livios logo

Stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing

Foto Livios
  

Onze specialist neemt regelmatig een stedenbouwkundig thema onder de loep. Nu vraagt hij zich af: wat met de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor het ontbossen als uitzondering op het algemene ontbossingsverbod?

Als beginsel geldt dat een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing niet kan worden verleend door het ontbossingsverbod. De vergunning kan wel verkregen worden als de ontbossing noodzakelijk is:

  • Met het oog op de uitvoering van werkzaamheden van algemeen belang.
  • In zones met de bestemming woongebied in de ruime zin, industriegebied in de ruime zin, of in een met die zones gelijk te stellen ruimtelijke bestemming. Hiertoe moet je naar de bestemmingsvoorschriften van het geldende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan kijken.
  • Op de uitvoerbare delen van een niet-vervallen vergunde verkaveling.

Nochtans is dit ontbossingsverbod een relatief verbod wat betekent dat je bij het bevoegde Agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse overheid een verzoek kan indienen tot ontheffing van het verbod. De Vlaamse minister, die bevoegd is voor het natuurbehoud, kan een ontheffing verlenen op individueel en gemotiveerd verzoek. Hij beslist, na advies van het Bosbeheer, om de ontheffing al dan niet toe te staan.

Indien de ontheffing wordt toegestaan, kan de stedenbouwkundige vergunning voor ontbossing worden aangevraagd. Een kopie van de beslissing tot ontheffing moet dan wel bij de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag gevoegd worden.
Het verkrijgen van de ontheffing op het verbod tot ontbossing betekent dus niet dat je al kan beginnen met het uitvoeren van de ontbossing. Daarvoor is nog een stedenbouwkundige vergunning nodig. Volgens het Bosdecreet (13 juni 1999) betekent ontbossen : “Iedere handeling waarvoor een bos geheel of gedeeltelijk verdwijnt en aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven.” Bossen worden in hetzelfde decreet omschreven als:

  • Grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die één of meer functies vervullen.
  • De kaalvlakten, voorheen met bos bezet, die tot het bos blijven behoren.
  • Niet-beboste oppervlakten die nodig zijn voor het behoud van het bos, zoals de boswegen.
  • Bestendig bosvrije oppervlakten of stroken en recreatieve uitrustingen binnen het bos.
  • De aanplantingen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de houtvoorbrengst, onder meer die van populier en wilg.

Of een met bomen begroeide oppervlakte beantwoordt aan deze definitie en dus als bos beschouwd kan worden in de zin van het Bosdecreet, hangt dus niet af van de ruimtelijke bestemming van het gebied waarin die oppervlakte gelegen is.

Zoals hierboven gesteld, geldt in drie situaties geen ontbossingsverbod waardoor dus de mogelijkheid bestaat om een stedenbouwkundige vergunning voor deze ontbossing te verkrijgen. Deze mogelijkheid bestaat ook in andere situaties als je voor een bepaald werk of voor een bepaalde handeling een ontheffing van het verbod krijgt.

Waar vergunningsaanvraag indienen?

Dit hangt af van de persoon of instantie die de aanvraag indient:

Foto Livios
  

  • Particulieren moeten hun aanvraag tot het verkrijgen van een voorafgaande stedenbouwkundige vergunning richten tot het college van burgemeester en schepenen van de gemeente of stad waar het te ontbossen perceel gelegen is.
  • Aanvragen van overheden en aanvragen voor de uitvoering van werken van algemeen belang moeten worden ingediend bij de bevoegde gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar van de provincie waar het te ontbossen terrein gelegen is.
  • Aanvragen tot ontbossingen van meer dan 3 ha worden behandeld door de gedelegeerd stedenbouwkundig ambtenaar van het agentschap RO-Vlaanderen in Brussel of door de bevoegde Minister in delegatie van de Vlaamse regering. Bij ontbossingen van meer dan 3 ha moet de aanvrager ook een milieueffectenrapport laten opstellen en bij zijn vergunningsaanvraag voegen.

De stedenbouwkundige vergunningsplicht betekent dat de vergunningverlenende overheid onder meer de volgende vragen moet onderzoeken:

  • Is de aangevraagde ontbossing in overeenstemming met het geldende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan?
  • Brengt de ontbossing de goede plaatselijke ordening niet in het gedrang?
  • Is de schade aan de natuur in het concrete geval niet geheel of ten dele vermijdbaar?

Het bevoegde college van burgemeester en schepenen of de bevoegde gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar zullen vervolgens de vergunningsaanvraag voorleggen voor advies aan het Bosbeheer. Bosbeheer moet binnen de 30 dagen haar advies uitbrengen. Wordt er geen of laattijdig advies uitgebracht, dan wordt het advies verondersteld gunstig te zijn.

Ten slotte

Er is geen voorafgaande stedenbouwkundige vergunning nodig als het om een ontbossing gaat in een natuurreservaat met een goedgekeurd beheerplan en op voorwaarde dat de geplande ontbossing in dit beheerplan is opgenomen.
Je krijgt geen stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing zonder een goedgekeurd compensatievoorstel. De compensatieplicht zal in één van de volgende artikels uitvoerig besproken worden.


https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/woonwijzer/bouwen/bouwgrond/stedenbouwkundige-vergunningsplicht-voor-ontbossing/