Deel uitmaken van een energiegemeenschap? Dit heb je eraan

De Europese Unie bevindt zich midden in de energietransitie. Dat betekent dat ook in België fossiele brandstoffen meer en meer plaats moeten ruimen voor hernieuwbare energiebronnen. Dé manier om die overgang toegankelijk te maken voor iedereen is misschien wel door energiegemeenschappen uit te bouwen. Maar hoe zit dat precies in elkaar?

Het concept van een energiegemeenschap (ook wel Local Energy Community of LEC genoemd) steunt op het delen van energie binnen een kleine gemeenschap door die samen op te wekken of op te slaan en daarna te gebruiken. Concreet gaat het bijvoorbeeld om een buurtbatterij, het delen van elektrische wagens of het gemeenschappelijk aankopen en gebruiken van zonnepanelen op straat-, wijk- of zelfs dorpsniveau. Belangrijk daarbij is dat alle deelnemende leden van zo’n initiatief er de vruchten van plukken.

Breed concept

Met behulp van energiegemeenschappen kan iedereen een bijdrage leveren aan de overgang van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen. Maar zoiets als dé energiegemeenschap is er niet. “Er bestaan verschillende soorten”, zegt Frederik Loeckx van Flux50 op het energiecongres van de Vlaamse Confederatie Bouw. “Momenteel zijn er al een stuk of elf concepten die onder de noemer energiedelen vallen, gaande van een groepsaankoop van groene energie tot een gezamenlijke zonne-installatie om een heel dorp van elektriciteit te voorzien.”

Wijkbatterij

In België en Nederland doen er al verschillende projecten aan een vorm van energiedelen. “In Oud-Heverlee ligt er een energiegemeenschap die een batterij gebruikt op wijkniveau”, zegt Frederik Loeckx. “Het gaat daar dus niet om de productie, maar de collectieve opslag van elektriciteit. Die gedeelde batterij zorgt zowel voor een verhoogde veiligheid als een verlaging van de nodige opslagcapaciteit en is bovendien veel voordeliger dan wanneer iedereen zelf een exemplaar zou moeten kopen.“

Wettelijk kader nodig

De uitdaging om energiegemeenschappen op grote schaal uit te rollen in België? Er bestaat nog geen wettelijk kader voor. “In Amsterdam is er het drijvende dorp Schoonschip, dat een energiegemeenschap op zich vormt”, zegt Frederik Loeckx. “Het ligt in een regelluwe zone en is er gekomen door een nauwe samenwerking met de overheid. Ook in Zwitserland zijn er dankzij de soepelere regels al heel wat projecten. Onze overheden proberen nu samen met partners als de VREG en Fluvius alles in regels en procedures te gieten. Er lopen bij ons ook al residentiële proefprojecten, zoals in Louvain-La-Neuve en cohousingproject De Okelaar in Wolvertem. Maar daarin heeft België toch nog een lange weg te gaan.”

Iedereen toegang geven

Die lange weg is in Vlaanderen en België voorlopig niet 100% duidelijk, zegt Kurt Vanderhispallie van Fluvius op het energiecongres. “Energiegemeenschappen zijn ook maar een stukje van de oplossing, al zullen ze wel een aanzienlijke bijdrage leveren. Vooral het lokale aspect is daarin belangrijk. Het uitgangspunt is om mensen die geen toegang hebben tot hernieuwbare energie samen te brengen met mensen die veel meer energie zouden kunnen produceren, maar dat niet doen omdat ze het gewoon niet nodig hebben. Die energiemix moeten we laten evolueren.”

Efficiënt verdelen wat we opwekken

Hoe kan lokaal energiegebruik dan zo optimaal mogelijk worden georganiseerd? “Het komt er vooral op aan om de energie die we opwekken ook zo efficiënt mogelijk te verdelen”, zegt Kurt Vanderhispallie. “Of het nu gaat om industriële restwarmte, zelfopgewekte zonne-energie of nog iets anders. Zo vermijden we pieken op het elektriciteitsnet. Die brengen overbelasting, extra onderhoud en meer kosten met zich mee. Daarin speelt ook de nieuwe berekening van het elektriciteitstarief een rol. We willen alle knopen maximaal lokaal oplossen: eerst thuis, dan op wijkniveau en pas daarna kijken we naar het elektriciteitsnet.”

Maatschappelijk verantwoord

Voor Fluvius is het een prioriteit om energiegemeenschappen op een maatschappelijk verantwoorde manier te helpen uitrollen. “Het is de bedoeling om het de initiatiefnemers en deelnemers van zo’n gemeenschap zo makkelijk mogelijk te maken”, zegt Kurt Vanderhispallie. “In principe kunnen zij ook op een vergoeding rekenen, al weten we nog niet precies hoe dat in zijn werk zal gaan. Deelnemers moeten ook altijd uit zo’n project kunnen stappen, voor een externe leverancier kunnen kiezen en op elk vlak ondersteund worden. Maar we mogen mensen die niet (kunnen) meedoen ook niet benadelen.”

Belangrijk puzzelstuk

Wanneer kan de uitrol van energiegemeenschappen dan echt van start gaan? “Eerst en vooral hebben we de komende jaren nood aan een wettelijk kader”, zegt Kurt Vanderhispallie. “Daarna gaan we met een stappenplan te werk. We moeten goed bekijken hoe we de nieuwe voordelen van energiegemeenschappen kunnen koppelen aan die van het bestaande net. We hebben een enorm elektriciteitsnet uitgebouwd dat goed functioneert. Het zou zonde zijn om dat nu allemaal overboord te gooien. Eén ding is zeker: in het energielandschap van de toekomst zijn lokale energiegemeenschappen een belangrijk puzzelstuk.”

Het beste van Livios in je mailbox?

Schrijf je in op de Livios nieuwsbrief en ontvang twee keer per week het laatste (ver)bouwnieuws, nuttige tips en tonnen inspiratie.

Volg ons op social media