livios logo

Een natuurlijke tuin vol leven? Enkele tips

Je tuin hoeft er niet verwilderd uit te zien om de natuur en een grote verscheidenheid aan dieren een thuis te geven. Het komt erop aan gezellige plekjes te creëren, en daar moet je geen ruimte voor afstaan. Meer nog: je tuin wordt er eens zo gezellig door.

Terras en tuinpaden

Ook in een natuurvriendelijke tuin is het terras de plek waar je het vaakst zit en geniet. Overdrijf echter niet. Elke vierkante meter verharding gaat namelijk ten koste van groene ruimte en dus de mogelijkheid om planten en dieren een plek te geven.

Hetzelfde geldt voor tuinpaden. Stel jezelf de vraag of ze echt nodig zijn, of vervang ze eventueel door stapstenen. Zo kunnen gras of groen nog tussen de stenen door hun gang gaan. Je kan er ook bodembedekkers tussen planten: kruiptijm, loopkamille, Corsicaanse of kruipende munt kunnen tegen een stootje en verdragen het als je ze af en toe plattrapt. Worden ze echt vaak platgetrapt? Dan zullen ze verzwakken. Gebruik deze geurplantjes dus alleen voor paadjes naar minder gebruikte hoekjes van je tuin, zoals een stapelplaats voor hout.

tuinpad waterdoorlaatbaar waterpasserend tegels

Bij stapstenen kunnen gras of groen nog tussen de stenen door hun gang gaan.

Foto Ebema_Stone&Style
  

Zwembadenvijver

Vijvers zijn een speelparadijs voor amfibieën, insecten en vogels.

Foto Livios
  

Water trekt aan

Rond je terras en eventuele tuinpaden kan je kleine dier- en plantenparadijzen creëren: zowel nat als droog, hoog als laag. Nat vul je in met een tuinvijver. Die kan een ideaal eindpunt zijn voor het water van een dakafvoer. Dat het waterniveau tijdens een drogere periode flink zakt, is niet erg.

Vijvers zijn een speelparadijs voor amfibieën, insecten kunnen er aan het water nippen om hun dorst te lessen, en vogels houden ervan er een verkwikkend bad in te nemen. Hou je van structuur in de tuin, ga dan voor een duidelijk vormgegeven omtrek en een stevige boord. Zorg er wel voor dat dieren er makkelijk in- en uitkunnen. Voorzie bijvoorbeeld een opstapje met enkele stenen of een plankje dat je aan een zijde vastmaakt.

Poel…

Heel wat natuurlijker en minder opvallend is een poel. Groot hoeft die niet te zijn, anderhalve meter diameter volstaat al. Je kan hem dus makkelijk zelf uitspitten. Je hoeft ook niet dieper dan 50 cm te gaan, en dat enkel op het diepste punt. Naar boven toe werk je schuin af. Wil je dat het water niet te snel infiltreert in de ondergrond, graaf de poel dan 15 tot 20 cm dieper uit en leg onderin een vijverfolie en dek die af met aarde. Je hoeft geen schrik te hebben dat de poel er kaal bij ligt. De natuur zal snel zelf voor planten zorgen.

… met moerasplanten

Wil je echter sneller resultaat zien, dan kan je zelf moerasplanten aanplanten. Penningkruid is een mooi geelbloeiend kruipertje, dat het zowat overal goed doet. Dotterbloem is een gele voorjaarsbloeier, die tot zo’n 30 cm uitgroeit. Waterweegbree heeft mooie bladeren en pakt in volle zomer uit met een groene pluim met witte of roze bloempjes. Lisdodde en riet laat je beter achterwege. Het zijn te forse groeiers. Net als zegge trouwens. Die zou trouwens wel eens een groot deel van je tuin willen inpalmen. Heb je graag zicht op de dieren in de poel, schik de planten dan van laag naar hoog rond het water.

klimaattuin vijver

Heel wat natuurlijker en minder opvallend is een poel.

Foto Livios
  

lavendel tuin planten

Planten van mediterrane afkomst zoals lavendel moeten voldoende zon krijgen.


© Getty Images  

Planten van mediterrane afkomst

Kieper de uitgegraven aarde niet zomaar weg. Je kan er op andere plekken in de tuin heuveltjes mee maken. Doordat de planten hoger staan, zijn ze beter zichtbaar, net als alle mogelijke diertjes die er rondzwermen. Bovendien creëer je zo een drogere plek die ideaal is voor planten met gevoelige wortels. Het is tegelijk een gedroomde plek voor alle planten van mediterrane afkomst: tijm, lavendel, heiligenkruid, kerrieplant, salie, marjolein… Ze moeten alleen ook voldoende zon krijgen.

Voeg je venkel toe aan dat lijstje? Dan mag je ook vlinders verwachten in je tuin, zoals de wondermooie koninginnenpage. In aanvulling kan je een aantal hoge vaste planten voorzien die even aantrekkelijk zijn voor vlinders: koninginnekruid (Eupatorium), monnikspeper, Arabische sering (Vitex),vlambloem of flox (Phlox).

Bloemen met nectar en stuifmeel

Zorg in borders voor een ruime mix aan planten. Imiteer bij voorkeur de gelaagdheid van een bos, met bodembedekkers, lage kruiden, wat hogere struiken en als het kan zelfs nog een boom erbij. Geef bij elk van deze plantensoorten voorrang aan zogeheten ‘drachtplanten’, planten met bloemen die rijk zijn aan nectar en stuifmeel. Insecten en dan voornamelijk bijen en aanverwanten kunnen niet zonder.

In de zomer aan nectar en stuifmeel geen gebrek, maar plant zeker ook lente- en herfstbloeiers. Begin het bloeiseizoen met krokus en kerstroos (Helleborus argutifolius), ga de zomer in met dropplant (Agastache) en kogeldistel (Echinops) en eindig in het najaar met herfstaster (Aster) en herfstanemoon (Anemone).

Tuin border planten bodembedekker onkruid

Zorg in borders voor een ruime mix aan planten.


© Getty Images  

Tuin groen planten border onkruid

Voorzie ook planten met bloemen die rijk zijn aan nectar en stuifmeel.


© Getty Images  

Insectenhotels

Tussen de planten kan je een of enkele kleinere insectenhotels plaatsen. Het biedt solitaire bijen en insecten een nestplaats. Insectenhotels vind je kant-en-klaar in tuincentra of online. Maar je kan ze ook makkelijk zelf maken, bijvoorbeeld met een aantal bamboepijpjes die je in een open huisje of kist stopt. Het is vooral belangrijk dat de achterkant dicht is. Insecten beginnen hun nest namelijk aan de achterkant en bouwen en werken zo verder naar voor toe.

Een heel aantal insecten graaft echter zijn nest. Voor hen kan je een stapelmuurtje bouwen met losse stenen en flink wat aarde ertussen. Of zorg dat er altijd een plekje tuin vrij blijft van planten en mulch. Voor de dieren die zich liever niet laten zien, volstaat het om afgevallen bladeren en afgestorven plantendelen te laten liggen. Zij voelen er zich perfect thuis, helemaal beschut. Ook egels zoeken meestal knusse, donkere hoekjes op die goed beschut zijn. Bijvoorbeeld een stapeltje (snoei-)hout in de schaduw van een grotere struik.

Netkastjes

Wie vogels zegt, denkt nestkastjes. Traditionele nestkastjes hebben een rond vlieggat. Niet alle vogels willen het echter even groot. Pimpelmezen hebben voldoende aan een diameter van 28 mm. Voor koolmezen is dat 32 mm, huismussen verkiezen 33 tot 35 mm en ringmussen 40 mm. Roodborstjes geven dan weer de voorkeur aan een nestkast met halfopen voorzijde. Hang de nestkasten nooit erg dicht bij elkaar. Vogels willen ongestoord broeden, met uitzondering van huismussen. Die houden van gezelschap.

vogelhuisje nestkastje papa kind

Om je tuin echt vogelvriendelijk te maken, is meer nodig dan alleen maar nestkastjes.


© Getty Images  

terras tuin omheining schanskorven Schanskorven_2

Denk aan struiken en bomen met een losse takkenstructuur waar de vogels in kunnen rondtrippelen.

Foto Betafence
  

Vogels verwennen

Om je tuin echt vogelvriendelijk te maken, is meer nodig dan alleen maar nestkastjes. Denk aan struiken en bomen met een losse takkenstructuur waar de vogels in kunnen rondtrippelen, op zoek naar insecten of bessen. Planten met bessen heb je in een natuurvriendelijke tuin trouwens nooit genoeg. Kies vooral soorten met rode bessen: krentenboompje (Amelanchier), hondsroos en bergroos (Rosa canina en Rosa glauca), hulst (Ilex) en meidoorn (Crataegus).

Je kan ook een voedertafel voorzien in je tuin, liefst eentje op hoogte en een andere laag tegen de grond. Zo trek je verschillende soorten vogels aan.

Gazon mag zeker

Of in een natuurlijke tuin plaats is voor een gazon? Uiteraard! Maak het net als je terras niet groter dan nodig, voor de kinderen, voor je luie stoel of net voor een plantenborder. Kort gemaaid gras biedt namelijk weinig meerwaarde aan biodiversiteit, tenzij er madeliefjes en andere kruiden in groeien. Stimuleer ze door je gazon niet te bemesten of, indien toch, uitsluitend met organische meststoffen.

Wil je wel groen in je tuin, maar moet het niet allemaal gras zijn, zaai dan een mengsel van voornamelijk lage, bloeiende kruiden of klaversoorten. Het staat mooi, houdt beter zijn groene kleur in droge periodes en bespaart je een hoop werk. Je hoeft niet te bemesten en minder vaak je grasmachine uit te halen.

Bron: Ik ga Bouwen

In samenwerking met

Bekijk alle partners

Deze website is beveiligd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en gebruiksvoorwaarden zijn van toepassing.

track

http://www.livios.be/nl/bouwinformatie/rondom-het-huis/tuinaanleg-en-onderhoud/tuinaanleg/een-natuurlijke-tuin-vol-leven-enkele-tips/