livios logo

Coupe Advocaat: De termijnen voor een rechtsvordering tegen de aannemer

Foto Livios
  

Livios focust maandelijks op een juridisch bouwonderwerp in samenwerking met Advocatenkantoor Dehaese & Dehaese. Deze week bekijken we welke termijnen je hebt voor een rechtsvordering tegen de aannemer.

Hof van Beroep in Brussel, 9 november 2004

De feiten

Een bouwheer doet beroep op een aannemer voor de plaatsing van een oprit voor zijn woning. De plaatsing gebeurt in september 1990.
Op 31 juli 1997 stelt de bouwheer de aannemer in gebreke met het verzoek ter plaatse te komen en de nodige herstellingen uit te voeren aan de beschadigde tegels. De aannemer reageert hierop door een brief naar de tegelleverancier te sturen. In de brief meldt de aannemer dat de schade aan de oprit te wijten was aan een fabricagefout in de tegels en niet aan een fout bij de plaatsing.
Op de 13 januari 1998 gaat de bouwheer over tot dagvaarding van de aannemer, die op zijn beurt op 23 januari 1998 de tegelleverancier dagvaardt. Probleem is dat de bouwheer wacht tot 19 november 1998 om ook een vordering tegen de leverancier in te stellen.

Oordeel van het Hof

De aannemer stelt dat de bouwheer de vordering te laat ingesteld heeft. De plaatsing van de tegels gebeurde immers in 1990 en de vordering werd pas ingesteld in 1998. De rechter oordeelt dat de vordering tijdig werd ingesteld, omdat de dagvaardiging gebeurde binnen de termijn van tien jaar na de aanvaarding van de werken waarbinnen de aannemer aansprakelijk is voor ernstige gebreken.

Een ander argument van de aannemer is dat hij de tegels als 'vorstvrij' had aangekocht en dat hem dan ook niet kon worden verweten dat de tegels toch niet vorstvrij waren. De rechter oordeelt echter dat de aannemer, die op zijn handelsdocumenten melding maakte van de woorden 'Tegels – Bouwmaterialen – Openhaarden”, beschouwd moest worden als een gespecialiseerde aannemer en dat hij verplicht is de kwaliteit van de gebruikte tegels te controleren. De aannemer is bijgevolg aansprakelijk voor de gevolgen van het gebrek in de tegels en moet de volledige schade vergoeden.

De vordering van de bouwheer tegen de tegelleverancier/verkoper van de tegels is volgens de rechter niet tijdig ingesteld. De bouwheer was al sinds 28 augustus 1997 van de identiteit van de verkoper op de hoogte, maar stelde zijn vordering pas in op 19 november 1998. Een vordering tegen een verkoper moet je volgens de wet binnen een korte termijn instellen.

De rechter oordeelt, in de vordering van de aannemer tegen de verkoper, dat de verkoper ongetwijfeld als een gespecialiseerde verkoper moest beschouwd worden. Bijgevolg moet deze kennis hebben van de kwaliteit van zijn producten, dus ook van de eventuele gebreken. Uitgezonderd als deze onmogelijk op te sporen waren.
De verkoper kan niet bewijzen dat het gebrek onnaspeurbaar was. Hij moet dan ook de tegels terugbetalen en ook de schade vergoeden die het gevolg is van de door de hem geleverde gebrekkige tegels. De vordering van de aannemer tegen zijn leverancier/verkoper was wel tijdig ingediend, luidt het. Reden is dat de korte termijn in dit geval pas begon te lopen vanaf het tijdstip waarop de aannemer door zijn klant, de bouwheer, voor de rechtbank werd aangesproken.

Gouden raad

Op welk tijdstip men de aannemer kan/moet aanspreken tot vrijwaring, hangt af van de aard van het gebrek.

  • Zo zijn er de zichtbare gebreken die de bouwheer bij de voorlopige oplevering moet melden, waarbij dan een termijn wordt voorzien waarbinnen de aannemer ze kosteloos moet herstellen.
  • Vanaf de aanvaarding van de werken begint de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer te lopen. Deze aansprakelijkheid geldt voor ernstige gebreken, zowel zichtbare als onzichtbare, die de stevigheid van het gebouw of een gedeelte ervan in het gedrang (kunnen) brengen. De aannemer moet in dit geval binnen de tien jaar na de aanvaarding van de werken een dagvaarding ontvangen.
  • Na de aanvaarding of de oplevering van de werken, kan de bouwheer ook nog steeds een vordering tot vrijwaring voor de lichte verborgen gebreken, die geen invloed hebben op de stabiliteit van het gebouw, instellen. Deze vordering moet de bouwheer instellen binnen een redelijke termijn.
  • Voor lichte zichtbare gebreken, die geen invloed hebben op de stevigheid van het gebouw, kan men na de aanvaarding van de werken in principe geen vordering meer instellen tegen de aannemer.
  • Zo de bouwheer ook de oorspronkelijke verkoper van de materialen wil aanspreken, moet hij dit doen binnen een korte termijn. De tienjarige aansprakelijkheid geldt immers alleen voor aannemers en architecten.

13 dingen die je moet weten over bouwpartners

In samenwerking met

Bekijk alle partners

https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/woonwijzer/bouwen/bouwpartners/coupe-advocaat-de-termijnen-voor-een-rechtsvordering-tegen-de-aannemer/