Je gaat best even na hoe het met de grondwaterstand zit, vooraleer uit te maken op welke manier je het regenwater in de grond wil laten infiltreren. In het boek 'Water, elke druppel telt' van de VMM adviseert men om pas in een ondergrondse infiltratie in de vorm van een put of buis te voorzien wanneer het grondwater dieper zit dan 1 meter.
Wanneer het grondwater echt diep genoeg zit, kan je opteren voor een put. Een kleine put kan al heel wat water bergen. Om een idee te hebben van de dimensionering, kan je gebruik maken van de tabel in het luik regenwater in het hoofdstuk sanitair van onze bouwgids.
Het water wordt dan via gaatjes in de onder- en zijkant van de put in de grond geleid.
Zit het grondwater hoger, dan opteer je best voor een horizontale buis. Dit systeem bestaat uit een drainerende buis omgeven door grind en een geotextiel om dichtslibben te vermijden. Behoud in dit geval voldoende afstand van bomen (minstens de straal van de kruin) om te voorkomen dat je in de zomer de boom gaat draineren.
Ondergrondse infiltratievoorzieningen pas je best alleen toe in een goed doorlatende bodem en worden best voorafgegaan door een filterputje om verstoppingen te voorkomen.
Naast de ondergrondse infiltratievoorzieningen kan je ook opteren voor bijvoorbeeld een vijver of wadi, die kan ook perfect in de tuin worden geïntegreerd.
Meer informatie over regenwaterinfiltratie vind je ook in het antwoord op vraag 1099.