1. In de aardgeleider is geen onderbreker aangebracht of de onderbreker is niet toegankelijk of niet te openen. Hierdoor kan de aardspreidingsweerstand niet worden gemeten (art. 28, 70.05, 15, 86.01).
2. De installatie is niet voorzien van een ééndraadschema en situatieschema (art. 16, 268, 269).
3. De stroombanen zijn niet (allemaal) van een duidelijke verklaring voorzien (art. 16 en 252).
4. De kast is niet bereikbaar. De kast dient ca. 1,5 m boven de vloer te worden geplaatst (art. 248.03).( kast kon niet geopende worden veel te hoog)
5. Diverse contactdozen, toestellen en / of lichtschakelaars, zonder onderplaat, zijn op een brandbare ondergrond gemonteerd zonder montageplaten (art.104, 242, 249 AREI).
6. Het aardingscontact van één of meerdere contactdozen is niet verbonden met de beschermingsleiding (art. 86.3 van het AREI).( Living)
7. In een contactdoos zijn aftakkingen gemaakt met een ongeschikte leiding zoals een soepele leiding. Soepele leidingen dienen op contactdozen middels een contactstop te worden aangesloten.( veranda)
8. Eén of meerdere leidingen zijn niet tegen mechanische beschadiging beschermd. (Art. 201, 206, 207 en 210).( ingang kelder)
9. De elektrische leidingen zijn niet op een voldoende afstand van alle andere niet elektrische leidingen geïnstalleerd (art.202 AREI).( o.a kelder)
10. Een deel van de installatie is aangesloten door middel van ongeschikte leidingen.( soepel)
Dank u wel
Bekijk