Vraag
Mijn vrouw heeft 20 jaar geleden een huis gekocht. Wij woonden toen samen, waren nog niet getrouwd noch wettelijk samenwonend, want dat bestond toen nog niet voor holebi’s.
De bedoeling van die aankoop was een regeling voor mij treffen. Omdat de woning waar we samen in woonden nog in onverdeeldheid was tussen mijn partner en haar ex-man, zou ik het huis uit moeten wanneer mijn partner kwam te overlijden.
Mijn partner wou een huisje op mijn naam kopen maar vermits het de bedoeling was dat haar kinderen het zouden erven nadat we allebei dood waren, was dat omwille van erfenisrechten niet zo interessant.
Met dit uitgangspunt zijn we bij een notaris om raad gegaan en die heeft ons een levenslange huur aangeraden. We hebben dus een huisje gekocht op naam van mijn partner. Ik heb haar een bepaald bedrag betaald en daarmee kocht ik het recht om, zodra mijn partner zou overlijden, de rest van mijn leven in dat huisje te wonen of de huur ervan op te strijken. Na mijn dood zou het huurcontract beëindigen en zou het huis gewoon naar haar kinderen gaan.
Een aantal jaar later zijn we getrouwd met gemeenschap van goederen. Het gemeenschappelijk vermogen werd uitgebreid ‘tot alle lichamelijke en onlichamelijke roerende goederen die zij thans bezitten,… …, zonder dat er uit hoofde van deze inbreng enige vergoeding zal verschuldigd zijn bij de ontbinding van het gemeenschappelijk vermogen door overlijden, doch wel in de andere gevallen.‘ De notaris zei dat we aan die levenslange huur niets moesten veranderen. In het huwelijkscontract wordt daar niet over gesproken.
Het huis staat dus op naam van mijn vrouw, zij heeft het geld geleverd voor mijn huurkoop en zij heeft de notariskosten betaald en een stukje van de aankoop (ongeveer 1/5?). Het huis hebben we afbetaald via een lening die op haar naam staat maar geld van de gemeenschap.
Nu wil mijn vrouw scheiden en dus moet ik de gezinswoning verlaten. In hoeverre heb ik bij de verdeling recht op een deel van dat huisje en/of de huuropbrengst ervan?
