livios logo

De intrestaftrek in detail

Wie een lening afgesloten heeft na 1 januari 2005, kan genieten van het neiuwe systeem van fiscale aftrek waarbij niet langer een onderscheid gemaakt wordt tussen kapuitaal en rente. Voor oude leningen blijft voorlopig het oude systeem intact waarbij je enerzijds een bedrag in mindering mocht brengen voor het kapitaal dat je hebt afbetaalt en anderzijds voor de intresten die je hebt afbetaald. In dit artikel gaan we dieper in op deze intrestaftrek.

Het zijn niet enkel de hypothecaire leningen voor de aankoop of bouw van een huis die recht geven op de aftrek van intresten. Als de lening bestemd is voor beroepsdoeleinden (vb. aankoop van een auto) kan je de intresten volledig inbrengen als beroepskosten en kan je ze bijgevolg in mindering brengen van de belastbare beroepsinkomsten.

Wanneer je als privé-persoon een lening aangaat die betrekking heeft op onroerende goederen, heb je recht op de zogenaamde ‘gewone intrestaftrek’. Hierbij worden de intresten afgetrokken van het totaal bedrag van de belastbare inkomsten van de ontlener. Dat bedrag is gelijk aan het geïndexeerd KI als je slechts één woning bezit. Als jij of je partner gronden of woningen bezitten, worden die KI’s samengeteld. De gewone intrestaftrek is dus mogelijk voor gelijk welke lening. Het hoeft dus niet per se een hypothecair krediet te zijn. Een lening met een volmacht of een hypothecair mandaat komt daar dus ook voor in aanmerking.

Dat is niet zo voor de zogenaamde ‘bijkomende intrestaftrek’. Die is enkel mogelijk voor hypothecaire leningen met een minimumtijd van 10 jaar, afgesloten na 30 april 1986 voor een enige woning. De lening moet bovendien bestemd zijn voor de bouw van een woning of de aankoop van een nieuwe woning volgens het BTW-stelsel. Dat laatste komt vooral voor bij bouwpromotors. Als je geleend hebt voor een verbouwing, kom je enkel voor die intrestaftrek in aanmerking als de woning minstens 15 jaar in gebruik genomen is, als de verbouwingswerken minstens 21.788 euro bedragen (incl. BTW) en als de werken uitgevoerd worden door een geregistreerd aannemer.

Onder die voorwaarden kan je de intresten die overblijven na aftrek van de gewone intrestaftrek aftrekken van de beroepsinkomsten. Deze bijkomende aftrek wordt gespreid over 12 jaar en is gelijk aan 80 procent van de betaalde intresten voor de eerste 5 jaren en aan respectievelijk 70, 60, 50, 40, 30, 20 en 10 procent voor elk van de zeven volgende jaren.

Wat nu als de lening gedeeltelijk gebruikt wordt voor privé- en gedeeltelijk voor beroepsdoeleinden? Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer je een kantoor of praktijk bouwt aan of in je huis. In dat geval moet er een duidelijke splitsing gemaakt worden tussen het privé- en het beroepsgedeelte van het krediet. De intresten die betrekking hebben op het beroepsgedeelte zijn aftrekbaar als beroepskosten, de intresten op het privé-gedeelte komen in aanmerking voor de gewone en eventueel ook de bijkomende intrestaftrek.

Hoe gebeurt echter die opsplitsing privé- versus beroepsgedeelte? Dat is natuurlijk voor interpretatie vatbaar. Veel hangt af van de grootte van de kamers die je beroepshalve gebruikt in verhouding tot de totale oppervlakte van de woning. Dergelijke dingen overleg je best met een fiscalist of een andere specialist.

10 dingen die je moet weten over bouwbudget en verzekeringen


https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/woonwijzer/bouwen/bouwbudget-en-verzekeringen/de-intrestaftrek-in-detail/