Een erfdienstbaarheid is een zakelijk recht, dat in principe eeuwigdurend is, lastens een bepaald perceel, “lijdend erf” genoemd, in voordeel van een ander perceel, “heersend erf” genoemd.
In jullie geval spreken we van een “recht van overgang”, nl. het recht om over het perceel van een ander te rijden.
Dit recht kan enkel via een notariële akte of via een vonnis tot stand komen, niet door verjaring.
Ik neem aan dat er jullie akte niet alleen staat dat jullie overgang moeten verlenen aan jullie buur, maar ook aan de visclub (anders heeft die visclub geen “recht van overgang” en moet de eigenaar daarvan een “recht van uitweg” vorderen via de Vrederechter om tot daar te kunnen rijden, waarbij de Vrederechter ook de modaliteiten kan vastleggen in een vonnis alsmede een eventuele vergoeding).
We legden jouw vraag voor aan notaris en Livios-panellid Dirk Michiels:
"De eigenaar van de visclub, het “heersend erf”, mag overeenkomstig artikel 702 van het Burgerlijk Wetboek van dit recht van overgang alleen gebruik maken binnen de grenzen bepaald door zijn titel (notariële akte of vonnis) en mag aan deze situatie geen wijzigingen aanbrengen waardoor de toestand van het “lijdend erf” (van jullie perceel dus) zou worden verzwaard.
Een visclub is geen café; men mag aannemen dat iedereen na zonsondergang naar huis gaat, dan wordt er niet meer gevist. Jullie zouden de eigenaar van de visclub dus kunnen vragen het gebruik van het recht van overgang terug te brengen tot het oorspronkelijk bedoelde gebruik, of anders minstens de weg ingevolge dit overmatige gebruik te herstellen. Als hij daar geen gevolg aan geeft kunnen jullie naar de Vrederechter stappen om dit “misbruik van recht” aan te kaarten.
Jullie zouden daarbij aan de Vrederechter kunnen vragen de eigenaar van de visclub te veroordelen om jullie perceel (de weg) te herstellen in zijn oorspronkelijke staat aangezien de huidige toestand is ontstaan door dit overmatig gebruik en niet door een normaal gebruik (want bij een normaal gebruik moet ieder normaliter zijn eigendom zelf onderhouden, tenzij de akte of het vonnis waar de erfdienstbaarheid is gevestigd het tegendeel bepaalt).
Tracht dit vooreerst minnelijk op te lossen, maar als het niet lukt zal het wel moeten via de Vrederechter."