We legden jouw vraag voor aan Charlier Advocaten.
Uitgangspunt: In het Burgerlijk Wetboek is er geen enkele verplichting opgenomen voor de leverancier om een factuur uit te reiken aan de klant. Evenwel wordt algemeen aanvaard dat, zelfs zonder enige wettekst, de cliënt van zijn leverancier die handelaar is de afgifte van een factuur mag eisen (= door de hoogste rechtspraak erkend “gebruik”). Voor consumenten wordt dit principe trouwens ook expliciet opgenomen in een wetsbepaling (artikel 80 WMPC) – dit artikel legt de verplichting op tot afgifte van bewijsstukken aan de consument. U heeft dus wel degelijk het recht om facturen te eisen. In beginsel moet de factuur worden opgemaakt op de dag zelf dat de verbintenis ontstaat – in de praktijk wordt aanvaard dat dit gebeurd na het tijdstip van de levering en binnen redelijke termijn (Antwerpen 10 mei 1999). Deze verplichting kan ook worden doorgetrokken naar attesten die nodig zijn om fiscale gunstmaatregelen te kunnen inroepen.
Praktisch: Tussen het hébben van een recht en het effectief kunnen afdwingen ervan, loopt vaak een spanningsveld. Essentieel is dat vroeg genoeg op de rem wordt gestaan. De cliënt is gerechtigd om de betaling van een gedeelte van de prijs uit te stellen wanneer de leverancier in gebreke blijft om de factuur uit te reiken (Kh. Charlieroi 23 december 1997). In gelijke zin wordt geoordeeld dat de schuldenaar die aanbiedt tot betaling over te gaan van zodra hij een factuur ontvangt, niet in gebreke is zolang er geen correcte facturatie heeft plaatsgevonden (Gent 22 maart 1995).
Voor consumenten wordt dit zelfs uitdrukkelijk in artikel 81 WMPC voorzien. Op de inbreuken op artikel 80 worden zelfs strafsancties gesteld (artikel 124, lid 1 WMPC). Een laattijdige facturatie kan bovendien als een contractuele tekortkoming worden beschouwd, die wanneer de cliënt hierdoor schade lijdt, de leverancier tot vergoeding van die schade verplicht (Gent 9 juni 1989). Dit is bijvoorbeeld ook het geval wanneer u de factuur of bijhorende attesten nodig heeft om van een fiscaal gunstregime te genieten.
Het lijkt ons dan ook aangewezen dat u de vakman een duidelijke, volledige en juridisch correcte ingebrekestelling stuurt, om hem te wijzen op zijn verplichtingen, op de geldende sancties en met voorbehoud voor schade. De ervaring leert dat dergelijke ingebrekestelling, gestuurd vanuit advocatuur, vaak wel het beoogde gevolg heeft.”