"De vraag is niet zo duidelijk geformuleerd", begint advocaat Mark Huygen. "Is er al dan niet sprake van gemeenmaking ? Uit uw vraag blijkt dat dit niet de bedoeling is. Het is ook niet duidelijk waarom uw leien moeten weggenomen worden. Mogelijk is het toch de bedoeling dat de muur gemeen wordt gemaakt. Uw buur zal dan een voorstel tot overname moeten doen en bedrag voorstellen voor de overname. Doorgaans wordt dit voorstel via de architect gedaan."
"Voor de gemeenmaking van de muur moet de overnemer aan de eigenaar van de muur een vergoeding betalen die gelijk is aan de helft van de actuele waarde van de grond waarop de muur gebouwd is, vermeerderd met de helft van de waarde van de muur of het gemeen gemaakte deel ervan, in de staat waarin de muur zich bevindt op het ogenblik van de koop."
"Als uitgangspunt neemt men de kostprijs van de oprichting van muur. Deze wordt vervolgens gecorrigeerd door een eventuele minderwaarde af te trekken, gebaseerd op de staat van onderhoud van de muur."
"Indien de buur bouwt tegen/op/aan een scheidingsmuur stelt hij/zij een daad van 'ingebruikneming'. In het Burgerlijk Wetboek is hierover niets bepaald, wel heeft het Hof van Cassatie hierover het volgende gesteld: "De eigenaar van een private scheidingsmuur kan van zijn buur de prijs voor het gemeen maken van de muur vorderen voor zover laatstgenoemde de muur zodanig gebruikt dat hij zich het medebezit toeigent, aldus het eigendomsrecht schendt en dit gebruik niet redelijkerwijze kan voortzetten zonder de impliciete wil om de muur gemeen te maken.""
"Het louter halen van een voordeel uit de muur van de buur betekent volgens het Hof van Cassatie nog geen bezitsaanmatiging (= usurpatie of wederrechtelijke inbezitneming). Warmte, isolatie, bescherming tegen weer en wind, enz. zijn geen argumenten om te stellen dat de muur gemeen gemaakt moet worden.
Duidelijk is dat er een materieel contact moet zijn met de bewuste muur waarvoor betaling wordt gevorderd. Het Hof van Cassatie is streng wat deze vereiste van materieel contact betreft en vraagt dat de inbezitneming een uiting dient te zijn van de ondubbelzinnige wil van de inbezitnemer om de gemeenheid van de muur te verwerven."
"Verder bestaat er rechtspraak die benadrukt dat er een duidelijke verbinding vereist is met de muur van het naburig erf door middel van bevestiging of metselwerk. Het plaatsen van isolerend materiaal tussen beide muren, het dichtsmeren van de voegen met cement, een laag cement aanbrengen op het uitstekend deel van de muur, de muur witten, ... zijn hier voorbeelden van."
"Het is derhalve aangewezen om met uw buur te onderhandelen over de uit te voeren werken en de kosten hieraan verbonden."