livios logo

Bewijs erfdienstbaarheid riolering

Vraag

Situatieschets: meer dan 30 jaar geleden werden door één eigenaar twee aanpalende huizen gebouwd met een gemeenschappelijke riolering. Het ene huis maakt dus gebruik van de riolering die op de grond ligt van het andere huis. Later kregen die huizen elk een nieuwe eigenaar. De erfdienstbaarheid van de gemeenschappelijke riolering werd niet vermeld in de verkoopakte. Nu wil de eigenaar van het huis waaronder de riolering loopt de bestaande riolering afsluiten, zodat het andere huis geen aansluiting meer zou hebben op de rioleringsnetten. Op die manier verplicht men de tweede eigenaar zijn huis open te breken en een nieuwe riolering rechtstreeks aan te leggen. Kan dit zomaar? Er wordt beweerd dat als er geen papier van erfdienstbaarheid (rioolrecht) kan voorgelegd worden er dus ook geen rioolrecht zou bestaan. Er wordt 'gedreigd' dat als er 'bijna onmiddellijk' geen 'schriftelijk bewijs' kan voorgelegd worden, er ook geen rioolrecht bestaat? Moet de tweede eigenaar het 'schriftelijk bewijs' leveren van erfdienstbaarheid?

Antwoord

Voor deze vraag over rioolrecht doen we een beroep op advocaat Gert Damiaans van Argus.

"Het rioolrecht is een niet zichtbare en niet voortdurende erfdienstbaarheid. Het bestaan van een niet voortdurende erfdienstbaarheid kan in principe enkel aangetoond worden door een titel of een akte van erkenning. Zodoende moet degene die zich op de erfdienstbaarheid beroept het bewijs leveren dat een dergelijke titel voor handen is. Dit bewijs moet in beginsel door geschrift geleverd  worden. Wanneer er begin van geschreven bewijs voorhanden is, de waarde de 375 euro niet te boven gaat of overmacht van toepassing is, kan eveneens het bewijs door vermoedens worden gehanteerd. Het dertigjarig bezit van een erfdienstbaarheid kan eveneens worden ingeroepen als aanvulling aan het schriftelijk bewijs.

Art. 693 B.W. voorziet de hypothese dat een erfdienstbaarheid ook kan gevestigd worden door bestemming van de huisvader. Dit betekent dat de verschillende van elkaar gescheiden erven voorheen dezelfde eigenaar hadden en dat deze destijds de toestand op die wijze heeft geschapen waaruit de erfdienstbaarheid voortvloeit. De bestemming door de huisvader is dan weer niet van toepassing op niet voortdurende of onzichtbare erfdienstbaarheden.

De vraag die zich eigenlijk stelt, is of er louter en alleen vuil water via de riolering wordt afgevoerd, of wordt er eveneens regenwater afgeleid via deze riolering. Indien zo kan men eveneens spreken van een erfdienstbaarheid inzake afwatering, hetgeen wel voortdurend is.

In ieder geval zou een afsluiting van de riolering door de buurman rechtsmisbruik uitmaken, minstens abnormale burenhinder, zodoende dat de buurman nooit gerechtigd zal zijn om op eenzijdige wijze deze riolering af te sluiten."

Beantwoord door: Gert Damiaans, Dirk Vandecasteele en Bart Quanten, Advocatenkantoor Argus
Meer beantwoorde vragen over Tuinontwerp

Help ook andere bouwers en verbouwers op weg en deel dit artikel:

Livios streeft steeds naar juistheid, objectiviteit en betrouwbaarheid van de informatie die het verstrekt. De redactie, noch de panelleden op wie zij beroep doet bij het beantwoorden van de vragen, kunnen aansprakelijk gesteld worden voor welk gebruik dan ook. Lees meer

In samenwerking met

Bekijk alle partners

Deze website is beveiligd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en gebruiksvoorwaarden zijn van toepassing.

track

http://www.livios.be/nl/bouwinformatie/rondom-het-huis/tuinaanleg-en-onderhoud/tuinontwerp/vraag/14509/bewijs-erfdienstbaarheid-riolering/