livios logo

De 9 grootste fouten bij het metselen van je gevel

Ondanks de vele alternatieven, zweert de gemiddelde bouwer nog altijd bij de baksteen om zijn gevel mee af te werken. Belangrijke voorwaarde voor een mooi eindresultaat is een correcte verwerking. Veel zelfbouwers en ook sommige aannemers gaan hier in de fout. Livios vroeg aan baksteenfabrikant Wienerberger om de meest gemaakte metselzonden op een rijtje te zetten.

Fout 1: geen oog hebben voor detail

De keuze voor onze gevelstenen zijn vaak een weerspiegeling van onze persoonlijkheid. Je gevelmetselwerk moet er dus mooi uitzien, nu en in de toekomst. Naast het maken van de juiste keuze, is het natuurlijk ook cruciaal om alles correct te verwerken. Naast het traditionele metselen van de gevelstenen (voegdikte 10-15mm) kan je ook andere technieken toepassen, zoals verlijmen en dunmetselen (voegdikte 5-8mm). 

Keuze en verwerking van de gevelsteen

Maar welke steen moet je nu kiezen? Kies alleszins voor een gevelsteen met een BENOR-keurmerk, dan ben je zeker van kwaliteit. Dit kwaliteitslabel bewijst dat er een externe onafhankelijke controle is gebeurd op de verschillende gevelsteeneigenschappen.

Kies bij rustieke stenen voor getrommelde stenen, in plaats van de echte recuperatiestenen. Getrommelde stenen hebben een kwalitatieve basisteen, die onder gecontroleerde omstandigheden werd geproduceerd. Bij gebruik van echte recuperatiestenen worden al te vaak hardere en zachtere gebakken stenen gecombineerd bij de verwerking, met gevaar op vorstschade. 

Belangrijk! Een keramische gevelsteen bestaat uit de natuurelementen water-lucht-klei-vuur. Hierdoor ontstaan kleine onderlinge kleurverschillen tussen de verschillende verpakkingen. Daarom mag je nooit palet per palet verwerken, maar neem je tegelijkertijd stenen diagonaal uit 4 à 5 verpakkingen. Zo voorkom je opvallende kleuraflijningen in de gevel.

Fout 2: mortel niet afgestemd op de baksteen

Elke baksteen kan in een bepaalde tijd minder of meer water opnemen dan een andere baksteen. Als de mortel niet afgestemd is op het zuiggedrag van de steen, riskeer je constructieve en esthetische schade. Wanneer de steen het aanmaakwater té snel opneemt, 'verbrandt' de mortel met verpulvering en slechte hechting tot gevolg.

Werk je met een zwak zuigende steensoort, dan kunnen de stenen beginnen 'drijven'.
Conclusie: zorg dat je de juiste mortelsoort kiest. Het zuiggedrag van de stenen staat aangegeven op de verpakking of de technische fiche als onder de noemer 'initiële wateropneming'.

Naast het traditionele metselen van de gevelstenen kan je ook andere technieken toepassen, zoals verlijmen en dunmetselen.

Foto Terca - Desimpel
  

De keuze die we maken voor onze gevelstenen is vaak een verlenging van onze persoonlijkheid. Esthetisch en mooi blijvend gevelmetselwerk is dus een vereiste.

Foto De Saegher Steenfabrieken
  

Fout 3: verkeerd aanmaken van de leg- en voegmortel

De keuze van de bestanddelen voor het aanmaken van de mortel is enorm belangrijk. Vervuild water, een verkeerde zandsoort, een foute hoeveelheid, het cementtype, het toevoegen van niet-geëigende toeslagstoffen (vb. afwasmiddelen) zijn - net als verkeerde mengverhoudingen - uit den boze. Dit kan resulteren in het 'drijven' van de stenen, in een verlaagde druk- en hechtsterkte van de mortel en in zichtbare vervuiling van de steen.

In het geval van gekleurde voegsels, kies je best voor inerte kleurpigmenten. Deze zorgen voor een kleuring in de massa en gaan niet reageren met andere stoffen. Op die manier vermijd je kleurverschillen en uitloging.

Daarom wordt aangeraden om zoveel mogelijk met kant-en-klare fabrieksmortel te werken. Hier moet je nog enkel water aan toevoegen. Er bestaan heel wat types mortel waarvan de kleur en eigenschappen afgestemd zijn op de gevelsteen, het type verwerking en de verwerkingsomstandigheden.

Fout 4: slechte detaillering van de gevel

Hou er rekening mee dat sommige speciale detailleringen risico's inhouden voor vervuiling. Neem in samenspraak met de architect de nodige maatregelen. Aandacht voor detaillering is doorslaggevend voor het vermijden van bijvoorbeeld zwarte strepen onder ronde ramen en mos op tuinmuurtjes. Het komt er telkens op neer om waterconcentraties op de gevel te vermijden.

Een keramische gevelsteen bestaat uit de natuurelementen water-lucht-klei-vuur.

Foto Terca - Desimpel
  

Krab vers metselwerk uit om het achteraf beter te kunnen voegen.

Foto Nelissen Steenfabrieken NV
  

Fout 5: geen wapening, geen dilatatievoeg

Als in het ontwerp spanningsconcentraties (trekbelastingen) voorkomen, is het raadzaam om in bijkomende wapening te voorzien. Anders kan je scheurvorming krijgen in de gevel. Ook al is baksteen een zeer vormstabiel metselblok, bij projecten met lange wanden (12 à 18 m) moet je toch in uitzettingsvoegen voorzien om scheuren te vermijden. Ook andere maatregelen zijn mogelijk, zoals het plaatsen van metselwerkwapening.

Ook bij plotse veranderingen in de opbouw van de gevel (bijvoorbeeld een groot lang schuifraam waarboven het metselwerk doorloopt) kan een dilatatievoeg of metselwerkwapening nodig zijn.

Fout 6: onvoldoende bescherming van het verse metselwerk

Omdat vers metselwerk bijzonder gevoelig is voor overdreven lokale waterlast, is het een absolute must om de pas gemetselde gevel te beschermen tegen regenwater. Anders vergroot je het risico op uitloging en uitbloeiing, maar ook op het uitregenen van de mortel.

Het niet respecteren van de metselverbanden kan resulteren in 'dansende voegen' of voegen die niet mooi boven elkaar staan (halfsteens-, blok-, stapelverband, ...).

Foto Vandersanden
  

Omdat vers metselwerk bijzonder gevoelig is voor overdreven lokale waterlast, is het een absolute must om de pas gemetselde gevel te beschermen tegen regenwater.

Foto Steenbakkerij Vande Moortel
  

Fout 7: het niet respecteren van het verband

Het niet respecteren van de metselverbanden (halfsteens-, blok-, stapelverband...) kan uitmonden in zogenaamde 'dansende voegen' of voegen die niet mooi boven elkaar staan. Sommige verbanden - zoals het wildverband - vragen net deze onregelmatigheid en dus mogen de voegen hier net niet mooi uitgelijnd zijn.

Fout 8: niet uitkrabben van het metselwerk

Krab vers metselwerk uit om het achteraf beter te kunnen voegen. Respecteer de diepte van de voeg - best 1,5 keer de dikte en minimaal 1 cm - en vermijd ook diepteverschillen in de voeg.

Fout 9: te kleine voegdikte 

De dikte van de voeg moet aangepast zijn aan het product. Het is dus belangrijk dat je de minimale voegdikte respecteert voor zowel de lintvoegen als de kopse voegen. Op die manier kan je problemen zoals een slechte hechting voorkomen.

Wanneer je kiest voor dunne voegen moet je aangepaste producten zoals lijmmortels en dunmortels gebruiken. Zeker ook bij verlijmen en dunmestelen is nog altijd een minimale voegbreedte nodig om toleranties op de maatvoering van de stenen op te vangen.

Deze toleranties zijn aangeduid op de technische fiches van de gevelstenen. Bepaal de lintvoegdikte op voorhand door een tiental stenen in halfsteensverband uit te leggen. Meet de totale hoogte, deel door 10 en tel hier de gemiddelde voegdikte bij. Zo bekom je de lagenmaat die je op de metsersprofielen moet uitzetten.

Besluit

Velen voelen zich geroepen om hun huis zelf te metselen, maar staan niet stil bij de mogelijke gevolgen van onnauwkeurig werk. Daarom is het niet alleen belangrijk om te kiezen voor kwaliteitsvolle materialen, maar ook om rekening te houden met alle verwerkingsvoorschriften van de fabrikant. Zelf een muur metselen kan, maar alleen als je dat doet volgens de regels van goed vakmanschap.

In samenwerking met

Bekijk alle partners

https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/ruwbouw/muren/gevel/de-9-grootste-fouten-bij-het-metselen-van-je-gevel/