Advocaat Roel De Cleermaecker van Atrius Advocaten heeft volgende uitgebreide uitleg voor je klaar:
“Uw vraag raakt een gevoelig punt, maar is niettemin bijzonder actueel. Ik denk dat heel wat mensen met gelijkaardige vragen zitten. Desondanks betreden we met uw vraag toch een juridisch moeilijk pad."
"Immers: aanplantingen hebben doorheen de jaren niet echt veel aandacht gekregen in de wetgeving. Veelal vallen zij buiten het wetgevend kader Omgevingsrecht, met enkele uitzonderingen (wel geregeld: rooien van bomen, etc.) en het Veldwetboek waarnaar vaak verwezen wordt als het gaat over aanplantingen. Dit Veldwetboek regelt echter enkel de afstanden tot de perceelgrenzen, maar stipuleert niets over de hoogte."
"Dit is merkwaardig. Op het eerste zicht zou je dus denken dat er weinig valt de doen aan de problematiek welke u aankaart, in zoverre de haag op de vereiste afstand van de perceelgrens staat. Dit zou evenwel toch wat kortzichtig zijn."
"Ten eerste zal u moeten nagaan of er op gemeentelijk niveau (dus binnen uw gemeente) geen reglementering bestaat. Dit kan gaan van een nog geldend BPA of RUP binnen de bewuste wijk, Politiereglement of Gemeentebesluit waarin mogelijks wel degelijk voorschriften zijn opgenomen. Deze verschillen van gemeente tot gemeente: u kan zich bevragen bij uw lokale gemeentehuis."
"Daarnaast gelden in dergelijke context steeds de principes van de burenhinder. De leer van de burenhinder is een algemene rechtsregel welke is geëvolueerd door de jaren heen en haar wettelijke basis vindt in artikel 544 B. Wb."
"Let op: in het bewuste artikel zal u – letterlijk alvast - niets aantreffen over “burenhinder”. Deze bepaling stipuleert immers een absoluut eigendomsrecht. Zoals gemeld is er eventueel geargumenteerd dat dit absoluut eigendomsrecht toch niet zo absoluut is, en dient begrensd."
"De leer van de burenhinder komt er in wezen op neer dat u – via uw eigendom – geen bovenmatige hinder mag veroorzaken aan uw naburen. Dat er sprake zou zijn van burenhinder, moet er vooreerst dus een bovenmatige hinder zijn veroorzaakt door één van uw buren. Men gaat ervan uit dat we allemaal wel af en toe op de ene of andere manier ongemakken hebben van onze buren. Zolang deze ongemakken binnen de perken vallen, behoren deze tot de normale “ongemakken” en wordt dit dus niet beoordeeld al zijnde burenhinder. Enkel wanneer de hinder de normale ongemakken overstijgt, is er sprake van burenhinder."
"Wanneer ongemakken bovenmatig of normaal zijn, wordt beoordeeld door de Vrederechter die kennis neemt van dergelijke betwistingen. De rechter zal dit feitelijk beoordelen op basis van alle elementen. Het voordeel van de leer van de burenhinder is dat dit een zogenaamde foutloze aansprakelijkheid betreft. Dit wil zeggen dat de buur die de hinder veroorzaakt zelfs geen fouten moet begaan in het veroorzaken van de hinder. Klassieke voorbeelden: lawaaihinder, zichthinder, etc."
"Toegepast op uw concrete vraag: u zou kunnen argumenteren dat de haag van uw buur, en in het bijzonder de hoogte ervan de normale ongemakken van het nabuurschap overstijgt en u burenhinder veroorzaakt. Het feit dat uw buur met de haag volledig in regel is, sluit dus geen burenhinder uit, gelet op het foutloze karakter."
"Let wel op: bij burenhinder zal de vrederechter zoeken naar een oplossing waardoor de hinder naar een einde komt of binnen de perken van het aanvaardbare komt. Dus in concreto zal dit, indien de rechter van oordeel dat de haag van uw buur effectief hinder veroorzaakt, vermoedelijk resulteren in het opleggen van een maximale hoogte."