We vonden een antwoord bij de panelleden van Villa Juris Advocaten, meer bepaald bij Marjolein Liefsoens:
"Het principe is dat rechtsvorderingen ingesteld door de BTW-administratie na het verstrijken van de verjaringstermijn niet-ontvankelijk zijn en worden afgewezen.
Tijdens de loop van de verjaringstermijn, kan deze echter worden ‘gestuit’, hetgeen betekent dat de verjaringsteller opnieuw op nul wordt gezet, waarna de verjaring opnieuw begint te lopen voor een nieuwe termijn die even lang is als de initiële verjaringstermijn.
Deze stuiting kan gebeuren door bv. een vrijwillig gedane (gedeeltelijke) betaling, door het opstellen van een proces-verbaal door de Administratie, of door de ondertekening door de belastingplichtige van een document houdende “afstand van de gelopen termijn der verjaring”. Dit laatste gebeurt meestal in het kader van nog lopende onderhandelingen met de Administratie.
Belangrijk om weten is wel dat stuiting alleen mogelijk is tijdens de duur van de verjaringstermijn en derhalve niet meer na het verstrijken hiervan. Verjaard is derhalve verjaard.
U stelt zelf dat uw ‘bouwdossier’ verjaard zou zijn. Dit zou inhouden dat de verjaringstermijn niet meer kan worden verlengd, óók niet door ondertekening van enig document.
Het feit dat de Belastingadministratie u een document tot verlenging van de verjaringstermijn voorlegt, doet derhalve vermoeden dat uw dossier nog niet is verjaard. U bent uiteraard niet verplicht dit te ondertekenen, doch u dient er rekening mee te houden dat de Belastingadministratie in dat geval zelf tot stuiting kan overgaan d.m.v. het opstellen van een proces-verbaal. Wij kunnen u derhalve adviseren door een professional na te laten gaan of de vordering van de Administratie daadwerkelijk is verjaard.
Ten slotte dient er nog op te worden gewezen dat de verjaringstermijnen niet verward mogen worden met de onderzoekstermijnen van de Belastingadministratie.
Er wordt niet voorzien in een beperking van deze onderzoekstermijnen, zodat er in feite een onbeperkt controlerecht bestaat inzake de BTW. Dit recht wordt enkel onrechtstreeks beperkt door het verloop van de bewaringstermijn die zeven jaar is voor boeken en stukken.
Zelfs met betrekking tot periodes waarvoor de verjaring reeds is ingetreden kan de Administratie dus een controlerecht uitoefenen. Het is aldus ook mogelijk dat de vraag van de Administratie hierin kadert."