Karen Smets van adviescentrum dubolimburg: "Voor een rijwoning moeten we het onderscheid maken tussen de woningscheidende wanden (de zijgevels die aan weerszijden grenzen aan de buren) en de buitenwanden (voor- en achtergevel die grenzen aan de buitenruimte)."
"Voor de buitenmuren gelden minimaal de EPB-eisen voor nieuwbouwwoningen. Je bent verplicht een U-waarde van 0.24 W/m²K of een R-waarde van 4.16 m²K/W te halen. De U-waarde drukt uit in welke mate een materiaal de warmte doorlaat en moet dus zo laag mogelijk zijn. De R-waarde drukt het omgekeerde uit, namelijk de warmteweerstand van het materiaal."
"Vertaald naar isolatietypes en diktes betekent dit dat je aan deze eis voldoet bij plaatsing van een dikte van 9 cm voor een zeer goed presterend isolatiemateriaal zoals resol beplating. Alternatieven zijn PIR, minerale wol of papiercellulose, maar dan stijgen de minimale diktes naar respectievelijk 12, 15 en 16 cm."
"Aan woningscheidende wanden worden andere eisen gesteld dan aan buitenwanden omdat ze grenzen aan volumes die in principe verwarmd worden. Indien de rijwoning hoger of dieper gebouwd wordt dan de aanpalende panden, worden de uitstekende delen wel beschouwd als buitenmuren en moeten ze aan de eisen horende bij buitenmuren voldoen."
"Woningscheidende wanden dienen in het geval van een nieuwbouwwoning een isolatiemateriaal met U-waarde 0.6 W/m²K, hetgeen overeenkomt met 6cm minerale wol."
"Je gebruikt best een zacht isolatiemateriaal, omdat dit ook akoestisch goed isoleert. Indien je omwille van plaatsbesparing geen nieuwe wand metselt, en werkt met een gipskartonnen voorzetwand, is het belangrijk dat de constructie waartegen de lichte wand bevestigd wordt, losgekoppeld is van de buurconstructie."
"Wie het beter wil doen dan het strikte minimum, kan overwegen de minimale diktes te vermeerderen met 25 tot 50%. Immers, energiezuinig bouwen begint steeds met het beperken van de energievraag en dat doe je in de eerste plaats door het grondig isoleren van de bouwschil."