Huis Gemaakt: de 5 grootste moeilijkheden van onze verbouwers

Het tweede seizoen van Huis Gemaakt zit erop. Wekenlang gingen drie koppels aan het werk om een vervallen pand te renoveren tot hun droomwoning. De ene met al iets meer ervaring dan de andere. Toch bleek de volledige renovatie van een woning voor alle koppels een van de grootste uitdagingen van hun leven.

Samen met werfleider Johny blikken we terug op de vijf grootste moeilijkheden uit het programma en tipt hij hoe je goed voorbereid aan de slag gaat.

1. Temper je enthousiasme bij het afbreken

“Probeer voor je start met de afbraakwerken in te schatten wat de gevolgen kunnen zijn. Zo vermijd je dat je dingen afbreekt, die je daarna terug moet opbouwen”, vertelt Johny. “Let ook op met bestaande leidingen en afvoeren. Het is niet altijd duidelijk wat nog wel of niet is aangesloten. Om de situatie te helpen inschatten, moet je goed kijken waar alles vandaan komt en waar het naartoe gaat.”

“Je kan best ook de hoofdschakelaar uitzetten, en de hoofdkranen van het water en de gas dichtdraaien. Als je dan een leiding raakt of losrukt, of in contact komt met elektriciteitsdraden, kom je niet in de problemen.”

Ben je na de afbraak- en ruwbouwwerken klaar om te starten met de afwerking? “Test dan eerst alle technieken. “Doe je dat niet en zit er bijvoorbeeld een aansluiting verkeerd, dan kan je opnieuw beginnen. Bovendien kan het bij een chape jaren duren voor je merkt dat hij nat is.”

2. Een deuropening vergroten is niet altijd zonder risico

De structuur van je woning (draagmuren, tussenvloeren en dak) zorgt voor de stabiliteit van je huis. Als je aan een van die elementen raakt, door bijvoorbeeld een opening te maken in een draagmuur of een muur weg te halen, kan dat serieuze gevolgen hebben. Dat is ook de reden waarom je voor dit soort interventies een omgevingsvergunning moet aanvragen. Maar hoe weet je nu welke elementen deel uitmaken van die draagstructuur?

“Het is niet eenvoudig om draagmuren te herkennen”, bevestigt Johny. “Buitenmuren hebben sowieso een dragende functie, net als het dak. Daar blijf je vanaf. In de woning wijst een muur, die over de verdiepingen doorloopt, ook meestal op een draagmuur. Een wand, waarop geen andere muur rust op de verdieping erboven, heeft vaak geen dragende functie. Maar dat is geen sluitende regel.”

Ben je niet zeker of het al dan niet om een draagmuur gaat? “Schakel dan iemand met kennis van zaken of een expert in. Dat kan een architect zijn, maar vooral een stabiliteitsingenieur. Het zal ook hij zijn die berekent hoe draagkrachtig een nieuwe draagmuur of poutrelle moet zijn, wanneer je de muur vervangt of weghaalt.”

3. Werken met gipsplaten: niet zo eenvoudig als het lijkt

Gipsplaten zet je meestal vast op een structuur uit hout of aluminium. Het handige aan zo’n voorzetwand is dat je er je technieken makkelijk in kwijt kan. De kunst is om alles terug te vinden en stopcontacten en schakelaars op de juiste plek te voorzien in de plaat. “Een truc die kan helpen om op de juiste plaats uitsparingen te voorzien in de gipsplaten, is een foto nemen van de kabels in de structuur en de afmetingen erbij noteren: op zoveel centimeter van de muur, op zoveel centimeter hoogte. Zo weet je ook precies waar ze lopen”, tipt Johny.

Om te voorkomen dat de gipsplaten zouden doorbuigen of gaan golven, is het belangrijk ze goed vast te zetten op de structuur. “De norm ligt rond de 20 à 25 schroeven per plaat (in de lengte). De kruisjes op de platen duiden aan waar je moet schroeven.” Voor de structuur zelf, bevinden de latten waartegen je de platen schroeft, zich meestal op 60 cm van elkaar. Voor een schuine wand is dat 40 cm, tegen het plafond 30 cm.

Werk je niet met een voorzetwand, maar bevestig je de platen rechtstreeks op de muur? Breng de lijm dan aan op de muur en niet op de gipsplaat. “Door het gewicht van de dotten lijm kan de plaat makkelijk breken.”

Ook voor de afwerking heeft Johny nog een gouden tip: “Om de naden tussen de gipsplaten te dichten, breng je liefst veel dunne lagen aan in de plaats van een dikke laag die je daarna moet afschuren. Het mag dan wat langer duren, het resultaat zal veel beter zijn.”

4. Sluit toevoerleidingen goed aan

“Als de toevoerleidingen van het water niet goed zijn aangesloten, spuit het water in het rond. Als die al achter een wand zitten, kan je afbreken en opnieuw beginnen”, legt Johny uit. “Testen is dus de boodschap. Maar zorg er wel voor dat je weet wat je test. Heb je nog geen kraan geplaatst of is de radiator nog niet aangesloten, draai de kraan dan niet open.”

“Test ook kraan per kraan, circuit per circuit. Draai je alle kranen in één keer open, dan weet je niet waar het probleem zich bevindt. Investeer ook in kwaliteitsvolle, duurzame materialen voor de aansluitingen, afvoer… Dan ben je zeker van een lange levensduur.”

5. Tegelen: begin op de juiste plaats

Een goed geplaatste tegelvloer start bij de basis: de ondergrond. “Die moet droog zijn - wat betekent dat de chape voldoende uitgedroogd moet zijn – vetvrij, egaal en voldoende poreus zodat de lijm pakt, anders zal je een primer moeten aanbrengen.

“Tegel ook niet tot tegen de muren, maar voorzie een uitzetvoeg langs de kanten. Tegels kunnen onder invloed van temperatuurschommelingen wat uitzetten. Niet veel, maar bij een rij van vijftien tegels is dat verschil niet meer miniem.”

Onder de binnendeuren laat je een dilatatievoeg, die ook in de chape zou moeten zitten. Voeg niet gewoon in, maar vul deze op met silicone.

Werken met kruisjes kan je helpen om de tegels telkens op dezelfde afstand van elkaar te plaatsen. “Leg ze echter niet plat op de chape, maar zet ze rechtop. Zo haal je ze veel makkelijker weg”, zegt Johny. “Gebruik eventueel ook een laser, zodat je lijn mooi recht blijft. Niet alle tegels zijn 100% gelijk, en je wil niet met schuinlopende voegen zitten.”

En waar begin je nu het best met de tegels? “Vaak starten we met een kruis in het midden van de ruimte, zodat de tegels aan beide kanten gelijklopen. Maar dat zorgt voor veel afval aan de kanten. In een keuken kan je bijvoorbeeld wel starten met een volle tegel tegen de wand waar geen kasten komen en zo opschuiven. Maar je legt in elke ruimte de tegels best eerst uit, zonder lijm, om te bekijken hoe je best te werk gaat.”

Tot slot moet je de tegels nog invoegen. Johny raadt aan om in de badkamer, en zeker in de inloopdouche, epoxyvoegen te gebruiken. Die zijn weliswaar duurder, maar wel resistenter. “Om de vloer vervolgens schoon te maken, ga je er drie à vier keer over met een cementsluierverwijderaar.”

Het beste van Livios in je mailbox?

Schrijf je in op de Livios nieuwsbrief en ontvang twee keer per week het laatste (ver)bouwnieuws, nuttige tips en tonnen inspiratie.

Volg ons op social media