livios logo

Zijn zonnepanelen nog rendabel in 2021?

Denk je eraan om tijdens de renovatie van je woning zonnepanelen te plaatsen? Kan je dan nog op een financiële tegemoetkoming rekenen? En volstaat die om samen met de besparing op je elektriciteitsfactuur je investering terug te verdienen?

Vlaanderen

Sinds 1 januari 2021 wordt elke nieuwe zonnepaneleninstallatie in Vlaanderen gecombineerd met een digitale elektriciteitsmeter. Die draait niet meer terug wanneer je overtollige stroom (die je dus niet op hetzelfde moment verbruikt) in het net injecteert. Wel ontvang je een vergoeding, maar het bedrag dat je krijgt per kilowattuur dat je op het net zet, is veel lager dan wat je betaalt om één kilowattuur van het net af te nemen. De reden daarvoor is dat 65% van de elektriciteitsprijs die je betaalt, bestaat uit distributie- en transportkosten, taksen en heffingen, terwijl de injectievergoeding daar geen rekening mee houdt.

Maar er is ook goed nieuws. Wie een digitale meter heeft, betaalt voortaan geen ‘prosumententarief’ meer (wat je met een terugdraaiende teller dus wel betaalde voor het gebruik van het distributienet). Dat levert een besparing op van gemiddeld 300 euro per jaar.

Bovendien voerde de Vlaamse overheid op 1 januari 2021 een eenmalige investeringspremie voor zonnepanelen in. De aanvraag, behandeling en uitbetaling verlopen via Fluvius. De premie bedraagt maximaal 1.500 euro en kan nooit hoger zijn dan 40% van de totale kostprijs. Let wel: vanaf 2022 daalt de tegemoetkoming met een kwart, en de daaropvolgende jaren blijven de bedragen sterk afnemen om in 2024 uit te doven.

Voor een installatie tot 4 kilowattpiek ontvang je in 2021 300 euro per kilowattpiek. Kan de installatie een hoger vermogen leveren, dan ontvang je 150 euro per extra geproduceerde kilowattpiek, tot aan het plafond van 6 kilowattpiek. Boven die grens krijg je niets meer. Een doorsnee installatie van 14 zonnepanelen met een capaciteit van 4,5 kilowattpiek levert je dus een premie op van (4 x 300 euro) + (0,5 x 150 euro) = 1.275 euro. Let wel, de nieuwe premie is enkel toegankelijk voor wie al vóór 1 januari 2014 aangesloten was op het distributienetwerk van Fluvius. Een nieuwbouwwoning komt dus niet in aanmerking.

zonnepanelen dak intallateur


© Getty Images  

zonnepanelen huis woning

Foto Fluvius
  

Brussel

In Brussel maakte het systeem van de terugdraaiende teller in 2020 plaats voor een ‘gedeeltelijke compensatie’. Dat betekent dat je als kleine producent (tot 5 kilowattpiek) een ‘netbijdrage’ betaalt op basis van de elektriciteit die je afneemt van het net. Deze kosten voor het gebruik van het distributienet worden dus niet gecompenseerd door de injectie van niet-verbruikte elektriciteit in datzelfde net. De andere componenten van je factuur, waaronder de elektriciteit zelf en de taksen en heffingen, worden berekend volgens de netto verbruikte hoeveelheid (dus het verschil tussen de afgenomen en de geïnjecteerde stroom).

Al sinds 2014 worden in Vlaanderen en Wallonië geen groenestroomcertificaten meer afgeleverd voor nieuwe residentiële installaties. Brussel levert vandaag wél nog altijd certificaten af voor nieuwe installaties. Hun aantal werd sinds 1 januari 2021 weliswaar verminderd: voor een particuliere installatie met een vermogen tot 5 kilowattpiek daalden de groenestroomcertificaten van 3 naar 2,4 per geproduceerd megawattuur. Dat betekent een afname van 20%.

Ter info: Brussel had in het verleden ook plannen voor de invoering van een prosumententarief, maar dat voornemen werd intussen weer op de lange baan geschoven. Weet ook dat verschillende gemeenten in het gewest extra premies toekennen voor de installatie van zonnepanelen. Informeer je daarover bij de dienst Stedenbouw of Milieu van jouw gemeente.

Wallonië

In Wallonië geniet je nog altijd van het systeem van de terugdraaiende teller. Dat betekent dat je enkel het nettosaldo betaalt van de elektriciteit die je van het net afneemt. Als je dus evenveel stroom injecteert dan consumeert, betaal je dus niets. Sinds 1 oktober 2020 betaal je wel een prosumententarief voor het gebruik van het distributienetwerk. Dat bedrag varieert naargelang de netbeheerder. Reken op gemiddeld 280 euro per jaar. In 2021 neemt de Waalse regering dit bedrag echter integraal voor haar rekening. In 2022 en 2023 financiert ze nog 54,27%, maar vanaf 2024 betaal je alles zelf.

Je kan er overigens ook voor opteren om een dubbele (bidirectionele) meter te laten installeren. De kosten daarvan worden integraal gedragen door het Waalse gewest. Zo’n dubbele meter registreert afzonderlijk hoeveel elektriciteit je afneemt en hoeveel je op het net zet, en laat toe om te kiezen voor het systeem van ‘gedeeltelijke compensatie’. Er wordt dan gekeken naar jouw bruto-afname van het net. Hoe meer opgewekte stroom je zelf verbruikt, hoe minder je aan distributiekosten betaalt. Een bijkomend voordeel is het feit dat je op die manier het prosumententarief vermijdt.

Terugverdientijd per gewest

Rekening houdend met de eigenheden per gewest, berekende Engie hoe rendabel een nieuwe zonnepaneleninstallatie anno 2021 is. De energieleverancier baseert zich hiervoor op een typische installatie met 14 panelen van 4,5 kilowattpiek voor een gezin dat jaarlijks 4.000 kilowattuur aan elektriciteit verbruikt:

  VlaanderenBrusselWallonië
Investering 5.500 euro 5.500 euro 5.500 euro
Prosumententarief / / Oplopend tot 280 euro
Financiële tegemoetkoming 1.275 euro (eenmalige premie) 900 euro (groenestroomcertificaten, gedurende 10 jaar) /
Jaarlijkse besparing 430 euro 500 euro 1.050 euro
Terugverdientijd 9 jaar 4 jaar 6 jaar

Wetende dat zonnepanelen zo’n 25 jaar meegaan, blijft de investering in een PV-installatie in de drie gewesten interessant. Verbruik je zoveel mogelijk van je eigen opgewekte stroom zelf? Dan haal je er nog meer uit.

Bron: Ik ga Bouwen

In samenwerking met

Bekijk alle partners

Deze website is beveiligd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en gebruiksvoorwaarden zijn van toepassing.

track

http://www.livios.be/nl/bouwinformatie/technieken/elektriciteit/besparen-op-elektriciteit/60152/zijn-zonnepanelen-nog-rendabel-in-2021/