livios logo

Eerste hulp bij slechte bouwgronden

Georiënteerd naar het zuiden, zeeën van ruimte, rustig gelegen maar toch niet te ver van de stads- of dorpskern, én een uitstekende draagkracht: ziehier de perfecte bouwgrond. Door de hoge prijzen en de schaarste is het echter niet meer vanzelfsprekend om je droomperceel op de kop te tikken. Maar is een krappe lap grond die naar het noorden ligt bij voorbaat afgeschreven? Jan D’Hauwe, zaakvoerder van architectenbureau W.A.R.R.P, en Maarten Vanbelle van Atelier Vens Vanbelle zoeken oplossingen voor vier veel voorkomende bouwgrondproblemen: een slechte oriëntatie, onvoldoende draagkracht, een beperkt aantal vierkante meters en een bouwgrond in een drukke buurt.

SOS zonlicht

Foto Knauf
  

Foto Bostoen
  

Foto Blavier
  

"Een bouwgrond is voor ons nooit op één bepaalde windrichting georiënteerd", begint Vanbelle. "Er zal altijd wel een deel van de woning van zonlicht kunnen genieten. Als je creatief omspringt met de planning en oriëntatie van het gebouw, is het volgens mij altijd mogelijk om op één of andere manier zonlicht binnen te halen. Als de tuin naar het noorden ligt, proberen wij met vides en open ruimtes het licht toch tot aan de achterzijde te laten doordringen."

Voor een nieuwbouw in Bredene bestond de oplossing uit een terras op de verdieping. "De tuin ligt er pal op het noorden. Om toch zoveel mogelijk licht binnen te halen, hebben we de woning als het ware ondersteboven opgevat. Het gelijkvloers ligt gedeeltelijk onder de grond en herbergt minder frequent gebruikte leefruimtes zoals de slaapkamers. Bovenop die rechthoek hebben we een verdieping in L-vorm geplaatst met de keuken, het salon, … . Een terras van 4 op 8 meter maakt de rechthoek compleet. Dat terras heeft een dubbele functie: enerzijds verbindt het de leefwereld met de buitenwereld en anderzijds valt langs hier het licht in de woning binnen. Voor een ander project hebben we dan weer gekozen voor een dakvorm in vier delen, één in elke windrichting. Zo komt er een maximum aan licht binnen."

D'Hauwe relativeert het belang van een zuidgericht perceel. "En wat dan nog als je noordgeoriënteerd zit? Op zich kan noorderlicht heel aangenaam zijn. Te veel zonlicht in een woning is soms nefast. Als je met grote glaspartijen aan de zuidkant zit, moet je zeker opletten voor oververhitting. Erger vind ik als je een tuin hebt die volledig in de schaduw ligt. Dan kan een dakterras een goede oplossing zijn."

Opgelet: volgens een recente studie speelt de oriëntatie van je woning voor het E-peil wél een belangrijke rol. Met het oog op energiezuinigheid en warmtewinst is een zuidelijke oriëntatie optimaal. "Maar", zo waarschuwt D'Hauwe, "weet dat bij het bepalen van het E-peil oververhitting zwaar wordt afgestraft."

SOS draagkracht

"Als je bouwgrond niet goed scoort qua draagkracht, zijn de oplossingen beperkt", vertelt Vanbelle. "Je zal sowieso extra aandacht moeten besteden aan je fundering." Een fundering op palen of een zwevende vloerplaat kunnen een oplossing zijn. "Het is ook belangrijk om het gewicht van de constructie te beperken. In dat opzicht is houtskeletbouw een interessant alternatief. Een andere optie is om het gebouw volledig te onderkelderen. Veel oplossingen zijn er niet, dus informeer je op voorhand goed over de draagkracht van de grond. Een stabiliteitsingenieur kan je hiermee helpen."

SOS kleine ruimte

"Ik merk dat bouwers en verbouwers steeds willen maximaliseren", aldus D’Hauwe. "En een auto in het bouwvolume èn zoveel mogelijk kamers, … Ook al is de ruimte beperkt, ze willen die oppervlakte helemaal volbouwen. Maar dat heeft echt geen zin. Hoe klein je ook bouwt, zorg altijd voor open ruimtes die lucht en licht in je bouwproject brengen. Wat heb je aan een woning die volgepropt is met kamers, maar waar het niet leuk is om te wonen?"

Vanbelle deelt die mening. "Wij zeggen altijd tegen bouwers dat ‘ruimte’ niet hetzelfde is als ‘vierkante meters’. Zelfs op de kleinste percelen kun je een ruimtegevoel creëren door bijvoorbeeld voor veel licht te zorgen, in de hoogte te werken, of de leefruimtes open te trekken naar je tuin."

"De realiteit is dat we op steeds kleinere oppervlakten zullen moeten bouwen", zegt D’Hauwe. "Aan de architecten om die uitdaging aan te gaan en oplossingen te zoeken. Nu zitten we naar mijn mening nog altijd ruim in beschikbare ruimte, zodat compact bouwen nog niet écht aan de orde is. Maar ik zie de gemiddelde woning evolueren van een bewoonbare oppervlakte van 200 m², naar 150 m², naar uiteindelijk 120 à 100 m². We zullen op zoek moeten gaan naar nieuwe bouwtypologieën. Op dat gebied staat alles nog in zijn kinderschoenen."

SOS privacy en geluidshinder

"Ook voor dit probleem spelen een goede planning en oriëntatie van je woning een grote rol", meent Vanbelle. "Maar ook de keuze van je bouwmaterialen is belangrijk. Er zijn alleszins veel meer opties dan vroeger. Als bouwsteen kan je kiezen voor de goede akoestische isolatie van cellenbeton. Je kan je muren ook gaan ontdubbelen, maar dat is een pak duurder."

Bij de ontdubbeling van muren wordt er tussen de twee wanden een soepel isolatiemateriaal geplaatst dat het geluid absorbeert en dempt. Dit principe staat ook wel bekend als het massa-veer-massaprincipe, waar de ‘veer’ het dempende materiaal is en de ‘massa’ staat voor de muren. Vanbelle heeft nog enkele tips. "Opteer voor akoestisch glas. Duur? Bij een vorig project bedroeg de meerprijs ten opzichte van gewone beglazing 20 %, dus dat valt nog wel mee. Maar die meerprijs verschilt natuurlijk van project tot project. Voor je ventilatiesysteem is het dan weer mogelijk om voor extra dempende gevelroosters te gaan."

Net als Vanbelle benadrukt ook D’Hauwe het belang van een goed plan. "Je kan gaan spelen met de oriëntatie van de woning. Qua indeling je gelijkvloers gesloten houden en de verdieping open maken. Voor elke situatie zijn er wel oplossingen, maar een pasklaar antwoord is er niet."

Conclusie?

"Een ideale bouwgrond bestaat niet", besluit D’Hauwe. "Er is altijd wel een mankement. Overleg met een architect om tot een goede oplossing te komen. Ik merk nog te vaak dat de drempel groot is om naar een architect of bouwprofessional te stappen. Helemaal onterecht, trouwens. Een goed gesprek kan verhelderend werken en de bouwers doen inzien dat sommige zogezegde problemen helemaal geen struikelblok hoeven te zijn."

"Een goede oriëntatie en een doordachte planning van het gebouw zijn dé twee manieren om problemen aan te pakken", aldus Vanbelle. "Aan de architect om ze aan te passen naar jouw bouwsituatie."


https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/woonwijzer/bouwen/bouwgrond/eerste-hulp-bij-slechte-bouwgronden/