“We begrijpen dat de huidige hypothecaire lening ter financiering van het appartement momenteel in aanmerking komt voor de Vlaamse woonbonus, zoals die bestond voor hypothecaire leningen, aangegaan tot en met 2014. Zolang u het huidig appartement blijft bewonen, kwalificeert het appartement als de 'eigen' woning, en blijft in principe dus ook de Vlaamse woonbonus verder van toepassing. Indien u op 31 december 2017 eigenaar geworden bent van de nieuwe woonst, hebt u enkel nog recht op de basiskorf van 2.280 € per belastingplichtige. De verhoging van 760 euro valt immers weg vanaf het jaar waarin u op 31 december eigenaar bent van twee woningen.
Vanaf het moment dat u verhuist naar de nieuwe woonst, kwalificeert het appartement niet meer als de 'eigen' woning, en kan u hoogstens nog beroep doen op de federale fiscale voordelen. De kapitaalaflossingen kunnen dan binnen bepaalde grenzen in aanmerking komen voor de federale belastingvermindering van het langetermijnsparen. De interesten kunnen dan in aanmerking komen voor de federale gewone interestaftrek, waardoor de belastbare onroerende inkomsten geheel of gedeeltelijk geneutraliseerd kunnen worden.
Voor een nieuwe hypothecaire lening voor de financiering van de nieuwe woonst, wordt de omgekeerde redenering gemaakt. Zolang u het huidig appartement blijft bewonen, kwalificeert de nieuwe woning als een 'niet eigen' woning, en kan u hoogstens beroep doen op de federale fiscale voordelen. De kapitaalaflossingen kunnen dan binnen bepaalde grenzen in aanmerking komen voor de federale belastingvermindering van het langetermijnsparen. De interesten kunnen dan in aanmerking komen voor de federale gewone interestaftrek, waardoor de belastbare inkomsten van het appartement geheel of gedeeltelijk geneutraliseerd kunnen worden.
Vanaf het moment dat u verhuist naar de nieuwe woonst kwalificeert de nieuwe woonst als de “eigen” woning, en komt de nieuwe hypothecaire lening in aanmerking voor de Vlaamse fiscale voordelen, zijnde de geïntegreerde woonbonus die van toepassing is voor leningen aangegaan vanaf 2016. Vermits u eigenaar zal zijn van twee woningen kan u enkel gebruik maken van de basiskorf van 1.520 euro per belastingplichtige.
Gesteld dat u de nieuwe woonst in 2017 verwerft, en dat u ook in 2017 verhuist van het appartement naar de nieuwe woonst, geeft dit voor aanslagjaar 2018, inkomstenjaar 2017 volgende situatie:
- oude lening komt in aanmerking voor de oude Vlaamse woonbonus voor de kapitaalaflossingen en interesten betaald tot op dag van verhuis;
- oude lening komt in aanmerking voor het federaal langetermijnsparen en de federale gewone interestaftrek vanaf de dag van de verhuis;
- nieuwe lening komt in aanmerking voor het federaal langetermijnsparen en de federale gewone interestaftrek tot op de dag van de verhuis;
- nieuwe lening komt in aanmerking voor de nieuwe Vlaamse geïntegreerde woonbonus vanaf de dag van de verhuis.
Voor aanslagjaar 2018, inkomstenjaar 2017 kan de oude lening recht geven op de oude Vlaamse woonbonus, terwijl de nieuwe lening recht kan geven op de nieuwe Vlaamse geïntegreerde woonbonus. Beide regimes kunnen evenwel niet gelijktijdig genoten worden. Voor aanslagjaar 2018, inkomstenjaar 2017 zal er bijgevolg gekozen moeten worden. Ofwel oude Vlaamse woonbonus voor de oude lening, ofwel nieuwe Vlaamse geïntegreerde woonbonus voor de nieuwe lening.
Indien geopteerd wordt voor de oude Vlaamse woonbonus voor de oude lening, wordt het federaal langetermijnsparen begrensd in functie van de mate waarin de oude Vlaamse woonbonuskorf opgevuld is.
Daarentegen wordt het federaal langetermijnsparen op basis van de huidige wetgeving niet begrensd in functie van de nieuwe Vlaamse geïntegreerde woonbonus.
Dit impliceert dat u, steeds op basis van de huidige wetgeving, vanaf inkomstenjaar 2018 ten volle kan genieten van:
- de nieuwe geïntegreerde woonbonus voor de nieuwe lening;
- federaal langetermijnsparen voor de kapitaalaflossingen van de oude lening;
- federale gewone interestaftrek voor de interesten van de oude lening.
U dient er wel rekening mee te houden dat de wetgever deze toch wel zeer genereuze cumulmogelijkheid mogelijks zal inperken.”