Tuinverlichting installeren

Tuinverlichting kan werken op veiligheidsspanning (12 V) of op netspanning (230 V). De lage veiligheidsspanning is een ideale oplossing voor sfeerverlichting. Voor algemene, functionele verlichting heb je netspanning nodig.

Materiaal:Gereedschap:
  • Armaturen met een gekeurde transformator
  • Stroomkabels
  • Bevestigingsklemmen
  • Kunststof/metalen koker
  • Grondkabel of waarschuwingsnet
  • Hooggevoelige differentieelschakelaar (30 mA)
  • Speciale bedrading voor waterdichte aansluiting
  • Rolmeter
  • Schop of spade
  • Striptang

Lage veiligheidsspanning (12V)

  • Bij zeer lage veiligheidsspanning zet een transformator 230 V om in een veilige 12 V. Kies bij voorkeur armaturen met een gekeurde transformator. Als je dan per ongeluk de kabel doorsnijdt, loop je geen gevaar.
  • Bij je doe-het-zelfzaak vind je een uitgebreid assortiment armaturen en kits, waaronder handige armaturen die met een gewone piek in de grond kunnen worden geplaatst. Zo kan je de tuinverlichting gemakkelijk verplaatsen en in de winter eventueel wegnemen. Een gemiddelde kit bevat een transformator, een aangepaste kabel waarop je de lichtpunten aansluit en een aantal lampen.

Stap 1: kabellengte berekenen

  • Leg de lampen op de plaats waar ze straks komen te staan. Bereken vervolgens hoeveel meter kabel je nodig hebt. Probeer de kabelafstand tussen de transformator en de lampen zo kort mogelijk te houden: hoe langer de kabel, hoe groter de kans dat de lampen zwakker gaan branden.

Stap 2: kabels ingraven

  • Graaf een geultje van ongeveer 20 cm diep om de kabels in te verbergen. Om eventuele beschadiging te voorkomen, kan je de kabel door een kunststof of metalen koker trekken. Of je plaatst speciale kabelbeschermers en/of een waarschuwingsnet bovenop de kabel alvorens de geul terug te dichten.

Stap 3: lampen aansluiten

  • Sluit nu de lampen op de kabel aan.
  • Klem de kabel tussen de bevestigingsklemmen, en werk overtollige draad en eventuele aftakdoosjes weg in de sokkels van de lampen.
  • Plaats de transformator in de directe omgeving van een stopcontact. Afhankelijk van het type kan je deze enkel binnen of zowel binnen als buiten plaatsen (zie montage-instructies op de verpakking).

Netspanning (230V)

Tuinverlichting installeren

  • Leg de lampen op de plaats waar ze straks komen te staan. Bereken vervolgens hoeveel meter kabel je nodig hebt. Probeer de kabelafstand tussen de transformator en de lampen zo kort mogelijk te houden: hoe langer de kabel, hoe groter de kans dat de lampen zwakker gaan branden.

Stap 2: kabels ingraven

  • Tuinverlichting op netspanning plaatsen is minder eenvoudig. Eerst moet je de elektrische kabels 60 cm diep ingraven. Als de kabel onder een pad loopt waarover regelmatig een wagen rijdt, dan moet dat minstens 80 cm zijn.

Stap 3: isoleren en beveiligen

  • Als voeding mag je alleen een speciale grondkabel gebruiken (VVB).
  • Steek de kabel in een isolerende koker om hem extra te beschermen, en bedek hem vervolgens met een laagje grond en een waarschuwingsnet. Bij later graafwerk in de tuin voorkomt dit beschermnet schade aan de kabels. Om veiligheidsredenen moet je ook een extra hooggevoelige differentieelschakelaar van 30 mA plaatsen. Grote klussen besteed je best uit aan een erkend installateur.
  • Eenvoudige veranderingen kan je zelf uitvoeren. Zorg ervoor dat de stroom is uitgeschakeld, en dat niemand de stroom kan inschakelen terwijl je aan het werk bent. Bij bepaalde armaturen voor buiten heb je een speciaal type bedrading en verbindingsmoffen nodig (bv. voor een waterdichte aansluiting). Volg daarom steeds de meegeleverde montage-instructies.

Stap 4: aansluiten

  • Of je nu de kabel aansluit op een lasdoos, een schakelaar, een lichtpunt of een stopcontact, de werkwijze is steeds dezelfde:
    • Snijd het omhulsel van de kabel weg, zodat de draden die je moet aansluiten vrij komen. Doe dat zorgvuldig zodat de kabel intact blijft tot aan het punt waar hij de doos in gaat. Je gebruikt daarvoor best een striptang.
    • Verbind de draden in de doos, kleur aan kleur.
    • Voer de kabel in de doos met de bijhorende wartel en rubberring. Zo voorkom je dat er water in de doos kan komen.
    • Prik de condensgaatjes onderaan de doos open met een scherp voorwerp. Als er dan condenswater in de doos komt, dan kan het er zo weer uit lopen.