"In het burgerlijk wetboek wordt de aansprakelijkheid van de aannemer besproken," steekt advocaat Gregory Grouwels van wal. "Artikel 1792 van het burgerlijk wetboek luidt als volgt: 'Indien een gebouw dat tegen vaste prijs is opgericht, geheel of gedeeltelijk teniet gaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond, zijn de architect en de aannemer daarvoor gedurende tien jaren aansprakelijk.'"
"Hieruit kunnen we concluderen dat zowel de architect als de aannemer gedurende tien jaren aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de gebreken die pas zichtbaar worden na de oplevering."
"Ook artikel 2270 behandelt deze materie. Dit artikel luidt als volgt: 'Na verloop van tien jaren zijn architecten en aannemers ontslagen van hun aansprakelijkheid met betrekking tot de grote werken die zij hebben uitgevoerd of geleid.'"
"De tienjarige aansprakelijkheid kan niet bij het minste gebrek ingeroepen worden. Het moet wel degelijk gaan om een ernstig gebrek, door de fout van de aannemer/architect. De eigenaar of bouwheer moet zijn onroerend goed onderhouden zoals een goed huisvader."
"We kunnen deze tienjarige aansprakelijkheid dus toepassen op de aannemer van de rioleringswerken. Nu moet worden nagegaan of het een ernstig gebrek betreft. Ook hier is het antwoord positief op. Het gebruik van slechte waterdoorlatende grond is zeker een gebrek dat ernstig genoeg is."
"Het is aan de gemeente om de aannemer aansprakelijk te stellen. De gemeente heeft namelijk een contract met de aannemer lopende. De gemeente zal in kort geding een deskundigenonderzoek moeten vorderen, om zo de fout van de aannemer te bewijzen."
"De tienjarige termijn is een termijn die niet geschorst of gestuit kan worden. Deze stelling wordt ondersteunt door de rechtspraak: 'Krachtens de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek, zijn de aannemer en de architect gedurende tien jaar aansprakelijk voor het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van bouwwerken ten gevolge van gebreken in de constructie of de ongeschiktheid van de grond. De termijn in die artikelen bepaald, is een fatale termijn die niet geschorst noch gestuit kan worden.' (Cass. 27 oktober 2006, AR C.04.0380.N.)"
"De aannemer kan ook nog steeds buitencontractueel aansprakelijk gesteld worden. Dit kan gebeuren door artikel 1383 van het burgerlijk wetboek in te roepen. Dit artikel stelt namelijk dat: 'Ieder is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke hij door zijn daad, maar ook voor die welke hij door zijn nalatigheid of door zijn onvoorzichtigheid heeft veroorzaakt.'"
"Het was de taak van de gemeente om na te gaan of de keuze van de grond toelaatbaar was of niet. We vinden een gelijkaardige stelling in de rechtsleer terug: 'Echter de gemeente moet bij het kiezen van bomen (esdoorns) die geplant worden in een bebouwde omgeving nagaan of deze bomen geen dergelijke wortelvorming ontwikkelen dat zij schade kunnen berokkenen aan een aanpalend erf. Bomen die wegens wortelvorming de riolering van de benadeelde aantasten en zijn woning onder water zetten, veroorzaken een ontoelaatbare overlast.' (VANDENBERGHE, H., “Overheidsaansprakelijkheid”, TPR 2010, 2048.) De foute keuze van de grond is dus ook een ontoelaatbare overlast."
"Wel is het zo dat de burger dient zorg te dragen voor een waterdichte kelder. Dit is ook terug te vinden op de website van Aquafin: 'Het is dus noodzakelijk om lekkende rioleringen door nieuwe rioolbuizen te vervangen, maar dit kan inderdaad het grondwaterpeil beïnvloeden. Het is dan ook belangrijk om te allen tijde als een goede huisvader te zorgen voor een waterdichte kelder.' (Aquafin, 22 maart 2016)"
"We kunnen dus stellen dat het de burger toekomt om zijn kelder waterdicht te maken, maar in deze zaak betreft het een fout van de aannemer. Voor deze fout kan de aannemer aansprakelijk gesteld worden op grond van de tienjarige aansprakelijkheid, terug te vinden in artikelen 1792 en 2270 van het burgerlijk wetboek."
"Art. 544 B.W. is tevens een toepasselijke rechtsgrond. Dit artikel luidt als volgt: 'Eigendom is het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak het genot te hebben en daarover te beschikken, mits men er geen gebruik van maakt dat strijdig is met de wetten of met de verordeningen'. Dit artikel wordt ook wel geassocieerd met het begrip burenhinder. Voor de toepassing van dit artikel dient er geen fout bewezen te worden, enkel de geleden hinder. Dit is een groot verschil met art. 1382 e.v., waar de fout, schade en oorzakelijk verband dient aangetoond te worden."
"Art. 538 B.W. stelt dat de wegen eigendom zijn van de Staat: 'De wegen, banen en straten die ten laste zijn van de Staat, de bevaarbare of vlotbare stromen en rivieren, de stranden, aanwassen en gorzingen van de zee, de havens, ook getijhavens, de reden en, in het algemeen, alle gedeelten van het Belgisch grondgebied die niet vatbaar zijn voor bijzondere eigendom, worden beschouwd als behorend tot het openbaar domein.'"
"Als we deze twee artikelen (art. 538 en 544 B.W.) met elkaar in verband leggen, kunnen we concluderen dat door het aanleggen van de riolering in straten, die eigendom zijn van de Staat, de Staat zorgt voor burenhinder ten opzichte van de bewoners. Door hier werken aan uit te voeren ondervinden de bewoners hinder."
"Nu dient nog worden na te gaan of de burenhinder abnormaal is. Aangezien de kelders van de woningen onder water lopen, hetgeen voordien niet gebeurde, kunnen we wel stellen dat deze hinder groter is dan normaal."
"Als we art. 544 B.W. toepassen, heeft dit als gevolg dat het verstoorde evenwicht hersteld dient te worden. Er kan ook een schadevergoeding toegekend worden aan de bewoners van de huizen met ondergelopen kelders. Deze schadevergoeding zal wel enkel de bovenmatige hinder betreffen, en niet in se de totale hinder."
"Er zijn dus verschillende rechtsgronden die toegepast kunnen worden. Zo is er art. 1792 en 2270 B.W. die handelen over de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer, maar ook art. 544 kan zeker toegepast worden."