livios logo

5 tips om je tuin natuur- en diervriendelijker in te richten

Mag je binnenkort niet meer kiezen hoe je je tuin inricht? Zo’n vaart loopt het volgens tuinjournalist en groenexpert Marc Verachtert niet. Wel is hij ervan overtuigd dat we onze tuinen natuurlijker moeten beheren, met zo veel mogelijk plaats voor groen en zo weinig mogelijk verharding. Benieuwd hoe jij je tuin natuur- en diervriendelijker kan maken? Ontdek hier zijn 5 tips.

1. Laat je gazon verwilderen (maar overdrijf niet)

Een makkelijke manier om de biodiversiteit in je tuin te vergroten? Beperk de oppervlakte van je gazon en laat het verwilderen. “Maar ga daar niet te ver in”, zegt tuinjournalist Marc Verachtert. “Een bloemenweide raad ik bijvoorbeeld af, want die kost te veel tijd en moeite. De truc is om je gazon te laten verwilderen en meer kleur te geven zonder dat het jou veel extra werk oplevert. Dat kan makkelijk door de madeliefjes en boterbloemen in de rand van je gazon gewoon te laten groeien. Verwilderen je gras en bloemen toch te fel? Dan kan je ze nog afmaaien. In de tussentijd help je wel de bijen en andere insecten in je tuin.”

Foto Marc Verachtert
© mve  

Foto Getty Images
  

Tip: Wil je liever geen verwilderde gazonboord? Maak dan je border wat groter en plant er bloeiende planten en struiken in.

2. Zorg dat je tuin zo lang mogelijk bloeit

Een efficiënte manier om dieren naar je tuin te lokken, is door hem zo lang mogelijk te laten bloeien. “Doe dat vooral met drachtplanten, want die hebben veel nectar en stuifmeel”, zegt Marc. “Bijen, vlinders en andere vliegende insecten gebruiken nectar als energiebron en struifmeel als voedsel voor hun larven. Hou je je tuin van februari tot november in bloei? Dan zorg je dat al die beestjes hun hele actieve periode brandstof hebben. Door de klimaatverandering duurt die periode namelijk steeds langer. Krokussen en kerstrozen bloeien al in het voorjaar, herfstaster en salie overleven tot het najaar. ’s Zomers is je keuze bijna onbeperkt. Geraniums, fruitbomen en bessenstruiken zijn dan goede opties.”

3. Plant kruiden en groenten (zelfs als je ze niet opeet)

Heb je geen tuin, maar wel een terras of balkon? Zelfs dan kan je de biodiversiteit een handje helpen. “Want ook met kruiden trek je dieren aan”, zegt Marc. “Denk maar aan salie, tijm en rozemarijn: die kan je makkelijk in een bak planten. Hetzelfde geldt voor heel wat groenten, zoals courgettes, pompoenen en erwten. Heb je een stukje grond dat je niet kan bedekken of waar je niks mee wil doen? Plant er dan pompoenen op. Insecten eten van de bloemen, de grote bladeren bieden schaduw en een schuilplaats aan heel wat andere dieren. Bovendien bedekken pompoenen de grond, waardoor er geen onkruid onder groeit. Haal dus gerust groenten en kruiden in je tuin, zelfs als je ze niet opeet.”

Foto Getty Images
  

Foto Getty Images
  

4. Kies de juiste struiken en bomen

Op vlak van bomen en planten heb je keuze te over. Maar welke zijn de beste voor de biodiversiteit in je tuin? “Een goed voorbeeld is de vlinderstruik”, vervolgt Marc. “De naam zegt het zelf: door zijn nectar en stuifmeel is die heel aantrekkelijk voor vlinders en andere dieren. Ook vogelkers en lijsterbes spreken voor zich, maar de besjes van vuur-, duin- en meidoorns zijn even nuttig voor vogels. Die laatste hebben bovendien stekels, waardoor ze voor vogels ideaal zijn om er hun nest in te bouwen. En zonder bloemen krijg je geen bessen: bestuivende insecten hebben dus ook heel wat aan die struiken.”

Tip: Kies boom- en struiksoorten die aangepast zijn aan het Belgische klimaat en onze bodem, en die in jouw streek zijn gekweekt. Zo ben je zeker dat ze in jouw tuin kunnen aarden.

5. Geef je gasten onderdak

Wil je meer dieren in je tuin? Die hebben natuurlijk een verblijfplaats nodig. “Nestkastjes voor vogels liggen voor de hand”, zegt Marc. “Maar vergeet zeker geen bijen- en insectenhotels te plaatsen. In deze periode zijn er ook veel ondervoede egels. Die verschuilen zich graag onder wat snoeihout, dus ruim je tuin zeker niet te grondig op. Ook met een nestkast doe je hen plezier. Kikkers, padden en salamanders hebben dan weer een nat plekje nodig. Graaf daarom een kuil waar regelmatig water in komt. Daar kunnen ze zich nestelen en voortplanten. Dat kan een vijvertje zijn, maar ook een kleine poel. Kikkers en padden zijn erg nuttig: ze eten bladluizen, slakken en andere schadelijke diertjes op.”

Foto Getty Images
  

Foto Getty Images
  

Opgelet: Overweeg je om een insectenhotel te plaatsen? Plaats dan niet één groot exemplaar, maar meerdere kleine. Vooral insecten die alleen leven maken gebruik van insectenhotels. Zet je te veel beestje bij elkaar? Dan vergroot je het risico dat ze ziektes en plagen op elkaar overdragen.

Bonustip: zo geef je onkruid geen kans

In België zijn onkruidverdelgers ondertussen verboden. Gelukkig zijn er veel efficiëntere manieren om onkruid aan te pakken. “Het enige wat je moet doen, is de bodem bedekken”, zegt Marc. “Zo kan onkruid niet groeien. Schors, grasmaaisel en cacaodoppen zijn goede bodembedekkers, maar recuperatiematerialen als vlas en hennep ook. Gesnipperd hout is minder aangewezen: het verteert snel en trekt stikstof uit de bodem. Laat in de herfst zeker afgevallen bladeren liggen. Die zorgen dat de grond niet dichtslaat na regen, beschermen je planten tegen vrieskou en vormen de ideale schuilplaats voor wormen, vlinderpoppen en slakkeneitjes. Vogels eten die schadelijke insecten op: zo geef je ze natuurlijk te eten.”

Opgelet: Bedek je je bodem met grasmaaisel? Leg dan vijf weken na elkaar een laagje van 1 cm, zodat het kan drogen. Als je ineens 5 cm legt, begint het maaisel te rotten en te stinken. Vergeet ook niet dat gras snel composteert. Vul de laag daarom regelmatig bij.

 

Lees ook:


https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/rondom-het-huis/tuinaanleg-en-onderhoud/tuinaanleg/5-tips-om-je-tuin-natuur-en-diervriendelijker-in-te-richten/