We vroegen het voor je na bij architect Paul De Maesschalck:
"Om een bewoonbaar gebouw te hebben, moet je voldoen aan de stedenbouwkundige voorschriften. Zo moet bijvoorbeeld voldaan worden aan de minimumhoogte van de woonkamers (in Antwerpen is dat bijvoorbeeld 2,6m), moet er voldoende lucht en licht in de woonkamers zijn (bijvoorbeeld: grenzen met een raam aan de buitenlucht met een minimumoppervlakte van 10% van de vloeroppervlakte), moet er een minimumoppervlakte per wooneenheid voorzien worden (in Antwerpen is dat bijvoorbeeld 35 m²), mogen de woonruimtes bijvoorbeeld niet ondergronds liggen, moet de constructie stabiel zijn, …
Andere criteria zijn: veiligheid (brandveiligheid, veilige elektrische installatie, koolmonoxide-veiligheid, …); verwarmbaarheid; voorzieningen van stroom en water; bereikbaarheid vanaf de openbare weg; normale basisinrichting van keuken, wc, badkamer…
Kortom een reeks regels en voorschriften die door “Wonen Vlaanderen” gehanteerd worden om via hun puntensysteem onder een bepaald maximum (15 punten) te blijven. Eens er te veel (straf)punten genoteerd worden, wordt de woning als niet-bewoonbaar bestempeld en wordt dit ook doorgegeven aan het betreffende gemeentebestuur, die de woning dan onbewoonbaar kan verklaren."