Dirk Verbeeck van Kamp C heeft volgend uitgebreid antwoord voor je klaar:
"Een veranda is eigenlijk een wintertuin: een plaats waar planten kunnen overwinteren zonder vorstschade op te lopen. Een niet-verwarmde wintertuin gaat ook een buffer vormen tussen de verwarmde binnenruimte en de buitenruimte. In de EPB-regelgeving wordt dat benoemd als een aangrenzende onverwarmde ruimte (AOR). Het warmteverlies tussen de binnenruimte en de wintertuin is kleiner omdat de temperaturen in de wintertuin nog altijd hoger liggen dan de buitentemperatuur.
De wintertuinconstructie bestaat uit HR-beglazing in thermisch onderbroken aluminiumprofielen. Op de afstandshouder tussen de twee glasplaten kun je gewoonlijk een code van de fabrikant terugvinden. In dit PDF-bestand van de glasnijverheid is dan soms, maar niet altijd, te achterhalen welke glaskwaliteit er 10 jaar geleden geplaatst is.
Een beetje geïsoleerde buitenmuur met 5 cm PUR in de spouw heeft al een U-waarde van ± 0.47 W/m²K. Zelfs al zou je een kwaliteit 1.1 W/m²K hebben (de huidige norm voor nieuwbouw), dat is nog altijd dubbel zoveel warmteverlies per m² als de oude binnenmuur waar de wintertuin is tegenaan gebouwd. Eigenlijk heb je (veel) te veel beglazing tussen de toekomstige leefruimte en de buitenomgeving.
Voor het verwarmen van die bijkomende ruimte kun je opteren voor vloerverwarming. Alleen is vloerverwarming doorgaans een traag systeem. Dat dus niet zo snel op instellingen van de thermostaat reageert. Het principe van vloerverwarming is het stockeren van warmte in de massa van de vloer.
Ook als er in de winterperiode met open hemel de zon schijnt en extra passieve zonnewinsten optreden kan de temperatuur daar wel gaan oplopen; de warmte die in de vloer is gestoken, gaat er altijd ook uitkomen.
Door de beperkte hoogte die beschikbaar is boven de betonplaat ga je naar een dunne systeemopbouw van de vloerverwarming met maar 3 cm dekvloer (chape) boven de vloerverwarming. Zulke dunne opbouwsystemen zijn op de markt. De warmtebuffering is daar minder. Het systeem gaat dan ook sneller afkoelen maar ook sneller reageren en opwarmen.
Er is momenteel in de opbouw 7 cm PUR voorzien. Ter plaatse gespoten PUR heeft een lambdawaarde van ± 0.026 W/mK. Voor de lambdawaarde geldt: hoe lager hoe beter.
Met een dikte van 7 cm kom je aan een R-waarde van 0.07/0.026 = 2.69 m²K/W. Dat is meer dan de nodige 2 m²K/W die gevraagd wordt voor de subsidiëring van de netwerkbeheerder, dus dat zit wel goed.
Door een materiaal te kiezen met een nog betere isolatiewaarde ga je de warmteverliezen door de vloer nog meer kunnen beperken en het rendement van de vloerverwarming verbeteren. Fabrieksmatig aangemaakte PUR-platen halen een betere isolatiewaarde dan ter plaatse gespoten PUR. PIR of PF-schuim (fenolformaldehydeschuim = resol) gaan doorgaans nog wat beter isoleren al sis er ook al PUR-plaat met een lambdawaarde van 0.019 W/mK op de markt.
Condensatieketels op aardgas kunnen zowel een laag- als een hoogtemperatuurcircuit gaan voeden, dus de combinatie vloerverwarming (lage temperatuur) en radiatoren (hoge temperaturen) is wel degelijk mogelijk. Dat vraagt wel wat extra installatietechniek en sturingen. Radiatoren voor de beglazing zetten, gaat resulteren in grotere warmteverliezen, dus dat is niet echt zo’n goed idee.
Zo’n dunne vloeropbouwsystemen vragen extra aandacht. Alle betrokken partijen moeten daar hun goedkeuring aan geven. Je architect die mee verantwoordelijk is voor deze uitvoering. De installateur centrale verwarming moet garanderen dat met de bestaande ketel en de bijkomende vloerverwarming de nodige verwarmingspeilen gehaald worden. De aannemer tegelwerken moet garanderen dat met die dunne vloeropbouw en grotere thermische spanningen het gekozen type tegel hierop kan toegepast worden.
Vloerverwarming kun je beter niet combineren met houten vloeren. Die gaan de warmteafgifte van de vloer nadelig beïnvloeden."