Zijn condensatieketels nog steeds een terechte keuze?

Ondanks de Vlaamse ban op nieuwe stookolieketels en de opkomst van warmtepompen en andere alternatieve oplossingen, blijven de gasketel en de stookolieketel - en in het bijzonder de condenserende modellen - momenteel de markt domineren. Zowel bij nieuwbouw als bij renovatie schuiven installateurs ze nog altijd als eerste optie naar voor. Waarom? Wat zijn de troeven? Is het een weldoordachte keuze of eerder een voor het gemak? En is het altijd de beste oplossing?

Wat is condensatie?

Condensatie is een fysiek fenomeen dat optreedt wanneer de waterdamp die in de rookgassen aanwezig is, overgaat van gasvormige naar vloeibare toestand. Tijdens die overgang komt energie (en dus warmte) vrij. In een “traditioneel” systeem – dat we vandaag als verouderd en niet meer van deze tijd beschouwen – worden de verbrandingsgassen op zeer hoge temperatuur (tot 250 °C) afgevoerd. Dat is veel te warm om te kunnen condenseren. Een deel van de energie gaat zo rechtstreeks de schoorsteen uit. In een systeem op basis van condensatie daarentegen gaan de rookgassen door een warmtewisselaar, waardoor de temperatuur daalt tot minder dan 56 °C. Hier kan wel condensatie optreden, waardoor extra energie vrijkomt die kan worden gerecupereerd.

Wat zijn de gevolgen?

Die condensatietechniek biedt dus interessante voordelen op het vlak van rendement, uitstoot en verbruik. Ze kan echter negatieve gevolgen hebben wanneer je er geen rekening mee houdt bij het ontwerp van de installatie. De daling van de temperatuur van de rookgassen heeft immers een invloed op de natuurlijke trek van het rookkanaal. De warme lucht zal minder stijgen, met als risico dat de trek van richting verandert (terug naar de ketel) en de ketel uit veiligheid uitvalt. Bovendien kan condens zich afzetten in het rookkanaal en kunnen er vochtplekken verschijnen.

Daarnaast wordt er bij de condensatie van de rookgassen water gevormd, dat moet worden afgevoerd naar de riolering. Wanneer de ketel zich onder het niveau van de riolering bevindt, zal dat met behulp van een kleine pomp moeten gebeuren. Let wel, die hoeveelheid water is aanzienlijk: ongeveer 1,5 liter per uur dat een courante ketel van 25 kW werkt. Dat water mag zonder voorafgaande neutralisatie in het rioolnet terechtkomen: de vermenging met het huishoudelijk water volstaat om de zuurgraad van het condensatiewater te compenseren.

Welk vermogen heb je nodig?

Zowel bij nieuwbouw als bij renovatie moet de installateur het vermogen bepalen in functie van de specifieke situatie. Dat doet hij door een precieze berekening van de warmteverliezen. Hij houdt hierbij ook rekening met de isolatie van de woning. Ben je dus van plan om op korte termijn (een deel van) je woning te isoleren, laat hem dat dan weten.

Vroeger werden verwarmingsketels altijd overgedimensioneerd, wat de efficiëntie van de verwarming geenszins garandeerde en leidde tot een hoger verbruik. Bij renovatie kan je bij de vervanging van een ketel van meer dan 25 jaar het vermogen makkelijk met 30% verlagen zonder dat het comfort daalt.

Aangezien de grootste verbruikswinst voortvloeit uit de condensatie, moet de terugkeertemperatuur van het verwarmingswater ook laag genoeg zijn. Dat betekent dat de temperatuur van het water dat in het verwarmingssysteem circuleert, in het geheel lager moet zijn dan bij een atmosferische ketel (ter vergelijking: oude ketels werden vaak berekend op 90/70 (met een vertrektemperatuur van 90 °C en een retourtemperatuur van 70 °C), voor condensatieketels is dat eerder 60/50).

Belangrijk is dat de warmteafgiftesystemen zijn aangepast aan deze lagere temperatuur. Vloerverwarming is ideaal, aangezien die op veel lagere temperatuur (30 à 35 °C) werkt dan radiatoren. Dat betekent echter niet dat radiatoren uit den boze zijn. Bij nieuwbouw volstaat het ze te dimensioneren om een groot verwarmingsoppervlak te bekomen. Met andere woorden, om voldoende grote radiatoren te voorzien. Bij renovatie zijn de bestaande radiatoren vaak overgedimensioneerd (en dus groot genoeg) en kunnen ze zo functioneren op een lagere temperatuur.

Een vaak gemaakte fout is helaas de bestaande radiatoren te vervangen door kleinere modellen onder het voorwendsel van een betere prestatie van de ketel. Dat is een slecht idee, want hoe kleiner het oppervlak, hoe hoger de verwarmingstemperatuur moet zijn, waardoor de verwarmingsketel de rookgassen niet kan condenseren.

Wat is de terugverdientijd?

Om te weten of de vervanging van je oude ketel door een condensatieketel financieel interessant is, bestaat een relatief eenvoudige rekenformule: de investering gedeeld door de jaarlijkse besparing op het verbruik is gelijk aan de terugverdientijd. Hoe hoger het verbruik van je woning en/of hoe duurder de brandstof, hoe sneller je de investering dus zal terugverdienen. Let er wel op dat je bij de berekening ook rekening moet houden met alle bijkomende kosten verbonden aan de keuze van een condensatieketel: de plaatsing van een buis met een kleinere diameter in het bestaande afvoerkanaal of de afvoer naar buiten, de luchttoevoer, de aansluiting op de riolering, de wijziging of vervanging van het regelsysteem.

Uit praktijkvoorbeelden blijkt dat je jaarlijks zo’n 15 à 20% zou kunnen besparen op je verbruik. Om de terugverdientijd te berekenen, gebruik je dus volgende formule: kostprijs van de nieuwe installatie (alles inbegrepen) ÷ (15 à 20% van het jaarverbruik x de brandstofprijs).

Stel dat je in je woning uit de jaren 1980 de bestaande gasketel wil vervangen door een recent condenserend exemplaar, dan gaat de berekening als volgt: 4.000 euro ÷ (15 à 20% x 2.300 m3 x 1,10) = 11 à 8 jaar. Als je weet dat een verwarmingsketel gemiddeld om de 25 jaar vervangen wordt, dan is de investering in een condensatieketel altijd rendabel.

De globale installatiekost is uiteraard afhankelijk van de gekozen ketel. De prijzen gaan van 2.000 tot 6.500 euro, naargelang het merk, de brandstof, het type (wandmodel of vloermodel), de technische perfectie en het vermogen. De plaatsingskost varieert van 500 tot 1.500 euro, afhankelijk van de wijzigingen die al dan niet nodig zijn aan de hydraulische aansluiting van de bestaande installatie.

Besluit

Als je kiest voor een condensatieketel, kies je voor een beperkte investering die nog steeds lager ligt dan eender welk ander systeem. Je kiest eveneens voor een bewezen, efficiënte en rendabele technologie. Bij renovatie is het nog altijd de enige juiste en economische keuze, zeker bij een hoog verbruik. Bij nieuwbouw vormt de investeringskost nog steeds een reëel voordeel ten opzichte van andere technieken zoals warmtepompen (waarvan het hogere rendement van meer dan 300% in grote mate tenietgedaan wordt door de hoge kostprijs per kWh elektriciteit).

Anderzijds eist de klimaatverandering dat we drastisch en snel investeren in milieuvriendelijkere oplossingen. Dat is dan ook de reden waarom er in Vlaanderen al een verbod heerst op het plaatsen van nieuwe stookolieketels wanneer er aardgas in je straat ligt (in Brussel is dat vanaf 2025), en dat ook gasverwarming vanaf 2026 uit den boze zal zijn bij nieuwbouw. Er bestaan gelukkig al een heleboel duurzame alternatieven om je woning te verwarmen en sanitair warm water te produceren.

Het beste van Livios in je mailbox?

Schrijf je in op de Livios nieuwsbrief en ontvang twee keer per week het laatste (ver)bouwnieuws, nuttige tips en tonnen inspiratie.

Volg ons op social media