“Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat iedere eigenaar het recht heeft om zijn erf af te sluiten”, legt advocaat Gregory Grouwels uit. “Men is vrij om af te sluiten, alsook in de wijze van afsluiting. Daarnaast bepaalt het Burgerlijk Wetboek dat, in de steden en voorsteden, eenieder zijn buur kan verplichten tot het bouwen en herstellen van een afsluiting tussen hun huizen, binnenplaatsen en tuinen. Beide buren moeten de helft van de grond afstaan en bijdragen in de helft van de kosten voor de bouw en het herstel.”
“Er zijn een vijftal voorwaarden voor deze gedwongen afsluiting:
- beide erven moeten gelegen zijn in steden of voorsteden,
- het moet gaan om huizen, binnenplaatsen of tuinen,
- het moet gaan om een stenen of betonnen muur,
- de muur moet op de scheidingslijn van de twee erven worden opgericht,
- de vraag om tussenkomst in de helft van de kosten moet gedaan worden vooraleer de muur wordt gebouwd, anders is het te laat (tenzij de buur gebruik maakt van de muur).”
“In dit geval werd aan twee voorwaarden niet voldaan. Ten eerste werd de betonnen muur niet op de scheidingslijn opgericht, maar heeft één van de eigenaars, de achterbuur, de afsluiting volledig op zijn eigendom gebouwd. Daarenboven werd de vraag om tussenkomst in de helft van de kosten pas gedaan nadat de muur werd opgericht. De rechtspraak heeft bepaald dat men vooraf de toestemming van zijn buur moet vragen over de omvang van de op te richten afsluiting, de aard van de materialen, en de uit te geven bedragen. Hieruit volgt dan ook dat u niet verplicht bent om de helft van de omheining terug te betalen en evenmin om zelf een andere omheining hiertegen te plaatsen.”