livios logo

Coupe advocaat: De kracht van een gerechtelijk deskundigenonderzoek

Foto Splendid
  

Foto Splendid
  

Het gerechtelijk deskundigenonderzoek wordt sterk beschermd door de Rechtbanken. Dat mag blijken uit de bespreking van het vonnis van de Rechtbank van Koophandel in Hasselt (30 maart 1999) en het Hof van Beroep in Antwerpen (4 juni 2002) dat advocatenkantoor Dehaese & Dehaese deze maand bespreekt.

Het feitenrelaas

Na beëindiging van bouwwerkzaamheden bestaat er tussen de bouwheer en de aannemer een discussie omtrent de afrekening. Deze discussie mondt uit in een gerechtelijke procedure waarbij door de Rechtbank een gerechtsdeskundige wordt aangesteld om de rekening van de aannemer en de klachten/opmerkingen van de bouwheer te controleren. De aannemer is niet gelukkig met de controle van zijn afrekening door de gerechtsdeskundige en tracht het verloop van het deskundigenonderzoek te vertragen.

Zo passen de afspraken van de gerechtsdeskundige niet in de agenda van de aannemer, maar laat hij ook na om passende data aan de gerechtsdeskundige te melden. Nadien meldt de aannemer dat hij hoger beroep wenst aan te tekenen tegen de beslissing van de Rechtbank om de gerechtsdeskundige aan te stellen om op deze wijze te trachten de gerechtsdeskundige te overtuigen zijn werkzaamheden stop te zetten. Tenslotte formuleert de aannemer laattijdig opmerkingen op het verslag van de gerechtsdeskundige zodat deze laatste een definitief verslag neerlegt zonder standpunt ingenomen te hebben omtrent de (laattijdige) opmerkingen van de aannemer.

De discussie wordt voor beoordeling aan de Rechtbank overgemaakt. De aannemer is van oordeel dat het deskundigenonderzoek dient overgedaan te worden nu zijn rechten van verdediging geschonden zouden zijn.

De uitspraak van de Rechtbank

Vooreerst stelt de Rechtbank dat een vonnis waarin enkel tot de aanstelling van een gerechtsdeskundige wordt overgegaan, ondanks het aantekenen van hoger beroep, geldig blijft. Zelfs indien door een procespartij hoger beroep zou aangetekend worden, is het toegelaten dat de gerechtsdeskundige zijn werkzaamheden verder zet.

Bij de controle van het verloop van het deskundigenonderzoek wordt door de Rechtbank geoordeeld dat door de gerechtsdeskundige het nodige gedaan werd om de aannemer in de mogelijkheid te stellen zijn werkzaamheden bij te wonen. Ook voor het formuleren van opmerkingen op het voorverslag werd door de gerechtsdeskundige voldoende tijd gegeven aan de aannemer. De Rechtbank is dan ook van oordeel dat de niet-aanwezigheid van de aannemer tijdens de onderzoeken door de gerechtsdeskundige en het niet-antwoorden van de gerechtsdeskundige op de opmerkingen van de aannemer, het gevolg zijn van de laakbare houding van de aannemer die op alle mogelijke manieren getracht heeft het deskundigenonderzoek te dwarsbomen.

Het verzoek van de aannemer om een nieuw deskundigenonderzoek te bekomen werd door de Rechtbank, en nadien door het Hof van Beroep, afgewezen.

Gouden raad

In bouwzaken zijn de discussies tussen de bouwpartners meestal van technische aard zodat door de Rechtbank veelal technisch advies ingewonnen wordt bij gerechtsdeskundigen. Dit verzoek tot advies vanwege de Rechtbank is beschermd tegen bijna elke procedurehindernis die door een procespartij zou aangewend worden. Het is voor een gerechtsdeskundige immers bijna altijd mogelijk om, ondanks protest, zijn opdracht uit te voeren. Het is dan ook aangewezen om bij discussies tussen bouwpartners die van een technische aard zijn, zo spoedig mogelijk de aanstelling van een gerechtsdeskundige door de Rechtbank te bekomen.

15 dingen die je moet weten over bouwregelgeving


https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/woonwijzer/bouwen/bouwregelgeving/coupe-advocaat-de-kracht-van-een-gerechtelijk-deskundigenonderzoek/