Vlaams Bouwmeester: “Ons woonideaal? Zo ver mogelijk van alles en iedereen weg”

Hoe wonen we in 2050? Livios vroeg het aan architect en filosoof Erik Wieërs. Als Vlaams Bouwmeester ondersteunt hij overheden bij hun bouwprojecten én is hij een belangrijke stem in het debat rond woonkwaliteit.

Erik Wieërs is architect en filosoof van opleiding, docent aan de Universiteit Antwerpen en medeoprichter van het Antwerpse ontwerpbureau Collectief Noord. Als Bouwmeester legt hij sterk de nadruk op de sociale kant van architectuur. “Wij benaderen wonen altijd als een individueel probleem. In andere culturen is het de gewoonte dat je je oude moeder in huis neemt, maar wij vinden het normaal dat je haar naar een rusthuis brengt”, aldus Erik Wieërs.

Psychologische shift

Volgens hem gaan we in de toekomst naar een meer collectieve aanpak van de bouwproblematiek. “Het idee om woonruimte te delen. Niet alleen om redenen van efficiëntie, zoals energiebesparing, maar ook om het sociaal weefsel te versterken. Maar daarvoor is er een psychologische shift nodig.”

Toch gelooft Erik Wieërs ook in een sterke betrokkenheid van (ver)bouwers bij hun project. “Bouwen is een sociaal gebeuren. Wie zelf mee zijn woonsituatie installeert, is veel meer betrokken. Als je verhuist, komen vrienden en kennissen helpen. Ook als je bouwt of renoveert, en dat mogen we niet verliezen. Die tv-programma’s waarbij iemand anders voor jou een huis bouwt: verschrikkelijk!”

Jongeren geven het voorbeeld

De vrijstaande woning buiten de stad blijft het ideaal voor een meerderheid van jonge Vlamingen. Niettemin is de Bouwmeester positief over de toekomst. “Er is nog veel weerstand rond collectief wonen, maar ik zie ook verandering. De jongere generaties kiezen er vaker voor om met vrienden samen te wonen in een groot huis.”

“Of ze kopen samen een huis met twee gezinnen omdat het anders te duur is. Want op een bepaald moment zal het haast onmogelijk worden om nog individueel op een afgelegen plek te wonen. Dan vindt de omslag vanzelf plaats.”

Iedereen kennen

Dat betekent volgens Erik Wieërs overigens niet dat we binnen enkele jaren allemaal in de stad wonen. “In het verhaal over verdichting werd in het verleden te veel de nadruk gelegd op verstedelijking, waardoor bij veel mensen de angst leeft dat we van elk dorp een stad willen maken. Integendeel! Het is de uitdaging om de vertrouwde ‘dorpse’ sfeer te combineren met een ‘denser’ woonmodel, waarbij we slim omgaan met ruimte.”

Toekomstgericht wonen betekent dus niet per se ‘stedelijker’ wonen? “We hebben een fout beeld van dorpen, omdat we er vooral tegen 50 kilometer per uur doorheen rijden. Je ervaart pas echt wat een dorp is, als je andere routes neemt, via trage wegen en kleine kapelletjes. De dorpse ruimte hangt ook samen met herinneringen. En met het idee dat je bijna iedereen kent.”

Sociale samenhang

De Bouwmeester pleit dan ook voor méér ‘dorpelijkheid’. En dat kan ook in de stad. “Voor sommige mensen valt de verhuis van de stad naar een dorp tegen. Omdat ze in de stad een beter sociaal netwerk hebben en meer contact met hun buren. In het dorp worden ze soms als vreemde beschouwd.”

“Het gaat dus niet enkel over ruimte, maar ook over sociale samenhang. En die kan in een typische verkaveling net zo goed ontbreken. Veel mensen zetten hun kinderen een dorp verder in school af met de wagen, en gaan dan nog eens vijf dorpen verder werken. ’s Avonds rijden ze naar de supermarkt in weer een ander dorp. Ze hebben geen enkele relatie met het centrum waar ze wonen.”

Bouwen als belegging

Volgens Erik Wieërs is er enorm veel winst te boeken door te wonen op een plaats waar je alles te voet kan doen, waar je de mensen kent en alle basisvoorzieningen in de buurt hebt. Maar hij wijst meteen ook op een cruciaal aspect: betaalbaarheid.

“We kunnen er wel voor pleiten om dichter bij kernen in de stad of een dorp te gaan wonen, in de buurt van voorzieningen. Maar die plekken worden almaar duurder. Het is belangrijk dat de overheid ervoor zorgt dat ze betaalbaar blijven en dat het financieel minder interessant wordt om afgelegen te gaan wonen.”

De Bouwmeester gelooft alvast niet dat de prijzen vanzelf wel dalen als we meer bouwen. “Vastgoed is naast een basisbehoefte ook een beleggingsproduct, dat kan je niemand kwalijk nemen. Als je 200.000 euro op de bank zet, verlies je, zeker met de inflatie. Terwijl als je een appartement koopt het over tien jaar dubbel zoveel waard is, boven op de maandelijkse huur die je ontvangt. Dat gegeven doorkruist ons woonbeleid.”

Woonideaal te koop

Die focus op geld is ook wat de Bouwmeester stoort aan populaire tv-programma’s zoals Blind Gekocht. “Dat soort entertainment promoot het idee dat je je woonideaal gewoon kan kopen. Als je maar geld hebt, wordt alles perfect voor jou ingericht. Maar het gaat in die programma’s zelden of nooit over de locatie, over een buurt waar ook andere mensen wonen.”

“Dat is het pijnlijke aan ons woonideaal: dat het ideaal is om ergens in het groen zo ver mogelijk van alles en iedereen te wonen.”

Hoe staat de Bouwmeester dan tegenover nieuwe regelgevingen, zoals de verplichting vanaf 2023 om je huis na aankoop te renoveren tot een minimumniveau qua energie-efficiëntie? “Weer zo’n typisch voorbeeld van een marktgedreven logica van eindeloze economische groei. De burger wordt eerst en vooral beschouwd als individueel consument. Waarom kan je niet samen met je buren of met de wijk subsidies voor zonnepanelen aanvragen?”

“De overheid subsidieert vooral technische maatregelen. Maar zo steunt ze vooral mensen die het zich kunnen permitteren om überhaupt geld uit te geven. Wie een sociaal appartement huurt, zal geen PV-panelen leggen.”

Voorbeelden gezocht

Een belangrijk pijnpunt is volgens de Bouwmeester nog het gebrek aan kennis van collectief wonen. Daarom raadt hij kandidaat-bouwers aan om ook eens te kijken naar vormen van samenwonen en te rade te gaan bij verengingen zoals het informatieplatform Samenhuizen vzw en Wooncoop.

“Niet alleen zijn er zeer veel manieren om collectief te wonen, van cohousen tot het delen van een gemeenschappelijke fietsenberging. Maar je kan ook het eigenaarschap zelf in vraag stellen. Zoals in een coöperatieve vennootschap waarin je het eigenaarschap van een gebouw deelt met een groep mensen. Voor dat soort modellen moet meer ruimte gemaakt worden.”

Het beste van Livios in je mailbox?

Schrijf je in op de Livios nieuwsbrief en ontvang twee keer per week het laatste (ver)bouwnieuws, nuttige tips en tonnen inspiratie.

Volg ons op social media