livios logo

Belgen wonen steeds beter

We wonen een stuk comfortabeler dan tien jaar geleden. Er zijn ook meer woningen dan vroeger. En bijna 7 op 10 Belgen heeft een eigen woning of appartement. Een en ander blijkt uit de eerste resultaten van de volkstelling van 2001.

Het bestand aan bewoonde particuliere woningen omvatte op 1 oktober 2001 4.248.502 eenheden. Dat is een stijging met 7,5% sinds 1 maart 1991. Een aantal kenmerken van de woningen is de laatste tien jaar sterk geëvolueerd, andere zijn dat veel minder. Een erg belangrijke ontwikkeling is dat het aandeel eengezinswoningen gestegen is van 72,9% tien jaar geleden naar 75,4% nu. Nu worden ook 68,0% van de woningen bewoond door de eigenaar, tegen 65,4% tevoren. Nog sterker is de toename wat betreft centrale verwarming: 72,7% van de woningen heeft er nu, tegen 61,4% in 1991. Voor het eerst haalt aardgas stookolie in als voornaamste brandstof voor de verwarming (44,0% tegen 43,1%). Tien jaar geleden stond stookolie nog ver voor aardgas: 42,3% tegen 37,7%. De vooruitgang van aardgas ging vooral ten koste van steenkool - van 9,9% naar 2,8% - terwijl elektriciteit één procent wint, van 6,2% naar 7,2%.

Het aandeel woningen in gebouwen met tien woningen en meer bleef stabiel - 7,7% tegen 7,8% in 1991. De gemiddelde grootte van de woningen is de laatste jaren echter afgenomen. In 2001 hadden 55,5% van de woningen een oppervlakte van minder dan 85 m², 21,9% was tussen 85 en 104 m² groot en 22,6% 105 m² en meer; bij de volkstelling van 1991 bedroegen de overeenkomstige percentages 53,2%, 20,3% en 26,5%. Zo ook nemen woningen met minder dan drie vertrekken nu 11,8% van het woningbestand in, tegen 11,2% tien jaar geleden. Dat wijst niet zozeer op een daling van de woonkwaliteit maar is veeleer het gevolg van een fenomeen dat men al tientallen jaren waarneemt: de constante daling van de gemiddelde grootte van de huishoudens. De afname van het aantal bewoners per woning bevestigt dat: 2,39 in 2001 tegen 2,53 in 1991.

Qua comfort is er vooruitgang: 96,4% van de woningen hebben nu een toilet binnenshuis tegen 91,9% in 1991 en 35,3% hebben er zelfs twee of meer. In 95,8% van de woningen is er een badkamer, tegen 88,4% tevoren; twee of meer badkamers zijn er nochtans maar in 8,5% van de woningen.

63,7% van de woningen kunnen in 2001 beschikken over een garage of eigen stelplaats voor de auto, tegen 53,8% tien jaar geleden. Het percentage tuinen ging in dezelfde periode van 69,2% naar 72,9%.

83,4% van de woningen beschikken nu over een vaste telefoonlijn, tegen 78,4% bij de laatste telling. Voor de laatste drie voorzieningen is er geen vergelijkingsmateriaal uit 1991. Het volstaat dus te zeggen dat in 2001 69,4% van de huishoudens over tenminste één gsm beschikken: 42,9% hebben er één, 26,5% twee of meer. Anderzijds zeggen 44,6% van de huishoudens thuis een pc te hebben en 28,0% een internetaansluiting.

10 dingen die je moet weten over duurzaam en levenslang wonen


https://www.livios.be/nl/bouwinformatie/woonwijzer/hoe-wil-ik-wonen/duurzaam-en-levenslang-wonen/belgen-wonen-steeds-beter/