U heeft er goed aan gedaan de eigenaar (buur) te contacteren. Jammer dat hij niet ingaat op uw vraag.
Laten we beginnen met het eenvoudigste: Overhangende takken mag u zonder toestemming van uw buur niet inkorten. Het tegendeel voorhouden is een misverstand.
Betreffende de wortels. Deze mogen wel gekapt worden op voorwaarde dat dit geen schade aan de boom aanbrengt. Kappen of doorzagen van de wortels is geen goed idee. U moet uiteraard uitkijken dat de boom niet afsterft door het doorzagen van de wortels. Dit kan ook de stabiliteit van de boom in het gedrang brengen met bijkomend risico voor schade.
Kennelijk woont u in een stad. Doe navraag bij de stadsdiensten over de wettelijke inplanting en/of regelgeving afstand van bomen op de perceelsgrens. Doorgaans is de afstand geregeld door vaste en erkende gebruiken ( art. 30 Veldwetboek). Bij ontstentenis van dergelijke gebruiken moet de wettelijke afstand in acht worden genomen. Voor hoogstammige bomen is dit 2 meter van de scheidingslijn tussen twee erven. Voor laagstammige en hagen is dit 0,5 meter.
Kijk aldus na op welke afstand de boom is ingeplant. U kan de verwijdering vorderen via procedure voor de Vredechter. Kijkt ook na of de boom niet meer dan 30 jaar is ingeplant.
In zoverre de reglementaire afstand inzake beplantingen niet gerespecteerd wordt, kan de eigenaar verplicht worden tot rooiing op grond van een fout door het niet eerbiedigen van het veldwetboek (art. 36). Om deze rooiing te vorderen dient de eiser geen overlast te bewijzen.
Wanneer er echter geen fout is en bv. de reglementaire afstanden gerespecteerd zijn of wanneer de vordering op grond van de schending van het veldwetboek zou verjaard zijn, kan het toch zijn dat bepaalde beplantingen overlast veroorzaken. In deze gevallen kan een vordering wegens burenhinder ( art. 544 BW) worden ingesteld.
De Vrederechter kan snoeiverplichtingen of andere compensaties opleggen op grond van burenhinder. Anderzijds kan de Vrederechter oordelen dat niettegenstaande de afstanden van het Veldwetboek geëerbiedigd zijn, er toch sprake is van een burgerrechtelijke fout in de zin van art. 1382-1383 B.W. en op grond hiervan tot volledig herstel en schadevergoeding oordelen.
Wanneer de bovenmatige burenhinder erin bestaat dat takken van een boom van de nabuur overhangen die het zonlicht tegenhouden en ernstige bladafval veroorzaken, bestaat de billijke en passende compensatie hierin dat aan de nabuur wordt bevolen om die overhangende takken af te toppen en zodanig te snoeien dat ze geen bovenmatige hinder meer berokkenen, maar zonder dat het voortbestaan van die boom wordt aangetast of zelfs maar wordt bedreigd, en dat aan die nabuur tevens wordt opgedragen om de toekomstige groei van die boom binnen redelijke perken te houden.
Overmatige burenhinder is een feitenappreciatie die door de rechtspraak wordt beoordeeld van geval tot geval en rekening houdende met alle elementen die dienstig zijn.
Kennelijk is de afsluting beschadigd door de wortels van de boom.
Art. 665 BW bepaalt dat de kosten van het herstel en de wederopbouw van de gemene muur ten laste valt van allen die op deze muur recht hebben zulks naar evenredigheid van ieders recht.
Ook art. 663 BW regelt deze materie : eenieder kan, in steden en voorsteden, zijn nabuur verplichten om bij te dragen tot het bouwen en herstellen van de afsluiting die dient tot scheiding van hun in die steden en voorsteden gelegen huizen, binnenplaatsen en tuinen.
U kan aldus best de werken opschorten en meteen uw buur per aangetekend schrijven in gebreke stellen.