Hoe vermijd je luchtlekken in de bouwschil?

In een luchtdichte woning ontsnapt de lucht niet van binnen naar buiten en komt de buitenlucht ook niet zomaar naar binnen. Veel oude woningen vertonen echter luchtlekken, die ongeveer hetzelfde effect hebben als een raam dat je het hele jaar door laat openstaan. Wanneer je je bestaande woning isoleert, is het dus essentieel dat je ook de luchtdichtheid goed aanpakt. Maar hoe doe je dat?

1. Het dak

De meeste renovatieprojecten beginnen met het dak te isoleren en het water- en luchtdicht te maken. De grootste kans op luchtlekken vind je ter hoogte van de aansluitingen tussen het dak en de muren. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor het dampscherm. Dat breng je aan de binnenkant van de isolatie aan om te vermijden dat waterdamp de isolatie aantast. Het is dan ook cruciaal dat je het dampscherm laat doorlopen tot op de muren en het daar verlijmt en in het pleisterwerk integreert. Als je de muren niet bepleistert, kan je zelfklevende tapes gebruiken om het dampscherm op het metselwerk te bevestigen. Voor een luchtdicht resultaat moet die aansluiting zorgvuldig gebeuren.

Dakspanten, schoorstenen of dakramen vormen een andere bedreiging voor de luchtdichtheid van bestaande daken. Ter hoogte van die “obstakels” moet je namelijk telkens een opening in het dampscherm maken. Om luchtlekken uit te sluiten, zijn doorlopende, verlijmde aansluitbanden rond die onderbrekingen een must.

Vanuit hetzelfde oogpunt is het belangrijk dat je het aantal elektriciteitskabels en ventilatiekanalen die door het dampscherm lopen zoveel mogelijk beperkt. Waar je openingen in het dampscherm niet kan vermijden, zal je die rondom luchtdicht moeten maken met zelfklevende tape of een geschikte afdichtingspasta.

2. Ramen vervangen

De ramen die je vandaag op de markt vindt, hebben zowel goede isolerende als luchtdichte eigenschappen. Maar de kwaliteit van de aansluiting van de raamprofielen op de ruwbouw bepaalt hoe luchtdicht een raam uiteindelijk is. Net als bij het dak zijn de aansluitingen met de muren ook daar het belangrijkste aandachtspunt. Die moet je zo uitvoeren dat de luchtdichtheid rondom het raam overal gegarandeerd is.

Dit gaat als volgt: in de fabriek wordt een afdichtingsstrook (slabbe) op het vaste raamkader verlijmd. Bij de plaatsing wordt die slabbeverwerkt in een luchtdichte massa (lijm, traditioneel pleisterwerk of een vloeibaar afdichtingsproduct dat je kan aanbrengen met een kwast). Meestal komt er eerst een fijne hechtlaag op de dagkant van de muur, waartegen het membraan zorgvuldig wordt aangedrukt. Het geheel wordt vervolgens bedekt met een pleisterlaag. Belangrijk is dat de luchtdichtheid rondom het volledige raam verzekerd is, ook onder de vensterbank.

Ook buitendeuren moeten luchtdicht zijn. In tegenstelling tot ramen hebben ze geen vast binnenkader. De borstel of rubberen tochtstrip aan de onderkant van de deur is niet luchtdicht. Een Zwitserse dorpel (of onderregel) is bijvoorbeeld een alternatief. Zo’n hoekprofiel is enkele millimeters tot twee centimeter hoog en doet dienst als aanslag. Wanneer je de deur sluit, wordt een voorgevormde soepele strip aan de onderkant van de deurvleugel platgedrukt en is de deur ook onderaan luchtdicht. Hou er wel rekening mee dat je iedere keer over die dorpel heen moet stappen, ook al is de hoogte beperkt. Het is dus vooral een handige oplossing voor minder gebruikte deuren, zoals de achterdeur.

3. De muren na-isoleren

Het na-isoleren van de muren van de woning kan zowel langs de buiten- als de binnenkant (en in mindere mate in de spouw). Elke isolatiemethode heeft haar voor- en nadelen, maar vanuit technisch oogpunt is het de beste optie om langs de buitenkant te isoleren.

Buitenisolatie

Met het oog op complete luchtdichtheid is het belangrijk dat je de isolatiepanelen mooi tegen elkaar plaatst en de voegen afdekt met afdichtstroken. Behalve cellenglas is geen enkel isolatiemateriaal perfect luchtdicht. Daarom kan je met materialen op basis van wol – zoals minerale wol of schapenwol – of vezels – zoals houtvezels of hennep – pas isoleren zodra de bestaande muur over een luchtdicht membraan beschikt.

Binnenisolatie

Isoleren langs de binnenkant is vooral voor het gemak een veelgemaakte keuze (eenvoudiger, mogelijkheid om in fases te werken…), maar vraagt wel extra aandacht. Alle muren moeten luchtdicht zijn. Dat geldt eveneens voor de dwarsmuren (dragende binnenmuren, nvdr)tot op een meter van de gevel. Ook moet je alle dagkanten van de deuren in die zone bepleisteren en heb je voor de stopcontacten en schakelaars luchtdichte inbouwdozen nodig.

Een gemetselde muur kan je eenvoudig luchtdicht maken met gipspleister of een gelijkaardig product, zoals Mortex of leempleister. Metselwerk dat je niet afwerkt of gewoon schildert, is nooit luchtdicht. Bij een hout- of staalskelet heb je net als bij het dak een doorlopend membraan nodig.

Nog zoals het dakgebinte moet je de luchtdichtheid verzekeren op elk punt waar de vloerbalken door het gevelmetselwerk steken. Als je de gevel langs binnen isoleert, kan waterdamp namelijk condenseren op het uiteinde van elke balk. De punten waar de vloerbalken in het gevelmetselwerk uitkomen, vormen tegelijk koudebruggen in de isolatieschil. Bij grondige renovaties kan je dat probleem oplossen door de vloerbalken voor de gevel af te zagen en ze te laten rusten op een nieuwe betonbalk die evenwijdig loopt met de gevel.

Besluit

Luchtdichtheid is niet ondergeschikt aan isolatie. Als je je woning energie-efficiënt en comfortabel wil maken, kan het ene niet zonder het andere. Het principe is uiteindelijk relatief eenvoudig: op het plan van je woning moet je de luchtdichtheid kunnen aanduiden met een ononderbroken lijn. Goed weten waar de voegen en aansluitpunten zich bevinden en de kwaliteit van de uitgevoerde werken bepalen uiteindelijk of je woning ook in de praktijk helemaal luchtdicht zal zijn.

Vergeet de binnenmuren niet

Dat de isolatie- en luchtdichtheidsprincipes ook van toepassing zijn op de binnenmuren tussen het beschermde volume en de niet-verwarmde ruimtes, zien (ver)bouwers vaak over het hoofd. Kelders, zolders of technische ruimtes kan je op twee manieren bekijken: ofwel als leefruimtes waarvan je de buitenmuren isoleert en luchtdicht maakt, ofwel als niet-verwarmde ruimtes, waarbij je de scheidingsmuren met het verwarmde volume gaat isoleren.

Die keuze is niet onbelangrijk en heeft gevolgen voor de ventilatie van de betreffende ruimtes. Zoek dus eerst uit of permanente ventilatie nodig is, want bij een kruipkelder, een stookplaats met een atmosferische verwarmingsketel of een niet-geïsoleerde zolder is verluchting essentieel.

Het beste van Livios in je mailbox?

Schrijf je in op de Livios nieuwsbrief en ontvang twee keer per week het laatste (ver)bouwnieuws, nuttige tips en tonnen inspiratie.

Volg ons op social media