Vraag
Het college van burgemeester en schepenen van Aalst leverde op 19 mei 2006 een gunstig stedenbouwkundig attest nr. 2 af voor het bouwen van een vrijstaande ééngezinswoning.
Op 4 oktober 2006 dienden wij een aanvraag in tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een vrijstaande ééngezinswoning en een tuinhuis en aanleg van verhardingen te 9320 Erembodegem. Op 20 november 2006 verleende het college van burgemeester en schepenen de stedenbouwkundige vergunning.
Op 18 januari 2011 vernietigde de Raad van State de eerder door dit college verleende stedenbouwkundige vergunning van 20 november 2006. De buren hebben er alles aan gedaan opdat wij onze woning moeten afbreken. Jaloezie is de drijfveer,maar wij zitten met de reeds jarenlange ellende.
Na het vernietigingsarrest moest een nieuwe beslissing genomen worden over de oorspronkelijke stedenbouwkundige vergunningsaanvraag. Het college van burgemeester en schepenen weigerde op 2 mei 2011 de stedenbouwkundige vergunning wegens strijdigheid met de verkavelingsvergunning. Het bij deputatie ingestelde beroep werd ingewilligd in zitting van 25 augustus 2011.
Bij arrest van 22 maart 2016 werd de door deputatie verleende vergunning vernietigd. Hebben wij, in geval onze woning geen vergunning meer bezit of, nog erger, ze moet worden gesloopt, recht op een schadevergoeding? Wij zouden immers een nieuw leven herbeginnen zonder al deze problemen. Heel deze geschiedenis heeft ons zowel financieel als op menselijk vlak gesloopt. Als de overheid fouten maakt mag je als burger niet worden gestraft wat in ons geval wel gebeurt.
