld zijn als hoofdverblijfplaats.
  • De akte voor de aankoop van de tweede woning (of bouwgrond) moet verleden zijn maximum twee jaar na de verkoop van de eerste woning.
  • Beide onroerende goederen moeten in het Vlaams Gewest gelegen zijn.
  • Ook de meeneembaarheid moet hetzij in de notariële akte worden opgenomen, hetzij via een afzonderlijk verzoek dat de akte vergezelt.
  • De hoofdverblijfplaats moet binnen twee jaar na het verlijden van de akte gevestigd worden in het geval van een woning. In het geval van een bouwgrond moet dit binnen de drie jaar gebeuren.
  • De meeneembaarheid door teruggave is niet cumuleerbaar met teruggave bij wederverkoop binnen de twee jaar. (art 212 W. Reg.).