Na het bannen van stookolie zit er op lange termijn ook een uitstap uit aardgas aan te komen. Die evolutie is in Nederland al ingezet. Zowel stookolie als aardgas zijn fossiele brandstoffen die bij verbranding CO2 gaan produceren. Om die reden gaan we naar een elektrificatie van de verwarming. Dan komen we bij warmtepompen uit.
Een warmtepomp is een elektrisch toestel. Als je je stroom groen aankoopt, ben je vanaf dag 1 al CO2-neutraal aan het verwarmen. Als je bijkomend een investering doet in een installatie PV-panelen (PV = Photo Voltaic = fotovoltaïsch = elektriciteitsproductie) kun je geheel of gedeeltelijk het verbruik van de verwarmingsinstallatie op jaarbasis gaan compenseren. Voor PV-installaties in gebruik genomen vóór eind 2020 blijft het systeem van terugdraaiende teller nog 15 jaar gelden.
Die warmtepomp gebruikt de elektrische energie om ergens anders warmte te gaan recupereren. Dat doen ze efficiënt. Zo krijg je voor 1 kW opgebruikte elektrische energie 3 à 4 kW warmte terug voor lucht-systemen en 4 à 5 kW warmte voor geothermische systemen. Die verhouding vind je terug in de COP van het toestel, coëfficiënt of performance. Soms wordt ook een SPF-factor gebruikt, de seizoens prestatie factor.
Bij warmtepompen hoort ook een Europees energielabel. Daar kun je uit aflezen wat de energieklasse is (A+ A++, …). Bij een luchtsysteem wordt er warmte uit de buitenlucht gehaald. Warmtepompen kunnen ook uit lage temperaturen warmte genereren. Wat hun ondergrens is staat op de technische fiche van het toestel.
Vergelijk het met een diepvriezer. Als die goed afgesteld is, staat die op -18°C. Als de temperatuur in de vriezer op bvb -15°C zou komen, gaat dat toestel in werking treden om uit die -15°C warmte te halen en de temperatuur terug naar -18°C te brengen. Overigens is de technologie van warmtepompen erg verwant aan die van koelkasten en vriezers.
Geothermische systemen halen de warmte uit de ondergrond. Dan wordt er een leidingcircuit ingegraven in de tuin. Dat kan een horizontaal leidingnet zijn maar daar heb je wel wat plaats voor nodig. De leidingen kunnen ook in verticale putboringen gestoken worden. Daarmee hypothekeer je minder oppervlakte van de tuin maar het systeem wordt wel duurder maar ook iets efficiënter.
Warmtepompen zijn typische laag-temperatuursystemen. Als de warmtepomp op hogere temperaturen moet werken, is ze minder rendabel en haalt ze ook de vooropgestelde COP niet. Typische laag-temperatuursystemen zijn vloer-, wand- of plafondverwarming, ventilo-convectoren of overgedimensioneerde radiatoren.
Als de huidige afgiftetoestellen radiatoren zijn, zijn ze door de installateur CV berekend op de huidige warmtebehoefte. Zo ook voor de ketel. Als je bijkomend gaat isoleren, daalt de warmtebehoefte. Dan kan het zijn dat de radiatoren overgedimensioneerd zijn voor de nieuwe situatie en dat die warmtepomp terug een mogelijkheid wordt waarbij de afgiftetoestellen niet vervangen moeten worden. Als de bestaande afgifte vloerverwarming is kan die warmtepomp natuurlijk zonder probleem.
In andere gevallen zullen de afgiftetoestellen moeten vervangen worden voor de warmtepompinstallatie. In dit specifieke geval zou je een kosten-batenanalyse moeten gaan opmaken. Daarbij zijn de kosten voor extra isolatie apart te bekijken. Voor een warmtepompsysteem zouden die zeker aangewezen zijn om over te stappen op een laag-temperatuur systeem (met misschien hergebruik van de bestaande radiatoren). Maar ook voor een aardgas gestookte installatie gaan door de bijkomende isolatie de warmtebehoefte dalen en de stookkosten kleiner zijn.
Overstappen op een laag-temperatuursysteem is altijd een goede keuze, ook bij aardgasverwarming. Dan gaat het condenserend principe van de aardgasketel gegarandeerd werken. Bovendien heb je dan de mogelijkheid om in de toekomst, bij vervanging van het aardgastoestel, over te stappen op een warmtepomp.