We vroegen het voor je na bij advocate Debbie Melissas van Clabots Advocaten.
1. In eerste instantie dient hier afgevraagd te worden welk statuut de tuin heeft. Heeft de mede-eigenaar deze in privatieve eigendom, of kan deze er een exclusief gebruiksrecht doen op gelden?
2. Daarmee is het niet geheel duidelijk met welke reden dit op de algemene vergadering werd behandeld.
Indien de tuin gemeenschappelijk is, of er een - ware het beperkt - exclusief gebruiksrecht werd toegekend, is dit uiteraard niet ten onrechte.
3. Anderzijds, wanneer de tuin privatieve eigendom is, kan de buur in principe zelf de beslissing nemen om al dan niet een tuinhuis te plaatsen op zijn eigendom. Uiteraard zullen in dat geval de stedenbouwkundige voorschriften en wetgeving inzake perceelsgrenzen en lichten en zichten gerespecteerd moeten worden. Maar dit zijn aspecten waar de algemene vergadering geen beslissingsbevoegdheid over heeft.
In eerste instantie zal in dat geval de buur moeten nagaan of het tuinhuis vergunningsplichtig is. In principe zijn tuinhuizen onderworpen aan de vergunningsplicht. Echter, het Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, voorziet een vrijstelling voor volgende constructies:
(...) van het hoofdgebouw vrijstaande niet voor verblijf bestemde bijgebouwen, met inbegrip van carports, in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 1 meter van de perceelsgrenzen. De vrijstaande bijgebouwen kunnen in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht worden en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De totale oppervlakte blijft beperkt tot maximaal 40 vierkante meter per goed, met inbegrip van alle bestaande vrijstaande bijgebouwen. De maximale hoogte is beperkt tot 3,5 meter;
Uiteraard zal alleszins rekening moeten worden gehouden met het reglement van mede-eigendom of het huishoudelijk reglement, voor zover dit iets zou bepalen hierover.
4. Indien u als nabuur hinder ondervindt zal u eventueel uw eigen, individuele, subjectieve rechten kunnen laten gelden tegenover de buur. Ook hier kan een VME of de Algemene vergadering niet in tussenkomen.
In ieder geval dient rekening gehouden te worden met het feit dat de gedragingen van een buur niet overmatige hinder mag veroorzaken voor de andere buren. Mocht dit wel zo zijn heeft degene die hinder ondervindt het (individuele) recht om dit aan te vechten en te eisen dat de situatie opnieuw genormaliseerd wordt."