livios logo

Grote gebieden onverzekerbaar tegen natuurrampen

Zopas heeft minister van Economie Marc Verwilghen een akkoord bereikt met de verzekeringssector om de dekking tegen schade door natuurrampen mee op te nemen in de brandverzekering. Deze bijkomende dekking zal slechts één tot acht euro extra kosten.

Op zich is dit een positieve evolutie. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) heeft echter een belangrijke angel onder deze overeenkomst ontdekt. Nieuwe woningen in risicogebieden zullen niet van deze gunstige regeling kunnen genieten. De VCB heeft intussen kunnen berekenen dat in Vlaanderen 6.168 ha buiten de regeling dreigen te vallen en misschien zelfs onverzekerbaar zullen worden.

Op dit ogenblik hanteert de administratie in Vlaanderen kaarten van Aminal (de administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer) waarop maar liefst 71.989 ha als overstromingsgebied zijn aangeduid. Dit komt overeen met 5,3% van de oppervlakte in Vlaanderen. Zo zijn in dit gebied terreinen opgenomen die tot nu toe nog maar één keer zijn overstroomd. Van deze 71.989 ha overlappen 6.168 ha met woongebied. Indien de federale overheid zich op deze afbakening baseert, zullen al de nieuwe woningen op deze 6.168 ha van een goedkope verzekering tegen overstromingen verstoken blijven.

Watertoets voor bouwvergunningen

In dit verband stelt minister Verwilghen nog dat de gewestelijke overheden in gevarenzones geen bouwvergunningen meer zouden mogen toekennen. Dit is in Vlaanderen nu al een feit. Hiervoor heeft het Vlaamse Gewest het instrument van de watertoets ingevoerd. Indien de watertoets voor een project negatief uitvalt, kan de overheid hiervoor een bouwverbod opleggen, ook al is het goed gelegen in een zone waar volgens de bestaande plannen van aanleg het bouwen is toegelaten.

Weliswaar voorziet het decreet op het integraal waterbeleid hiervoor in een compensatie. Maar de compensatieregeling is dermate aan beperkingen gebonden dat de VCB samen met andere vastgoedpartners, verenigd in de vzw VLORO (Vlaams Overleg Ruimtelijke Ordening en huisvestiging), aan het Arbitragehof gevraagd heeft de watertoets nietig te verklaren. Bovendien wordt de watertoets nu al toegepast terwijl de compensatieregeling vooralsnog dode letter is gebleven bij gebrek aan een uitvoeringsbesluit.

Hoeveel eigenaars omwille van een negatieve watertoets niet meer kunnen bouwen of van de uitgebreide verzekering voor rampen worden uitgesloten, hangt af van de omvang van de overstromingsgebieden. Indien de Vlaamse administratie haar huidige ruime omschrijving handhaaft, betekent dit een ramp voor duizenden eigenaars van een woonterrein.

Oppervlakte overstromingsgebieden beperken

Het is dan ook tegelijk de taak van de overheid om de oppervlakte van de overstromingsgebieden door infrastructuuringrepen zo minimaal mogelijk te houden. Maar de overheid schiet op dit vlak zwaar tekort. Het Sigmaplan dat in 1977 van start is gegaan na de overstromingen van 1976 te Ruisbroek, is meer dan 25 jaar later nog altijd niet voltooid. Het risico op overstromingen in het Zeescheldebekken is daardoor op vele plaatsen nog steeds te hoog.

Om dit risico weg te nemen pleit de VCB voor een viersporenbeleid. Prioritair moet de overheid haar kaarten aanpassen en hierop minder overstromingsgebieden afbakenen. In functie daarvan moet de Vlaamse overheid de dijken verstevigen. Daarnaast moet zij dringend werk maken van de bouw van de stormvloedkering die in het Sigmaplan was opgenomen maar nooit werd uitgevoerd. Tenslotte kan zij een aantal gebieden zo herinrichten dat het water ze gecontroleerd kan overstromen. Maar deze gecontroleerde overstromingsgebieden mogen slechts een beperkte oppervlakte innemen. Zij moeten ook maximaal bestaande woonzones ontzien. Overlappingen met bestaande woonzones moeten zoveel mogelijk worden vermeden.

In het zeer beperkt aantal gevallen waar deze overlapping dan toch onvermijdelijk zal zijn, kan de Vlaamse overheid dan wel in een degelijke compensatievergoeding voorzien. Bovendien stelt de VCB voor de werking van het Rampenfonds toch nog te behouden voor als woningen in de luttele overstromingsgebieden die dan overblijven, door een overstroming schade oplopen.

Gezien de beperkte budgettaire mogelijkheden van de Vlaamse overheid blijft het gevaar groot dat zij te weinig gaat investeren in dijkversteviging en andere werken die een optimale afloop van het water garanderen (zoals de aanleg van gescheiden rioleringen). Daardoor dreigt zij een veel te ruime afbakening van de overstromingsgebieden te handhaven. Het is trouwens opvallend dat in het Vlaams regeerakkoord enkel sprake is van overstromingsgebieden en niet van dijkversteviging.

Overheid moet beschermen tegen overstromingen

Het Vlaamse Gewest heeft als overheid tot taak haar bevolking voldoende tegen overstromingen te beschermen. Door te weinig in waterbeheersing te investeren schiet het in deze cruciale taak tekort. Door deze gebieden te ruim te bemeten kan de Vlaamse overheid de gevolgen van een beperking of een verbod op een bouwvergunning ook onvoldoende financieel compenseren. Bovendien is nu duidelijk dat daardoor ook de verzekeringsmaatschappijen voor duizenden gezinnen geen soelaas zullen kunnen bieden.

Minister Verwilghen stelt dat wie naast een dijk woont, slechts vijf tot acht euro extra voor zijn brandverzekering zal betalen en dan ook tegen overstroming zal gedekt zijn. Maar wat met de duizenden gezinnen die een nieuwe woning willen bouwen en onvoldoende door een dijk worden afgeschermd? Als zij op dit woonterrein al mogen bouwen, dreigen zij met de huidige, te ruime afbakening van de overstromingsgebieden onverzekerd achter te blijven.

10 dingen die je moet weten over geld en verzekeringen


https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/woonwijzer/bouwen/geld-en-verzekeringen/grote-gebieden-onverzekerbaar-tegen-natuurrampen/