livios logo

Bijna-energieneutraal: hoe geraken we er?

Een richtlijn van de Europese Unie bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwe gebouwen 'bijna-energieneutraal' moeten zijn. De meningen over hoe we dat precies moeten realiseren, lopen uiteen.

Bijna-energieneutraal wil zeggen dat een woning vanaf 2021 nog nauwelijks energie mag verbruiken. En dat het beetje energie dat nog nodig is - 1 à 1,5kW voor verwarming en elektriciteit - uit hernieuwbare bronnen moet komen, zoals bijvoorbeeld warmtepompen, zonnepanelen en windenergie.

Energieprestatie

Foto Arkana
  

Foto Bostoen
  

Vertaald naar een E-peil, houdt de Europese richtlijn in dat we binnen de tien jaar naar een peil tussen E30 en E10 moeten evolueren. Zeker geen sinecure!

Passief bouwen?

Wil bijna-energieneutraal wonen ook automatisch zeggen dat we passief moeten bouwen? Nee, dat is een veel voorkomend misverstand. Een bijna-energieneutrale woning is namelijk geen specifieke bouwstandaard, zoals een passiefhuis dat wel is (maximum warmtebehoefte van 15 kWh/m²/jaar, minimum luchtdichtheid van n50 = 0,6 h-1, en een temperatuuroverschrijdingsfrequentie 25°C = 5%).
De meest voor de hand liggende vorm van een bijna-energieneutrale woning, is wel een geoptimaliseerd passiefhuis, waarbij de energie die nog nodig is voor woningverwarming, sanitair warm water en elektriciteit, afkomstig is uit hernieuwbare bronnen.

Genoeg hernieuwbare energie

Maar zoals gezegd, hoeft een bijna-energieneutrale woning niet per se een passiefhuis te zijn. Europa verwijst in zijn richtlijn nergens naar de exacte eigenschappen van een dergelijke woning. In principe kan ook een iets minder goed geïsoleerde woning of een woning die natuurlijk geventileerd wordt (dus zonder de obligate balansventilatie van een passiefhuis) bijna-energieneutraal zijn, … als er maar in genoeg hernieuwbare energie voorzien wordt.

Isolatie blijft heel belangrijk

Er zijn dan wel geen specifieke eisen voor isolatie, het is logisch dat een bijna-energieneutrale woning in de praktijk toch minstens geïsoleerd moet zijn tot op het niveau van een lage-energiewoning. Wel opgelet: de investering in hernieuwbare energie neemt toe, naarmate de energiebehoefte van de woning groter is. Het kost dus meer om een lage-energiewoning bijna-energieneutraal te maken, dan een passiefhuis. Maar het kost ook (veel) meer om een passiefhuis te bouwen, dan een lage-energiewoning. De praktijk zal uitwijzen welke weg we uiteindelijk zullen bewandelen.

Boeiende discussies

Eén ding is zeker: we mogen op dit vlak nog boeiende discussies verwachten. Want sommige specialisten tonen zich alvast geen fervent voorstander van passief bouwen. Zij wijzen op het economische optimum van isoleren. Dat wil zeggen het punt waarop de energetische meerwaarde van extra isolatie niet meer opweegt tegen de meerinvestering van de bouwheer. Dit zou overeenkomen met een K-peil van 35, terwijl het K-peil van een passiefhuis maximum 15 bedraagt.

In dit artikel vind je meer uitleg over één van de eerste bijna-energieneutrale woningen in België, op basis van een geoptimaliseerd passiefhuis.

15 dingen die je moet weten over regelgeving


https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/woonwijzer/bouwen/regelgeving/bijna-energieneutraal-hoe-geraken-we-er/