Onze verfspecialist Piet Naessens van Akzo Nobel heeft voor jou een lijvig antwoord klaar. "De soort afwerking bepaalt of de houttextuur of de nerven nog goed zichtbaal zullen zijn als je de meubelen in een andere kleur zet. Bij lakken, een dekkende afwerking, is dat zo goed als niet meer het geval. De dikkere laagsystemen 'vullen' de ondergrond en zorgen bijvoorbeeld door het gebruik van plamuur voor een perfect glad oppervlak, zodat je zelfs niet meer ziet dat het materiaal van hout is. Lakken, die wat minder vullen, verbergen de poriën en houttextuur niet helemaal ook al is het hout volledig met de kleur gedekt. Daarnaast zijn er de zogenaamde verfbeitsen, die dekken (bv. wit, groen, blauw) en dus niet transparant zijn, maar de reliëfverschillen van de houttekening zoveel mogelijk accentueren. Verfbeitsen of dekkende beitsen worden vaak gebruikt voor ramen, deuren, luiken, geveltimmerwerk en tuinhuisjes, maar zelden voor meubelen."
"Daarnaast zijn er transparante mogelijkheden, specifiek bedoeld om de nerven van de meubelen te tonen. Vereist is dat het hout een 'open' structuur heeft, en dat alle verf-, was- of vernislagen eerst volledig zijn verwijderd, bv. door af te bijten met een afbijtmiddel. Ook de houtsoort is van belang; het lukt meestal goed op naaldhout, soms ook op niet al te harde houtsoorten zoals eik maar het is meestal ongeschikt voor tropisch hout."
"Er zijn transparante beitsen in diverse kleuren, wit, lichtblauw, enz. Deze zijn tegenwoordig vaak op basis van water in plaats van white spirit. Dit soort producten moet in de richting van de houtnerf worden uitgestreken met een verfborstel of rol in één of twee lagen. Het resultaat is een doorschijnende laag bovenop het houtoppervlak, dat eruit ziet alsof het geboend is. Dit lukt vaak heel goed op naaldhout. Niet alle producten geven een mooi resultaat op eik, donker of al behandeld hout. Watergedragen producten drogen vrij snel en moeten rijkelijk (zonder te overdrijven) worden aangebracht. Er bestaan ook gekleurde oliën van bv. grijze kleur, waarbij je het overtollige mag afwrijven met een doek. Producten die erg dun zijn, dringen diep in de poriën en zijn achteraf zeer moeilijk te verwijderen."
"Een andere methode om de nerven van bv. eik te tonen is een effecttechniek, zogenaamd 'ceruseren'. Dergelijke behandeling is onherroepelijk. Het is alleen geschikt voor niet te hard hout, want bij veel tropische houtsoorten kan je de nerven niet genoeg openmaken. Hierbij probeert men een contrast te creëren tussen de natuurlijke houtskleur (of eventueel een gekleurde grondlaag) ten opzichte van de nerven en poriën, die je opvult met een gekleurde pasta. Het hout eventueel (niet echt noodzakelijk) instrijken met een kleurende (contrasterende) vloeistof bv. door middel van een doek, het overtolige afwrijven en laten drogen. De nerven open borstelen met een handborsteltje met gele messingdraad (geen staalborstel), in de richting van de nerven en ontstoffen; vervolgens een 'ceruseerpasta' (wit, oker, houtskleur...) met een katoenen doek inwrijven in cirkelvormige bewegingen, het overtollige afnemen, laten drogen en de overtollige pasta licht schuren. Eindigen met een kleurloze beschermlaag (was, vernis of olie). Opgelet: was en vernis vergelen na zekere tijd. Een 'ceruseerpasta' heeft een aantal ingrediënten gemeen met synthetische grondverf; dergelijke pasta is in sommige decoratiewinkels verkrijgbaar."
"Doe altijd eerst een proefje vooraleer je alle producten aanschaft. Probeer het uit op een plankje van dezelfde kleur en hetzelfde hout en kijk of je het resultaat mooi vindt."