We legden jouw vraag voor aan advocaat Peter Henriksen:
"De aannemer begaat een contractuele wanprestatie door geen uitvoering te geven aan de gesloten overeenkomst. Wanneer in de aannemingsovereenkomst een termijn werd voorzien die intussen ruimschoots is overschreden, is dit duidelijk.
Ook indien niet uitdrukkelijk een termijn werd overeen gekomen, dan nog neemt dit niet weg dat de aannemer binnen redelijke termijn uitvoering aan zijn verbintenissen dient te geven. De contractuele wanprestatie van de aannemer impliceert wel niet dat de overeenkomst hierdoor automatisch een einde neemt. De overeenkomst bestaat in principe nog steeds.
U zou kunnen argumenteren dat de feiten niet anders kunnen worden geïnterpreteerd dan dat partijen in gezamenlijk overleg de overeenkomst hebben beëindigd, wat blijkt uit het gegeven dat er door geen der partijen nog uitvoering aan werd gegeven. De uitkomst van een dergelijke argumentatie is echter onzeker.
Indien de overeenkomst op heden nog zou bestaan, kan u de ontbinding ervan nastreven. In de overeenkomst kan een ontbindende voorwaarde zijn ingeschreven, daarnaast is tevens in de wet voorzien dat een dergelijke overeenkomst ontbonden kan worden.
Een overeenkomst zal enkel worden ontbonden in geval van een contractuele wanprestatie en wanneer de partij lastens wie de ontbinding wordt gevorderd voorafgaandelijk in gebreke werd gesteld. Tenzij de overeenkomst anders voorziet, dient de ontbinding in principe wel door de Rechtbank te worden uitgesproken.
Daarnaast kan een aannemingsovereenkomst steeds éénzijdig door de bouwheer worden beëindigd zonder dat een contractuele wanprestatie moet worden bewezen. In deze hypothese dient de opdrachtgever de aannemer wel schadeloos te stellen voor alles wat hij bij de aanneming had kunnen winnen. Het is aldus pas in de laatste instantie dat u zich op deze mogelijkheid dient te beroepen."