livios logo

Bouwsector gematigd tevreden over fiscale "bouw"maatregelen

De Bouwunie, de bij UNIZO aangesloten Unie van het KMO-bouwbedrijf heeft onlangs kenbaar gemaakt dat zij tevreden is dat een aantal van haar belangrijke fiscale eisen in het regeerakkoord terug te vinden zijn, al zouden een aantal maatregelen veel verder mogen gaan. Ook formuleerde zij onlangs een tienpuntenprogramma om aannemers te ondersteunen in hun strijd tegen wanbetalers.

De Bouwunie is verheugd enkele van haar belangrijke fiscale eisen in het regeerakkoord terug te vinden. Haar voorstellen hebben tot doel de (ver)bouwplannen van de Vlaming betaalbaar te laten uitvoeren. De verhoogde vrijstelling op de eerste schijf van de registratierechten en de verlenging van de verlaging van de schenkingsrechten zijn positief. Bouwunie betreurt evenwel dat het Europese gemiddelde van deze registratierechten (4,8%) nog steeds niet gehaald wordt en betreurt ook dat de verlaging van de schenkingsrechten niet definitief is ingevoerd.

Voor een aantal in het regeerakkoord voorziene maatregelen dringt Bouwunie aan op overleg met de sector, zoals over de opsplitsing van de milieuheffing en de aanpak van de leegstandsproblematiek. Het pact tussen de Vlaamse regering en de Vlaamse gemeenten en provincies voor een bedrijfsvriendelijke fiscaliteit moet er dringend komen. Het pact moet een halt toeroepen aan “pestbelastingen”.

De Bouwunie is verheugd dat haar voorstel betreffende de verlenging van de tijdelijke verlaging van de schenkingsrechten op bouwgronden in het regeerakkoord opgenomen is, maar vraagt wel dat de maatregel definitief wordt. Ook wordt de gevraagde bouwverplichting op dergelijk geschonken gronden ingevoerd. Nog positief is de invoering van het voorstel van de Bouwunie aangaande de tijdelijke bevriezing van de waarde van een woning (kadastraal inkomen) m.b.t. het gewestelijk deel van de onroerende voorheffing ingeval van renovatie. De kostprijs voor de Vlaamse schatkist is eerder beperkt omdat de maatregel leidt tot een uitgestelde meeropbrengst, in plaats van een vermindering van de inkomsten. Ook het vereenvoudigen van de meeneembaarheid van de registratierechten en de verhoogde vrijstelling op een eerste schijf van de registratierechten zijn positief. Toch bepleit de Bouwunie een drastische verlaging van het tarief van de registratierechten. Het registratierecht moet herleid worden naar het Europese gemiddelde: 4,8% zonder België en 5,2% met België. Het effect van een dergelijke maatregel is onmiddellijk voelbaar bij de consument.

De Bouwunie dringt aan om betrokken te worden bij de voorbereidende werken van de opsplitsing van de milieuheffingen. Ze vreest namelijk dat de bouwondernemingen het gelag zullen betalen omdat ofwel de regulerende – en waarschijnlijk niet aftrekbare – heffingen, ofwel de aftrekbare retributies zo ruim mogelijk zullen gespreid worden. Ook wil de Bouwunie gehoord worden bij de aanpak van het probleem van de leegstand en verkrotting. De Vlaamse regering wil een verbeterde werking van de Wooninspectie, maar de Bouwunie ziet meer heil in een stimulerend beleid. Verbouwen moet aangemoedigd worden en een nieuwe reglementering moet zorgen voor meer rechtszekerheid, meer transparantie en een administratieve vereenvoudiging. De Bouwunie hoopt verder dat de geplande fiscale stimuli voor investeringen en innovatie ook ten goede komen aan bouwondernemingen en niet alleen aan de innovatieve of hoogtechnologische industrieën.

Bouwunie’s 10-puntenplan helpt aannemers in hun strijd tegen wanbetalers

Uit een studie van het Zweedse debiteurenmanagementbedrijf Intrum Justitia rond het Europese betaalgedrag blijkt dat achterstallige betalers steeds later betalen. Al eerder waarschuwde de Bouwunie dat heel wat bouwbedrijven in betalingsmoeilijkheden komen ten gevolge van slechte betalers. De Europese richtlijn terzake en de omzetting ervan in Belgische wetgeving (wet van 2/8/2002 op de betalingsachterstand) heeft geen oplossing gebracht. De Bouwunie heeft daarom een 10-punten-plan uitgedokterd om de bouwbedrijven beter te wapenen tegen slechte betalers.

Cijfers uit een studie naar het Europese betaalgedrag van het Zweedse debiteurenmanagementbedrijf Intrum Justitia wijzen uit dat de betalingstermijn van facturen in het vierde kwartaal van 2003 in België oplopen tot gemiddeld 51,8 dagen en dat klanten gemiddeld 16,8 dagen te laat betalen. Dat is 0,8 dagen vertraging meer dan het voorgaande kwartaal. Ook bouwbedrijven klagen omdat steeds meer klanten hun factuur niet, slechts gedeeltelijk of met vertraging betalen, bv. omdat ze niet kunnen, wegens opmerkingen over de uitvoering van het werk (al dan niet terecht) en een niet onaanzienlijk aantal zonder duidelijke reden. De situatie verschilt wel van klant tot klant.

Particulieren en bedrijven betalen over het algemeen op tijd, d.w.z. binnen de maand (volgens 90% van de bouwbedrijven). Maar als ze niet betalen, ziet de aannemer in vele gevallen zijn geld nooit. De overheid bedingt een langere betalingstermijn: 60 dagen voor een vorderingsstaat en 90 dagen voor de eindfactuur. Ondanks deze ruime betalingstermijnen, overschrijdt de overheid deze spijtig genoeg al te vaak (volgens 35% van een 200-tal bevraagde bouwbedrijven met meer dan 60 dagen!), maar uiteindelijk betaalt ze de aannemer wel. En dit met hogere interesten dan vroeger, wat op zich een verbetering is maar toch niet te verkiezen valt boven een tijdige betaling. Temeer omdat het vaak over grote bedragen gaat.

De oorzaken van niet- of laattijdige betaling mogen dan verschillen, de gevolgen zijn dezelfde. Heel wat bouwbedrijven komen zelf in betalingsmoeilijkheden en kunnen hun eigen leveranciers, onderaannemers, personeel en belastingen niet op tijd betalen. Momenteel is de aannemer te weinig gewapend om dergelijke problemen te voorkomen. De Bouwunie heeft daarom een 10-punten-plan uitgedokterd. Dit plan bevat concrete voorstellen tot wetswijziging (1 t.e.m. 6) en daarnaast een aantal praktische tips voor de bouwbedrijven (7 t.e.m. 10). De Bouwunie wil met dit pakket aan maatregelen de aannemers de nodige instrumenten in handen geven om laattijdig- of niet-betaalde facturen te voorkomen.

  1. De overheden moeten de afgesproken betalingstermijnen respecteren en bij het aanbesteden van werken meteen het daarvoor te betalen bedrag reserveren (lees: blokkeren).
  2. Het in hypotheekwet voorziene voorrecht voor de aannemer blijft in de praktijk dode letter omdat de procedure te omslachtig is. De Bouwunie vraagt een eenvoudigere en goedkopere procedure.
  3. De Bouwunie vraagt het invoeren van een verplichting voor de klant om, voor werken vanaf 15.000 euro, een betalingsgarantie te geven.
  4. De Bouwunie vraagt dat in alle kredietovereenkomsten m.b.t. onroerende werken een contractueel voorrecht wordt opgenomen zodat de aannemer rechtstreeks wordt uitbetaald.
  5. De Bouwunie vraagt dat eigendomsvoorbehoud zou mogelijk zijn voor bevestigde, doch niet betaalde materialen die door eenvoudige handeling en zonder beschadiging teruggenomen kunnen worden.
  6. De onderaannemer kan de bouwheer rechtstreeks aanspreken voor betaling van de werken die hij heeft uitgevoerd indien de hoofdaannemer in gebreke blijft (d.i. rechtstreekse vordering). De huidige procedure moet vereenvoudigd worden.
  7. Het vragen van voorschotten moet in de bouw gemeen goed worden.
  8. Het tussentijds factureren laat de aannemer toe vrij snel signalen van wanbetaling te detecteren en geeft hem de gelegenheid de werken te schorsen indien de klant niet betaalt.
  9. Het geven van kortingen bij contante betaling (bv. 2%) geeft de klant een extra stimulans om zijn factuur snel en correct te betalen.
  10. Tot slot vraagt de Bouwunie de bouwbedrijven en hun klanten om meer beroep te doen op de Verzoeningscommissie Bouw om technische bouwgeschillen te beslechten.

10 dingen die je moet weten over geld en verzekeringen


https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/woonwijzer/bouwen/geld-en-verzekeringen/bouwsector-gematigd-tevreden-over-fiscale-bouwmaatregelen/